maandag, mei 11, 2009
Bezoek deze pareltjes voor de klimaatsverandering ze vernielt
Jonas Vets zette een aantal mooie plekken op de aarde op een rijtje die bedreigd worden door de klimaatverandering. Ik ben zelf op een aantal van deze plekken geweest. Het is waanzin te bedenken wat we verliezen wanneer ze echt verdwijnen. En alles wijst erop dat het tij nog nauwelijks te keren is.
donderdag, mei 07, 2009
Duurzaam vervoer op reis onmogelijk of niet
Wie begin jaren ’70 van de vorige eeuw al bewust op vakantie ging, deed dat doorgaans met de auto: met heel het gezin in de break, en over de ‘route du soleil’ naar het zuiden. Dertig jaar later kiezen meer en meer mensen voor verder, véél verder, en dat betekent vliegen. Bovendien kiezen ze ook voor meerdere korte vakanties per jaar, en ook hier biedt vliegen het voordeel dat je relatief snel ter plaatse bent. Verdienen we dan zoveel meer dan onze ouders? Ja, onze koopkracht is gestegen, maar ook die van onze partner, want het gezinsbudget wordt nu doorgaans getrokken door tweeverdieners. Maar de belangrijkste reden is wellicht de daling van de vluchtprijzen en de explosie van het aantal bestemmingen dat binnen bereik is gekomen van een doordeweeks gezinsbudget.
Dit alles heeft ervoor gezorgd dat we elk jaar we met zijn allen 245 miljoen keren de wereld rond reizen. Over twintig jaar zal dat nog meer dan twee keer zo veel zijn. Onze reisplannen en vakantiegewoontes drukken zwaar op het leefmilieu. De aandacht voor duurzame verplaatsingen stijgt wel gelukkig en dat is maar goed ook. Door duurzaam te reizen kunnen we de aardbol blijven verkennen en genieten van al die mooie plekken en ontmoetingen. Zo kies je best voor duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, met de fiets of te voet. Als je met het vliegtuig gaat, kan je de CO2-uitstoot die hierdoor veroorzaakt wordt compenseren (zie verder).
http://www.vakantievoetafdruk.nl
We kenden al de ‘ecologische voetafdruk.’ Wil je mee zijn, schrijf dan dit nieuwe ‘buzzword’ in je woordenschat: ‘vakantievoetafdruk.’ Gemiddeld gaan Belgen bijna drie keer per jaar op vakantie, waarvan de helft naar het buitenland. Reizen belast het milieu, of je nu met de autobus, de trein, de auto of het vliegtuig gaat. De manier van reizen, de bestemming, de activiteiten, het onderkomen, duur van de vakantie en het reisgezelschap bepalen de ‘mondiale voetafdruk’ van je vakantie, zeg maar, de hoeveelheid milieu die je vakantie kost. Op de site van de vakantieafdruk bereken je eenvoudig de voetafdruk van je vakantie in 5 stappen. Uiteraard kun je er ook de voetafdruk voor een geplande vakantie mee bepalen. Door het rekenmodel een paar keer achter elkaar te gebruiken en steeds je vakantie op een andere wijze in te vullen, kun je je Voetafdruk verkleinen.
Maak kennis met de nieuwe trend onder duurzame reizigers en bewust duurzame toeristen: klimaat gecompenseerd vliegen. We weten allemaal dat vliegen de meest vervuilende manier van verplaatsen is maar als je de wereld wil verkennen is het nu eenmaal moeilijk om niet langs een vliegveld te passeren… Je kunt natuurlijk trachten je vluchten te beperken tot de intercontinentale trajecten. Voor die vluchten kan je dan de geproduceerde CO² en methaan mee helpen compenseren via een hele reeks organisaties. Het komt erop neer dat ze voor jouw vlucht berekenen hoeveel bomen moeten gepland worden om jouw vlucht te compenseren, je betaalt hen daarvoor en je krijgt een certificaat dat geldt als bewijs. Een vlucht voor twee personen heen en terug naar Krakow in Polen kost je bijvoorbeeld 16 €. Deze vluchten heb ik gecompenseerd via www.greenseat.nl, de organisatie waar Joker sinds kort mee samenwerkt. Greenseat erkent 5 soorten reisoperatoren. Deze met 5 sterren hebben greenseat compensatie als vast onderdeel van de reizen die ze verkopen. Touroperators met één ster houden het bij een vermelding in brochure of website. Joker heeft (voorlopig) één ster. Je kan op de site trouwens de petitie ondertekenen om touroperators aan te zetten zich aan te sluiten en ook hun klanten te laten kennismaken met klimaat gecompenseerd vliegen. Spread the word!
Andere organisaties zijn www.treesfortravel.nl, www.carbonneutral.com (engelstalig, ook andere vormen van klimaat compensatie, een webwinkel met interessante hebbedingetjes zoals opdraaibare radiootjes enz.), www.CO2solidaire.org (franstalig), www.myclimate.org en www.atmosfair.de (duitstalig).
Dit alles heeft ervoor gezorgd dat we elk jaar we met zijn allen 245 miljoen keren de wereld rond reizen. Over twintig jaar zal dat nog meer dan twee keer zo veel zijn. Onze reisplannen en vakantiegewoontes drukken zwaar op het leefmilieu. De aandacht voor duurzame verplaatsingen stijgt wel gelukkig en dat is maar goed ook. Door duurzaam te reizen kunnen we de aardbol blijven verkennen en genieten van al die mooie plekken en ontmoetingen. Zo kies je best voor duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, met de fiets of te voet. Als je met het vliegtuig gaat, kan je de CO2-uitstoot die hierdoor veroorzaakt wordt compenseren (zie verder).
http://www.vakantievoetafdruk.nl
We kenden al de ‘ecologische voetafdruk.’ Wil je mee zijn, schrijf dan dit nieuwe ‘buzzword’ in je woordenschat: ‘vakantievoetafdruk.’ Gemiddeld gaan Belgen bijna drie keer per jaar op vakantie, waarvan de helft naar het buitenland. Reizen belast het milieu, of je nu met de autobus, de trein, de auto of het vliegtuig gaat. De manier van reizen, de bestemming, de activiteiten, het onderkomen, duur van de vakantie en het reisgezelschap bepalen de ‘mondiale voetafdruk’ van je vakantie, zeg maar, de hoeveelheid milieu die je vakantie kost. Op de site van de vakantieafdruk bereken je eenvoudig de voetafdruk van je vakantie in 5 stappen. Uiteraard kun je er ook de voetafdruk voor een geplande vakantie mee bepalen. Door het rekenmodel een paar keer achter elkaar te gebruiken en steeds je vakantie op een andere wijze in te vullen, kun je je Voetafdruk verkleinen.
Maak kennis met de nieuwe trend onder duurzame reizigers en bewust duurzame toeristen: klimaat gecompenseerd vliegen. We weten allemaal dat vliegen de meest vervuilende manier van verplaatsen is maar als je de wereld wil verkennen is het nu eenmaal moeilijk om niet langs een vliegveld te passeren… Je kunt natuurlijk trachten je vluchten te beperken tot de intercontinentale trajecten. Voor die vluchten kan je dan de geproduceerde CO² en methaan mee helpen compenseren via een hele reeks organisaties. Het komt erop neer dat ze voor jouw vlucht berekenen hoeveel bomen moeten gepland worden om jouw vlucht te compenseren, je betaalt hen daarvoor en je krijgt een certificaat dat geldt als bewijs. Een vlucht voor twee personen heen en terug naar Krakow in Polen kost je bijvoorbeeld 16 €. Deze vluchten heb ik gecompenseerd via www.greenseat.nl, de organisatie waar Joker sinds kort mee samenwerkt. Greenseat erkent 5 soorten reisoperatoren. Deze met 5 sterren hebben greenseat compensatie als vast onderdeel van de reizen die ze verkopen. Touroperators met één ster houden het bij een vermelding in brochure of website. Joker heeft (voorlopig) één ster. Je kan op de site trouwens de petitie ondertekenen om touroperators aan te zetten zich aan te sluiten en ook hun klanten te laten kennismaken met klimaat gecompenseerd vliegen. Spread the word!
Andere organisaties zijn www.treesfortravel.nl, www.carbonneutral.com (engelstalig, ook andere vormen van klimaat compensatie, een webwinkel met interessante hebbedingetjes zoals opdraaibare radiootjes enz.), www.CO2solidaire.org (franstalig), www.myclimate.org en www.atmosfair.de (duitstalig).
donderdag, april 30, 2009
Duurzaam Toerisme projecten in de praktijk
Enkele jaren geleden was er nog veel discussie over welke toeristische projecten op het terrein nu wel en welke niet het predicaat 'duurzaam' zouden mogen krijgen. Gesteld dat er al een wereldwijd vastgelegd kwaliteitslabel zou bestaan, wat nog niet echt het geval is. Maar ondertussen kan je al wel spreken van een soort consensus rond het 'wat' en 'hoe' van zo'n label. De meest van die elementen kennen we bij karavaan zeer goed, omdat we er zelf al jaren naar op zoek gaan in onze reizen: stimuleren van de lokale economie door zoveel mogelijk lokale producten te consumeren; Voor onze nachtrust vertrouwen op lokale hotelletjes; Respectvol omgaan met lokale culturen en sociale gevoeligheden; Bewust omgaan met onze impact op natuur en milieu; Betrekken van lokale bevolking bij de uitbouw van lokaal toerisme. Interessante projecten schieten ondertussen overal als paddenstoelen uit de grond. In deze LINK een kleine bloemlezing van mooie projecten die stuk voor stuk een verblijf waard zijn.
Een kritische bedenking van ontwikkelingsexperten op veel van dergelijke projecten gaat over het 'eigenaarschap' van het project. Vele projecten zijn nog steeds het resultaat van blanke investeringen en Westerlingen zijn nog vaak de enige eigenaar. Veronderstelt goede ontwikkeling niet dat lokale ondernemers of gemeenschappen zelf volwaardig eigenaar zijn? Anders blijf je tenslotte zitten in een afhankelijkheidspositie op het niveau werkgever-werknemer en hebben lokale mensen geen inbreng in het beheer van het project. Voorstanders spreken dan over de voorbeeldfunctie en multiplicatorfunctie. Slimme lokale ondernemers zouden 'goede praktijken' overnemen en mee inspelen op wensen van de alsmaar kritisch wordende toerist. En wat dan wanneer er lokaal geen minimumkapitaal te vinden is om de eerste investeringen te bekostigen? Hier is het zogenaamde 'community-toerisme' een interessante piste voor lokale gemeenschappen. Arme dorpjes op het platteland die kampen met een leegloop omwille van gebrek aan perspectieven. Ook hiervan enkele positieve voorbeelden in het zuiden.
Latijns-Amerika
Praia do Batoque is één van de vissersgemeenschappen in de Noord-Braziliaanse provincie Céara, bij de stad Fortaleza. Ze hebben hun toerisme in eigen handen genomen. Door er te verblijven steun je de gemeenschap en kom je waarschijnlijk terug met veel warme contacten. http://br.geocities.com/praiadobatoque/HOME.htm
Edsart Besier vertrok 13 jaar geleden uit Nederland naar Costa Rica. Hij timmerde aan de Caribische kust in het Zuiden van Costa Rica een hoge hut in een oude hoge boom, waar de golven van de Caribische zee altijd te horen zijn. Dit mondde uit in Costa Rica’s Tree House Lodge. De huizen zijn gebouwd van natuurlijk duurzaam en gedeeltelijk gerecycled materiaal. De verwarming en elektriciteit is op basis van zonne-energie: http://www.costaricatreehouse.com
Azië
Wie zoekt naar ecolodges in Indonesië kan terecht op Eco Lodges Indonesie. Bijvoorbeeld Bajo Komodo Eco Lodge in Labuan Bajo, FLORES. Vanaf daar kun je trips maken naar het eiland Komodo voor het zien van de komodovaraan. Deze lodge heeft milieuvriendelijke gebouwen neergezet, met gebruik van zonne-energie voor warm water, een uitgebreid water opvang systeem voor gebruik in de tuinen. Een lokale non-profit organisatie is eigenaar van de lodge met inzet van de lokale bevolking: http://www.ecolodgesindonesia.com
In het Zuiden van India, de provincie Kerala ligt de ecolodge Friday’s Place. De regio heeft een slechte reputatie door ongecontroleerde toeristische ontwikkelingen. Fridays Place is hier de eerste ecolodge die energiezuinig is en ecologisch gebouwd. Friday’s Place was ‘highly commended’ bij de first choice responsible awards in 2006: http://www.kukimedia.com/fridaysplace/index.htm
Afrika
Bulungula ligt aan de wilde kust van Zuid-Afrika, dicht bij Koffie Baai. Een geïsoleerde plek aan de Indische Oceaan. De Lodge gebruikt doet beroep op wind- en zonne-energie voor haar elektriciteit en voert een doorgedreven ecologisch beleid. De Lodge is voor 40% eigendom van het Nqileni-dorpje vlakbij. De bevolking is ook erg betrokken bij het beheer van de lodge en participeert in heel wat toeristische activiteiten: http://www.bulungula.com. Ze hebben als één van de eerste lodges die het Fair-trade label toegekend kregen, zoals je kan lezen op http://www.fairtourismsa.org.za.
Bishangari Lodge werd ooit door de VN naar voor geschoven als voorbeeld tijdens het internationaal jaar van het toerisme. Deze eerder duurdere lodge produceert zijn eigen energie. Ze steunen ook de lokale gemeenschappen in het opzetten van duurzame ontwikkeling projecten: http://www.bishangari.com
Een kritische bedenking van ontwikkelingsexperten op veel van dergelijke projecten gaat over het 'eigenaarschap' van het project. Vele projecten zijn nog steeds het resultaat van blanke investeringen en Westerlingen zijn nog vaak de enige eigenaar. Veronderstelt goede ontwikkeling niet dat lokale ondernemers of gemeenschappen zelf volwaardig eigenaar zijn? Anders blijf je tenslotte zitten in een afhankelijkheidspositie op het niveau werkgever-werknemer en hebben lokale mensen geen inbreng in het beheer van het project. Voorstanders spreken dan over de voorbeeldfunctie en multiplicatorfunctie. Slimme lokale ondernemers zouden 'goede praktijken' overnemen en mee inspelen op wensen van de alsmaar kritisch wordende toerist. En wat dan wanneer er lokaal geen minimumkapitaal te vinden is om de eerste investeringen te bekostigen? Hier is het zogenaamde 'community-toerisme' een interessante piste voor lokale gemeenschappen. Arme dorpjes op het platteland die kampen met een leegloop omwille van gebrek aan perspectieven. Ook hiervan enkele positieve voorbeelden in het zuiden.
Latijns-Amerika
Praia do Batoque is één van de vissersgemeenschappen in de Noord-Braziliaanse provincie Céara, bij de stad Fortaleza. Ze hebben hun toerisme in eigen handen genomen. Door er te verblijven steun je de gemeenschap en kom je waarschijnlijk terug met veel warme contacten. http://br.geocities.com/praiadobatoque/HOME.htm
Edsart Besier vertrok 13 jaar geleden uit Nederland naar Costa Rica. Hij timmerde aan de Caribische kust in het Zuiden van Costa Rica een hoge hut in een oude hoge boom, waar de golven van de Caribische zee altijd te horen zijn. Dit mondde uit in Costa Rica’s Tree House Lodge. De huizen zijn gebouwd van natuurlijk duurzaam en gedeeltelijk gerecycled materiaal. De verwarming en elektriciteit is op basis van zonne-energie: http://www.costaricatreehouse.com
Azië
Wie zoekt naar ecolodges in Indonesië kan terecht op Eco Lodges Indonesie. Bijvoorbeeld Bajo Komodo Eco Lodge in Labuan Bajo, FLORES. Vanaf daar kun je trips maken naar het eiland Komodo voor het zien van de komodovaraan. Deze lodge heeft milieuvriendelijke gebouwen neergezet, met gebruik van zonne-energie voor warm water, een uitgebreid water opvang systeem voor gebruik in de tuinen. Een lokale non-profit organisatie is eigenaar van de lodge met inzet van de lokale bevolking: http://www.ecolodgesindonesia.com
In het Zuiden van India, de provincie Kerala ligt de ecolodge Friday’s Place. De regio heeft een slechte reputatie door ongecontroleerde toeristische ontwikkelingen. Fridays Place is hier de eerste ecolodge die energiezuinig is en ecologisch gebouwd. Friday’s Place was ‘highly commended’ bij de first choice responsible awards in 2006: http://www.kukimedia.com/fridaysplace/index.htm
Afrika
Bulungula ligt aan de wilde kust van Zuid-Afrika, dicht bij Koffie Baai. Een geïsoleerde plek aan de Indische Oceaan. De Lodge gebruikt doet beroep op wind- en zonne-energie voor haar elektriciteit en voert een doorgedreven ecologisch beleid. De Lodge is voor 40% eigendom van het Nqileni-dorpje vlakbij. De bevolking is ook erg betrokken bij het beheer van de lodge en participeert in heel wat toeristische activiteiten: http://www.bulungula.com. Ze hebben als één van de eerste lodges die het Fair-trade label toegekend kregen, zoals je kan lezen op http://www.fairtourismsa.org.za.
Bishangari Lodge werd ooit door de VN naar voor geschoven als voorbeeld tijdens het internationaal jaar van het toerisme. Deze eerder duurdere lodge produceert zijn eigen energie. Ze steunen ook de lokale gemeenschappen in het opzetten van duurzame ontwikkeling projecten: http://www.bishangari.com
dinsdag, april 21, 2009
1492 – Annus horribilis voor Granada
In de oude Andalousische hoofdstad Granada stuit je overal op het jaar 1492. Een echt 'annus horribilis,' ook al beweert de traditionele lezing anders. De merkwaardige opeenvolging van gebeurtenissen die toen plaats vond had niet alleen gevolgen voor de stad Granada maar voor de hele wereld. De loop van de wereldgeschiedenis kreeg er een flinke nieuwe draai door. Vandaag werken de gevolgen van dat jaar nog steeds door in de Zuid-Spaanse stad. Geen bezoek aan Granada zonder een stukje in het moorse verleden te duiken. Op 2 januari 1492 overhandigde Boabdil, de laatste Moorse koning van het laatste stukje Moors Spanje de sleutels van de stad aan de nieuwe Christelijke machthebbers. De reconquista was daarmee volledig. Ferdinand en Isabella, het katholieke koningspaar van het nieuwe Spanje, gingen door op hun élan. In de lente van 1492 gaven ze hun steun aan een zekere Christoffel Colombus, die hen al maanden stalkte met het uiterst vreemde voorstel om via de Westelijke oceaan een nieuwe vaarroute te vinden naar de rijkdommen van India. Een heel onzekere en risicovolle onderneming waarin het vorstenpaar uiteindelijk toestemde. De roes van de overwinning wellicht? Toen Columbos op 3 augustus vertrok kon niemand bedenken dat hij een volledig nieuw continent zou openleggen als wingewest voor de Spaanse kroon. Op 12 oktober van datzelfde jaar zette Colombus voet aan wal in de Caraïben.
Fundamentalisme
Nog in 1492 werd in Spanje een edict uitgevaardigd dat 400.000 joden het land uit jaagde. Samen met de exodus van de moren naar Noord-Afrika betekende dat een enorme financiële en economische aderlating die Spanje pas in de late 20e eeuw te boven kwam, ondanks de enorme opbrengsten van de kolonies. Terwijl de welvarendste Moren de straat van Gibraltar overvluchtten werden duizenden achtergebleven Moren verplicht zich te bekeren tot het Christendom. Deze 'Moriscos'maakten in opeenvolgende golven van vervolging kennis met het katholieke fundamentalisme. De inquisitie woedde volop en iedereen die niet paste in het beeld van de Inquisitoren kwam in aanmerking voor de repressie.
In Granada startte na de overgave een lange periode van langzaam verval. Als je vanuit de oude stad de Rio Darro stroomopwaarts volgt, daar waar de vallei verdwijnt tussen de uitlopers van de Sierra Nevada, krijg je een idee van de armoede die hier heerste. Na behoorlijk wat klimwerk via de nauwe steegjes en steile trappen van het Albaicín (de oude Arabische wijk) passeer je haast ongemerkt de oude moorse stadsmuur. Welkom in Sacromonte. Hier maken de witgekalkte huizen plaats voor talloze uitgegraven holen in de bergwand. Eén van de vele legendes verhaalt hoe achtergebleven slaven op zoek gingen naar de schatten die hun Islamitische meesters zouden begraven hebben voor hun overhaast vertrek. Ze groeven honderden holen in de steile bergwand maar vonden niets. Totaal berooid, besloten ze te blijven en er hun permanente verblijfplaatsen in te richten. Een leuk verhaal maar waarschijnlijk van geen historische waarde. Toen later Zigeuners zich kwamen vestigen betrokken zij de 'grotten' van Sacromonte. Zij brachten een nieuwe kunstvorm naar Spanje: de flamenco, een Andalusische fusion die in de 20e eeuw Spanje's grootste muzikale exportproduct zou worden, ook al keek de rest van Spanje jaren neer op deze 'zigeuner-muziek.' Nog een buitenlandse gift aan Spanje.
Terug in in het drukke centrum bericht El Pais dat het nationale tv-station TVE werkt aan een nieuwe fictiereeks "Expulsados 1609: la tragedia de los moriscos" over de verdrijving van duizenden bekeerde Moren, die in de 17e eeuw haar hoogtepunt kende. Ook Spanje wil eindelijk in het reine komen met de minder fraaie kanten van zijn verleden.
De erfenis van Al Andaluz
Vandaag de dag floreert het toerisme in Granada, dankzij de Moorse erfenis kan je zeggen, zonder de waarheid geweld aan te doen. Het onvolprezen Alhambra trekt duizenden toeristen per jaar. Al Andaluz is nu een groots marketingargument, niet alleen voor de toeristische diensten van Andalucia maar ook voor propagandisten van een liberale Islam op de hele wereld. Toeristen van overal worden erdoor verleid - de oohs en aahs zijn niet van de lucht wanneer het lange wachten beloont wordt door de muren van virtuoos bewerkt albast en de kostbare mozaïek plafonds van ingelegd hout in het paleis van de sultan, het belangrijkste onderdeel van het Alhambra.
In het discours van Islam propagandisten gaan de namen van de herontdekte folosofen Ibn Khaldun en Averroës de laatste jaren vlot over de tong. Beide kwamen uit Al Andaluz. Ibn Khaldun wordt beschouwd als de grondlegger van de sociologie, Averroës leverde baanbrekend werk in de theoretische filosofie, ze hadden beide een zeer open kijk op religie. In hun teksten zien ze het bewijs dat de liberale, tolerante en intellectueel stimulerende Islam mogelijk is want ze bestond reeds: in het Moorse Spanje van voor de reconquista.
Hedendaagse inwijkelingen uit Marokko kiezen ondertussen meer voor het welvarende noorden van Spanje. Ze schuimen de straten van Barcelona af op zoek naar een beter leven. Andalucia is immers het arme broertje in de Spaanse federatie. Al merk je weinig van die relatieve armoede in de oude binnenstad van Granada waar de recente welvaart ook is doorgedrongen. In de oude wijken hebben slimme nieuwe Moriscos theehuizen geopend waar je in een 1000 en één nacht-achtige omgeving exotische thee's kan degusteren en waterpijp kan roken, iets wat vandaag de dag in Marokko helemaal als ouderwets wordt bekeken maar wat in Granada onder jonge rugzaktoeristen en anderen een echte hit bleek.
In het centrum van de stad daarentegen, daar stroomt het leven in de beste mediterrane traditie, op schaduwrijke straten en pleintjes, onder sinaasappelboompjes, met 'churros con chocalate' en veel geroezemoes. Hoe dan ook, Granada bezoeken is en blijft een verrukking.
maandag, april 20, 2009
Medisch toerisme moet bloeding Costa Ricaanse reissector stelpen
(IPS) SAN JOSÉ: Costa Rica probeert meer Amerikaanse toeristen zijn ziekenhuizen te leren kennen. Rijke buitenlanders die in het relatief goedkope vakantieparadijs hun gebit laten verzorgen of hun figuur doen corrigeren, moeten de achteruitgang goedmaken die het traditionele toerisme door de crisis doet optekenen.
Costa Rica heeft een internationale reclamecampagne gelanceerd om zogenaamde medische toeristen aan te lokken - buitenlanders die een exotische reis met een medische behandeling combineren. De regering probeert ook meer private ziekenhuizen te doen beantwoorden aan de strenge normen van de Joint Commission International (JCI), een internationale instantie die het medisch toerisme in goede banen probeert te leiden. Momenteel hebben maar drie Costa Ricaanse ziekenhuizen een accreditatie van de JCI, en dat zet een rem op de groei van de sector.
Medische ingrepen en een ziekenhuisverblijf zijn in nogal wat ontwikkelingslanden duidelijk goedkoper dan in rijke landen waar de sociale zekerheid te wensen overlaat. Landen als India, Thailand, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten verdienen daar al goed aan.
Medische hotels
Ook Costa Rica is geen nieuwkomer meer in de sector. Vorig jaar kreeg het kleine Midden-Amerikaanse land ongeveer 100.000 buitenlanders op bezoek die zich er lieten behandelen in een privé-ziekenhuis. Dat leverde het land naar schatting 60 miljoen dollar op, een toename met 20 procent tegenover 2007. Het voorbije jaar hebben in Costa Rica ook de eerste medische hotels de deuren geopend, instellingen met eigen medisch personeel, aangepaste kamers en alle luxe die vijfsterrenhotels te bieden hebben.
Minister van Toerisme Ricardo Benavides maakt zich sterk dat Costa Rica in de medische niche nog een veel groter internationaal marktaandeel kan verwerven dan de 1,5 procent waar het land nu is aanbeland. Die groei is hard nodig, want de internationale economische crisis heeft een negatief effect op het klassieke toerisme.
Costa Rica mikt vooral op Amerikaanse patiënten. Voor mensen uit het zuiden van de VS is het land vlakbij, er zijn goede vliegverbindingen tussen de twee landen en ook de hotelinfrastructuur en politieke stabiliteit vallen in de smaak van Amerikaanse bezoekers. De Wereldgezondheidsorganisatie oordeelt ook dat de Costa Ricaanse gezondheidssector beter is dan de Amerikaanse.
De medische disciplines die in Costa Rica de grootste aantrekkingskracht uitoefenen op buitenlandse bezoekers zijn oog- en tandheelkunde, gevolgd door plastische chirurgie, orthopedie, neurochirurgie en gynaecologie. Toeristen kunnen volgens de Costa Ricaanse regering tussen 30 en 60 procent besparen in vergelijking met wat ze thuis zouden betalen. Maar een bypassoperatie kan in de VS tot vier keer meer kosten dan in Costa Rica.
Buitenlandse patiënten en hun verwanten blijven gemiddeld twee weken in Costa Rica en geven daar meer dan 3.000 dollar aan uit, maar toch zijn ze nog duidelijk goedkoper af dan wanneer ze zich thuis laten verzorgen. Het is “evident” dat een behandeling in Costa Rica voor toeristen goedkoper is dan in eigen land, zegt minister Benavides, en de crisis maakt volgens hem dat steeds meer mensen daar gevoelig voor worden.
PD
Copyright IPS
Costa Rica heeft een internationale reclamecampagne gelanceerd om zogenaamde medische toeristen aan te lokken - buitenlanders die een exotische reis met een medische behandeling combineren. De regering probeert ook meer private ziekenhuizen te doen beantwoorden aan de strenge normen van de Joint Commission International (JCI), een internationale instantie die het medisch toerisme in goede banen probeert te leiden. Momenteel hebben maar drie Costa Ricaanse ziekenhuizen een accreditatie van de JCI, en dat zet een rem op de groei van de sector.
Medische ingrepen en een ziekenhuisverblijf zijn in nogal wat ontwikkelingslanden duidelijk goedkoper dan in rijke landen waar de sociale zekerheid te wensen overlaat. Landen als India, Thailand, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten verdienen daar al goed aan.
Medische hotels
Ook Costa Rica is geen nieuwkomer meer in de sector. Vorig jaar kreeg het kleine Midden-Amerikaanse land ongeveer 100.000 buitenlanders op bezoek die zich er lieten behandelen in een privé-ziekenhuis. Dat leverde het land naar schatting 60 miljoen dollar op, een toename met 20 procent tegenover 2007. Het voorbije jaar hebben in Costa Rica ook de eerste medische hotels de deuren geopend, instellingen met eigen medisch personeel, aangepaste kamers en alle luxe die vijfsterrenhotels te bieden hebben.
Minister van Toerisme Ricardo Benavides maakt zich sterk dat Costa Rica in de medische niche nog een veel groter internationaal marktaandeel kan verwerven dan de 1,5 procent waar het land nu is aanbeland. Die groei is hard nodig, want de internationale economische crisis heeft een negatief effect op het klassieke toerisme.
Costa Rica mikt vooral op Amerikaanse patiënten. Voor mensen uit het zuiden van de VS is het land vlakbij, er zijn goede vliegverbindingen tussen de twee landen en ook de hotelinfrastructuur en politieke stabiliteit vallen in de smaak van Amerikaanse bezoekers. De Wereldgezondheidsorganisatie oordeelt ook dat de Costa Ricaanse gezondheidssector beter is dan de Amerikaanse.
De medische disciplines die in Costa Rica de grootste aantrekkingskracht uitoefenen op buitenlandse bezoekers zijn oog- en tandheelkunde, gevolgd door plastische chirurgie, orthopedie, neurochirurgie en gynaecologie. Toeristen kunnen volgens de Costa Ricaanse regering tussen 30 en 60 procent besparen in vergelijking met wat ze thuis zouden betalen. Maar een bypassoperatie kan in de VS tot vier keer meer kosten dan in Costa Rica.
Buitenlandse patiënten en hun verwanten blijven gemiddeld twee weken in Costa Rica en geven daar meer dan 3.000 dollar aan uit, maar toch zijn ze nog duidelijk goedkoper af dan wanneer ze zich thuis laten verzorgen. Het is “evident” dat een behandeling in Costa Rica voor toeristen goedkoper is dan in eigen land, zegt minister Benavides, en de crisis maakt volgens hem dat steeds meer mensen daar gevoelig voor worden.
PD
Copyright IPS
dinsdag, maart 24, 2009
Crisis doet nadenken over duurzaam toerisme
Toerisme moet meer dan ooit rekening houden met het milieu en kan ook een rol spelen bij armoedebestrijding. Dat is de conclusie van een internationale bijeenkomst van experts in Québec. Tegelijk vragen critici zich af of het mooie concept van duurzaam toerisme wel op grote schaal in werkelijkheid kan worden omgezet. QUÉBEC: Het internationaal toerisme heeft al veel bijgedragen tot het behoud van de biodiversiteit. Zonder het toerisme zou Afrika geen nationale parken en natuurreservaten hebben en zou de Koraaldriehoek – de rijke wateren tussen Maleisië, de Filippijnen, Indonesië, de Salomonseilanden en Papoea-Nieuw-Guinea helemaal zijn leeggehaald door vissers, oordeelt Costas Christ, de voormalige voorzitter van de Internationale Vereniging voor Ecotoerisme. “En de Braziliaanse Pantanal, het grootste moerasgebied ter wereld, zou nu oneindige weide zijn waar runderen voor McDonalds geteeld zouden worden.”
Duurzaam heeft de toekomst
“De uitdaging is op een goede manier aan toerisme te doen”, vindt Christ, een van de 500 deelnemers aan de bijeenkomst van vorige week in Québec. De toeristische sector heeft veel fouten begaan, maar de laatste jaren doen de klimaatopwarming en andere milieuproblemen volgens Christ het bewustzijn groeien dat het toerisme alleen een toekomst heeft als het duurzaam wordt.
De Wereldorganisatie voor het Toerisme verwacht dat de omzet in de sector dit jaar met 2 procent zal dalen, na jaren van fabelachtige groei. Op veel plaatsen kampen hotels met onderbezetting. Maar misschien hebben die problemen ook positieve effecten. “De economische crisis is een kans om na te denken over hoe goed toerisme eruit moet zien”, vindt Christ.
De grote bedrijven in de toeristische sector zijn er al volop mee bezig. De Wereldraad voor Reizen en Toerisme, die de grootste honderd bedrijven in de sector verenigt, kondigde in februari aan dat zijn leden tegen 2020 hun CO2-uitstoot met 30 procent willen verminderen in vergelijking met 2005. Dat is heel wat voor een sector die waarschijnlijk nog fors zal groeien. Het voorbije decennium was die groei fenomenaal. In 2008 werden er zo al 920 miljoen internationale reizen geboekt. Het jaar daarvoor was de toeristische sector goed voor negen procent van het bruto wereldproduct en gaf hij werk aan tweehonderd miljoen mensen.
Toch is het de vraag of duurzaam toerisme geen luchtkasteel is. Het luchtverkeer is bijvoorbeeld een belangrijke producent van broeikasgassen. Duizenden kilometer vliegen om dan een week in een groen hotel in de jungle te verblijven, is niet echt groen reizen. Zelfs bij de compensatie van die massale uitstoot van CO2 – waarbij toeristen bijvoorbeeld herbebossingprojecten financieren – rijzen er vragen.
Toch ligt het volgens Christ voor de hand dat touroperators en hotelketens meer oog gaan krijgen voor het milieu. “In essentie komt toerisme neer op het verkopen van cultuur en natuur. “Ondernemers en politici moeten begrijpen dat ze die fundamenten moeten beschermen, want anders is er straks geen toeristische sector meer.”
Armoedebestrijding
Volgens Francesco Frangialli, de voormalige algemeen secretaris van de Wereldorganisatie voor het Toerisme, kan een milieubewuster toerisme meteen ook meer bijdragen tot armoedebestrijding. Zijn organisatie zette in 2002 een initiatief op dat duurzaam toerisme en armoedebestrijding verbindt. Nu lopen er onder die noemer wereldwijd al zeventig projecten. De bedoeling is dat het geld dat toeristen besteden en de investeringen die worden gedaan om hen te verwelkomen, zoveel mogelijk ten goede komen van arme gemeenschappen.
In de Mekongdelta in het noordoosten van Cambodja worden toeristen bijvoorbeeld begeleid op tochten waarbij ze de uiterst zeldzame zoetwaterdolfijnen kunnen zien. De bezoekers krijgen plaatselijke gidsen, slapen in de dorpen en eten plaatselijke producten. De extra inkomsten vullen het magere inkomen van de vissers in de streek aan en stellen hen in staat meer te doen voor de bescherming van de dolfijnen.
Dergelijke vormen van ecotoerisme hebben echter maar een aandeel van drie tot vier procent in de totale sector. Het is dus vooral zaak ook het massatoerisme, dat goed is voor meer dan de helft van de totale omzet, groener te maken.
Volgens Richard Butler, professor aan de Universiteit van het Schotse Strathclyde, moeten ondernemers en beleidsmakers het daarbij aandurven concreter te worden. “Sommige bestemmingen, zoals Antarctica, zouden geen optie mogen zijn voor het toerisme”, vindt hij. Er zijn ook andere beperkingen denkbaar, zoals op de afstanden die toeristen afleggen naar hun bestemming. Dergelijke afspraken maken is volgens Butler niet gemakkelijk, maar wel nodig. Als er dan ook meer toezicht komt op de aanbieders, wordt duurzaam toerisme meer dan een vaag begrip waar niemand tegen is maar dat netto gezien ook weinig oplevert voor het milieu.
(Copyright IPS)
Duurzaam heeft de toekomst
“De uitdaging is op een goede manier aan toerisme te doen”, vindt Christ, een van de 500 deelnemers aan de bijeenkomst van vorige week in Québec. De toeristische sector heeft veel fouten begaan, maar de laatste jaren doen de klimaatopwarming en andere milieuproblemen volgens Christ het bewustzijn groeien dat het toerisme alleen een toekomst heeft als het duurzaam wordt.
De Wereldorganisatie voor het Toerisme verwacht dat de omzet in de sector dit jaar met 2 procent zal dalen, na jaren van fabelachtige groei. Op veel plaatsen kampen hotels met onderbezetting. Maar misschien hebben die problemen ook positieve effecten. “De economische crisis is een kans om na te denken over hoe goed toerisme eruit moet zien”, vindt Christ.
De grote bedrijven in de toeristische sector zijn er al volop mee bezig. De Wereldraad voor Reizen en Toerisme, die de grootste honderd bedrijven in de sector verenigt, kondigde in februari aan dat zijn leden tegen 2020 hun CO2-uitstoot met 30 procent willen verminderen in vergelijking met 2005. Dat is heel wat voor een sector die waarschijnlijk nog fors zal groeien. Het voorbije decennium was die groei fenomenaal. In 2008 werden er zo al 920 miljoen internationale reizen geboekt. Het jaar daarvoor was de toeristische sector goed voor negen procent van het bruto wereldproduct en gaf hij werk aan tweehonderd miljoen mensen.
Toch is het de vraag of duurzaam toerisme geen luchtkasteel is. Het luchtverkeer is bijvoorbeeld een belangrijke producent van broeikasgassen. Duizenden kilometer vliegen om dan een week in een groen hotel in de jungle te verblijven, is niet echt groen reizen. Zelfs bij de compensatie van die massale uitstoot van CO2 – waarbij toeristen bijvoorbeeld herbebossingprojecten financieren – rijzen er vragen.
Toch ligt het volgens Christ voor de hand dat touroperators en hotelketens meer oog gaan krijgen voor het milieu. “In essentie komt toerisme neer op het verkopen van cultuur en natuur. “Ondernemers en politici moeten begrijpen dat ze die fundamenten moeten beschermen, want anders is er straks geen toeristische sector meer.”
Armoedebestrijding
Volgens Francesco Frangialli, de voormalige algemeen secretaris van de Wereldorganisatie voor het Toerisme, kan een milieubewuster toerisme meteen ook meer bijdragen tot armoedebestrijding. Zijn organisatie zette in 2002 een initiatief op dat duurzaam toerisme en armoedebestrijding verbindt. Nu lopen er onder die noemer wereldwijd al zeventig projecten. De bedoeling is dat het geld dat toeristen besteden en de investeringen die worden gedaan om hen te verwelkomen, zoveel mogelijk ten goede komen van arme gemeenschappen.
In de Mekongdelta in het noordoosten van Cambodja worden toeristen bijvoorbeeld begeleid op tochten waarbij ze de uiterst zeldzame zoetwaterdolfijnen kunnen zien. De bezoekers krijgen plaatselijke gidsen, slapen in de dorpen en eten plaatselijke producten. De extra inkomsten vullen het magere inkomen van de vissers in de streek aan en stellen hen in staat meer te doen voor de bescherming van de dolfijnen.
Dergelijke vormen van ecotoerisme hebben echter maar een aandeel van drie tot vier procent in de totale sector. Het is dus vooral zaak ook het massatoerisme, dat goed is voor meer dan de helft van de totale omzet, groener te maken.
Volgens Richard Butler, professor aan de Universiteit van het Schotse Strathclyde, moeten ondernemers en beleidsmakers het daarbij aandurven concreter te worden. “Sommige bestemmingen, zoals Antarctica, zouden geen optie mogen zijn voor het toerisme”, vindt hij. Er zijn ook andere beperkingen denkbaar, zoals op de afstanden die toeristen afleggen naar hun bestemming. Dergelijke afspraken maken is volgens Butler niet gemakkelijk, maar wel nodig. Als er dan ook meer toezicht komt op de aanbieders, wordt duurzaam toerisme meer dan een vaag begrip waar niemand tegen is maar dat netto gezien ook weinig oplevert voor het milieu.
(Copyright IPS)
maandag, maart 09, 2009
EL SALVADOR: Guerrillatoerisme probeert bossen en geheugen van El Salvador te redden
LA MONTAÑONA: De weg erheen is barslecht, maar de bestemming doet de lage rugpijn snel vergeten. La Montañona, een bebost bergmassief in het noorden van El Salvador, was ooit een bastion van het ook in België en Nederland bekende rebellenleger FMLN. Nu onthalen voormalige guerrillero’s er toeristen op een programma dat het midden houdt tussen ecotoerisme en een les hedendaagse geschiedenis.
Nog niet zo lang geleden was de Salvadoraanse burgeroorlog ook voor Belgen en Nederlanders een begrip. Belgen als Michaël De Witte, Rita Vanobberghen, Roger Ponseele en Karin Lievens kozen in de jaren 80 de kant van de rebellen. In 1982 werd Nederland geschokt door de moord op vier Nederlandse journalisten die het bloedige conflict versloegen. Solidariteitscomités en conservatieve politici leverden verhitte discussies over El Salvador.
Na twaalf jaar en 75.000 doden kwam er in 1992 een einde aan de burgeroorlog. El Salvador verdween uit het wereldnieuws. Het FMLN werd een politieke partij. In het land zelf doen de grote economische en maatschappelijke problemen de herinnering aan de gruwelijke tijd verbleken.
Tunnels
In La Montañona probeert een groep van 155 voormalige rebellen en bewoners “het collectieve geheugen” van het kleine land wakker te houden. De plaats heeft alles om toeristen te lokken. Het uitzicht vanop de keten van bergen en vulkanen op de grens met Honduras is adembenemend. Wandelpaden, kampeerterreinen en enkele vakantiehuisjes die met zonne-energie zijn uitgerust, laten bezoekers toe te genieten van de wilde natuur en de frisse lucht. Wie er oog voor heeft, kan zeldzame dieren en planten ontdekken.
“Maar de toeristen komen vooral voor de tunnels”, zegt Marco Tulio Calderón, de voorzitter van Corbelam, de organisatie die La Montañona toeristisch uitbaat. De vochtige onderaardse gangen voeren de bezoekers naar verschillende plaatsen vanwaar het FMLN sinds 1982 het verzet tegen de Salvadoraanse regering organiseerde. In een schuilplaats drie meter onder de grond bevond zich de apparatuur van Radioemisora Farabundo Martí (RFM), een zender die de Salvadoraanse bevolking voor de zaak van de rebellen moest winnen. Nauwe tunnels die doen denken aan het gangennetwerk van de Vietcong in Vietnam, voeren ook naar een onderaards ziekenhuis en andere schuilplaatsen van de rebellen. Bordjes geven uitleg.
Boven de grond getuigen diepe bomkraters en bomen met sporen van granaatsplinters van de hevige strijd die hier is geleverd. Het Salvadoraanse leger probeerde de strategische steunpunten van de rebellen te vernietigen, maar bleef tot op het einde van het conflict in het duister tasten. Zelfs van de eigen strijders kenden de meesten plaatsen als La Montañona niet.
“De grond is doordrenkt met het bloed van veel kameraden”, zegt Calderón. Hij is pas 37, een jonge veteraan uit de burgeroorlog. “Nu kunnen we de site aan de nieuwe generaties laten zien, zodat ze onze geschiedenis leren kennen.”
Duurzame ontwikkeling
“We willen de toeristen iets lichtverteerbaars bieden dat toch een waarheidsgetrouw beeld geeft van wat zich hier tijdens de oorlog afspeelde”, zegt Francisco Mejía, de schatbewaarder van Corbelam. “Tegelijk komt er geld binnen dat we kunnen inzetten om de bosgebieden duurzaam te beheren.” Dat is een hele uitdaging in een arme streek als Chalatenango, het departement waarin La Montañona ligt. Corbelam heeft onder meer een systeem met waterputten en waterleidingen aangelegd dat toelaat bosbranden sneller te bestrijden.
De plannen voor het beheer van La Montañona werden in 2006 uitgewerkt. De inspiratie kwam onder meer van Perquin, een bergdorpje in de noordoostelijke provincie Morazán dat bekend stond als de hoofdstad van de guerrilla. Daar is nu een Museum van de Revolutie gevestigd.
In La Montañona kwamen vorig jaar 1400 toeristen langs. Langzaam wordt de infrastructuur uitgebreid. Er wordt een restaurant gebouwd en er zijn plannen om de bewoners van de plaats te voorzien van stroom en drinkbaar water. Het grote probleem is de slechte staat van de weg die naar de streek voert. Die houdt veel bezoekers weg.
PD (copyright IPS Vlaanderen)
Meer berichten op http://www.ipsnews.be
Nog niet zo lang geleden was de Salvadoraanse burgeroorlog ook voor Belgen en Nederlanders een begrip. Belgen als Michaël De Witte, Rita Vanobberghen, Roger Ponseele en Karin Lievens kozen in de jaren 80 de kant van de rebellen. In 1982 werd Nederland geschokt door de moord op vier Nederlandse journalisten die het bloedige conflict versloegen. Solidariteitscomités en conservatieve politici leverden verhitte discussies over El Salvador.
Na twaalf jaar en 75.000 doden kwam er in 1992 een einde aan de burgeroorlog. El Salvador verdween uit het wereldnieuws. Het FMLN werd een politieke partij. In het land zelf doen de grote economische en maatschappelijke problemen de herinnering aan de gruwelijke tijd verbleken.
Tunnels
In La Montañona probeert een groep van 155 voormalige rebellen en bewoners “het collectieve geheugen” van het kleine land wakker te houden. De plaats heeft alles om toeristen te lokken. Het uitzicht vanop de keten van bergen en vulkanen op de grens met Honduras is adembenemend. Wandelpaden, kampeerterreinen en enkele vakantiehuisjes die met zonne-energie zijn uitgerust, laten bezoekers toe te genieten van de wilde natuur en de frisse lucht. Wie er oog voor heeft, kan zeldzame dieren en planten ontdekken.
“Maar de toeristen komen vooral voor de tunnels”, zegt Marco Tulio Calderón, de voorzitter van Corbelam, de organisatie die La Montañona toeristisch uitbaat. De vochtige onderaardse gangen voeren de bezoekers naar verschillende plaatsen vanwaar het FMLN sinds 1982 het verzet tegen de Salvadoraanse regering organiseerde. In een schuilplaats drie meter onder de grond bevond zich de apparatuur van Radioemisora Farabundo Martí (RFM), een zender die de Salvadoraanse bevolking voor de zaak van de rebellen moest winnen. Nauwe tunnels die doen denken aan het gangennetwerk van de Vietcong in Vietnam, voeren ook naar een onderaards ziekenhuis en andere schuilplaatsen van de rebellen. Bordjes geven uitleg.
Boven de grond getuigen diepe bomkraters en bomen met sporen van granaatsplinters van de hevige strijd die hier is geleverd. Het Salvadoraanse leger probeerde de strategische steunpunten van de rebellen te vernietigen, maar bleef tot op het einde van het conflict in het duister tasten. Zelfs van de eigen strijders kenden de meesten plaatsen als La Montañona niet.
“De grond is doordrenkt met het bloed van veel kameraden”, zegt Calderón. Hij is pas 37, een jonge veteraan uit de burgeroorlog. “Nu kunnen we de site aan de nieuwe generaties laten zien, zodat ze onze geschiedenis leren kennen.”
Duurzame ontwikkeling
“We willen de toeristen iets lichtverteerbaars bieden dat toch een waarheidsgetrouw beeld geeft van wat zich hier tijdens de oorlog afspeelde”, zegt Francisco Mejía, de schatbewaarder van Corbelam. “Tegelijk komt er geld binnen dat we kunnen inzetten om de bosgebieden duurzaam te beheren.” Dat is een hele uitdaging in een arme streek als Chalatenango, het departement waarin La Montañona ligt. Corbelam heeft onder meer een systeem met waterputten en waterleidingen aangelegd dat toelaat bosbranden sneller te bestrijden.
De plannen voor het beheer van La Montañona werden in 2006 uitgewerkt. De inspiratie kwam onder meer van Perquin, een bergdorpje in de noordoostelijke provincie Morazán dat bekend stond als de hoofdstad van de guerrilla. Daar is nu een Museum van de Revolutie gevestigd.
In La Montañona kwamen vorig jaar 1400 toeristen langs. Langzaam wordt de infrastructuur uitgebreid. Er wordt een restaurant gebouwd en er zijn plannen om de bewoners van de plaats te voorzien van stroom en drinkbaar water. Het grote probleem is de slechte staat van de weg die naar de streek voert. Die houdt veel bezoekers weg.
PD (copyright IPS Vlaanderen)
Meer berichten op http://www.ipsnews.be
dinsdag, november 11, 2008
DESTRUCTIVE HILTON RESORT WINS PRESTIGIOUS INTERNATIONAL PROPERTY PRIZE
Het Bimini Bay Resort op de Bahamas bedreigt het levensonderhoud van lokale dorpen en heeft een vernietigend effect op het fragiele ecosysteem van het eiland. Zo belet het resort lokale bewoners de toegang tot hun eigen land en hun belangrijkste bron van inkomsten: de zee. Grote stukken kustlijn werden bewerkt, de zeebodem werd 'schoongeveegd' en baaien werden opgevuld met zout om plaats te maken voor luxueze appartementen, een casino een jachthaven voor 'mega-jachten.' De verzilting van belangrijke broedgebieden voor vis en zeeslakken zorgt ervoor dat deze soorten in sneltreintempo verdwijnen. Net die soorten waarop lokale vissers sinds mensenheugenis jagen. En precies dit project wint een prestigieuze internationale prijs, de "CNBC International Property Awards." Voor het hotel-onderdeel tekende Hilton samen met de exlusieve keten van Conrad hotels in Brussel een overeenkomst met ontwikkelaar Capo groep.
vrijdag, oktober 03, 2008
Hotels in Uganda moeten zich voortaan schikken aan nieuwe CAO
Het moet niet altijd slecht nieuws zijn. Soms wordt er echt vooruitgang geboekt. Het Uganda hotels, voedsel, toerisme en aanverwante werkers vakbond (UHFTAWU) slaagde erin te komen tot een collectieve overeenkomst met 's lands belangrijkste koepel van hoteleigenaren. De strijd voor een nationale overeenkomst met de werknemers was een vakbondsprioriteit sinds 2001 met zware conflicten en rechtszaken tegen verschillende belangrijke hotels. De nieuwe CAO geldt voor alle hotels die lid zijn van de koepel.
donderdag, september 25, 2008
Sheherazades weblog oftewel duurzaam toerisme in Marokko
In dit boek uit 2006 van Fatima Mernissi dat pas vertaald werd in het Nederlands geeft de Marokkaanse sociologe blijk van een aanstekelijk optimisme. Ze schreef dit boek enerzijds om Marokkaanse jongeren een hart onder de riem te steken en anderzijds om westerse toeristen te laten zien dat Marokko meer te bieden heeft dan oude Keizersteden en woestijnlandschappen. Spijtig genoeg is 'Sheherazades weblog' niet zo goed geschreven als haar andere boeken. De kans op ergernissen is ook niet gering gezien haar nogal stoeferig kokketeren met de prijzen die ze kreeg. Ook het hoge gehalte aan voluntarisme waarmee ze de mensen die ze aan het woord laat op een voetstuk plaatst heeft soms iets gênant. Uit de tekst blijkt gelukkig dat al deze mensen die iets bijzonders hebben gerealiseerd meestal beter weten dan zij hoe de wereld in elkaar zit en met meer realiteitszin hun ding doen. Daarom heeft haar bij wijle essayistisch betoog over de veronderstelde link tussen satellietschotels, traditionele tapijtweverij, internet en civiele maatschappij vooral een documentaire waarde. Een boek om wel degelijk in je reistas te steken als je Marokko bezoekt. En oh ja, neem dan vooral ook "het verboden dakterras" of één van Mernissi's andere boeken mee. Fatima Mernissi gelooft dat satellietschotels de traditie van het verhaal terug hebben gegeven aan het volk. Ze verwijst daarmee naar nieuwe Arabische soaps die regelmatig heikele onderwerpen aansnijden en grenzen verleggen in de conservatieve samenlevingen van de Maghreb. Een stelling waarmee nogal gemakkelijk wordt geschermd, maar het is natuurlijk niet het volk dat de scenario's van dergelijke verhalen schrijft. Het valt echter niet te ontkennen dat soapseries zaken kunnen losmaken. De auteur heeft het ook over de fameuze Moudawana, de vooruitstrevende Marokkaanse familiewet die in 2004 gestemd werd. Ze vermeldt er echter niet bij dat de wet nauwelijks wordt toegepast, enerzijds omdat rechters onwillig zijn en anderzijds omdat arme plattelandsvrouwen, die er het meest baat bij hebben, de wet niet kennen. Het is een lang proces omdat de weerstanden groot zijn. Volgens de coördinator van Badès, een marokkaanse ngo uit Al-Hoceima, kan het nog 15 jaar duren voor de wet echt ingeburgerd is.
Burgerinitiatieven en democratie
Toch beweegt er heel wat in de Marokkaanse maatschappij. En dat heeft niet weinig te maken met het volkse verlangen naar meer inspraak. Net zoals Amartya Sen verwijst Mernissi naar voorbeelden uit de Afrikaanse geschiedenis om aan te tonen dat de democratie geen "bijna unieke genetische eigenschap is van de Europeanen en hun Griekse voorouders," dat m.a.w. de bewering dat democratie alleen in Europa kon ontstaan een volbloed mythe is. Eén van haar argumenten is het feit dat de Marokkaanse overheid jarenlang de oprichting van verenigingen tegenhield. "Samenwerkende burgers, daar houden despoten niet van die het monopolie van de macht aan de top van de hiërarchie willen behouden." De democratische verzuchting van het volk om een zeg te hebben in het beleid kan ook lang onderdrukt worden door onwillige heersers. Alexis de Tocqueville zei het al in de 19e eeuw: "Het despotisme, dat van nature al angstig is aangelegd, zal er om zich veilig te voelen alles aan doen om mensen te isoleren: een despoot vergeeft zijn burgers tamelijk eenvoudig dat ze hem niet zien zitten, als ze elkaar ook maar niet zien zitten."
Ter illustratie haalt Mernissi vele burgerinitiatieven aan. Die ontstaan overal in het land en maken met hun democratiserende en educatieve werking dat mannen en vrouwen nader tot elkaar groeien. "Solidariteit heeft een nieuw gevoel voor eigenwaarde, niet alleen aan wie geholpen wordt maar ook aan de mensen die zich inzetten." Om zeker te zijn dat we haar goed begrijpen voegt ze er aan toe: "Ga nu niet roepen dat de solidariteit voort komt uit de solidariteit van familieclans, want dan zou u de revolutionaire draagwijdte van deze explosieve groei aan burgerzin ontgaan!"
Tapijten en het internet
Nog een opmerkelijke vaststelling van de auteur: "de kolonisatie (hoe wreed die ook was) heeft ertoe bijgedragen dat we beter naar onszelf zijn gaan kijken, dankzij de blik van de buitenstaander." En nog: "In Marokko hebben we buitenlanders nodig gehad, zoals die van generaal Lyautey, die een decreet ondertekende dat onder meer een staatsstempel instelde om de kwaliteit en authenticiteit van het Marokkaanse tapijt moest waarborgen." Het tapijt speelde een belangrijke rol in de herontdekking van het verleden en terwijl in het traditionele Marokko werd neergekeken op alle volkskunsten was er dus een buitenlander nodig om de waarde van de tapijtkunst te erkennen en daarmee de strategische rol van de plattelandsvrouwen als hoeder van het erfgoed. Natuurlijk kwam het de Fransen heel goed uit dat de gekoloniseerde mannen hun vrouwen sluierden. Zich losmaken van de traditie werd door de kolonisator als een bedreiging gezien. Dus werkten ze ook de bestendiging van de traditionele man-vrouw verhoudingen in de hand.
Maar tapijten zijn meer dan enkel een stuk volkscultuur en een uitdrukkingsmiddel voor analfabete vrouwen. Mernissi grijpt terug naar de oude reiziger Odysseus en de legende van de draad van zijn vrouw Penelope. Als Penelope niet was blijven weven tijdens zijn eindeloze reis, dan was Odysseus bezweken voor de charmes van Calypso, de wispelturige godin die verliefd was op de beroemde reiziger. Terwijl vrijers haar belaagden, haar zoon Telemachus bedreigd werd en ze jaren geen nieuws hoorde over haar man, volhardde Penelope en redde daarmee haar man en haar huwelijk. De belangrijkste functie van een mythe: hoe ons leven op orde krijgen in de chaos om ons heen. En dat doen duizenden Marokkaanse vrouwen net zoals Penelope, weven om grip te krijgen op de wereld om hen heen. Zo weven vele van deze vrouwen ware kunstwerken en kunnen ze zich een behoorlijk en consistent inkomen verwerven. De cijfers bewijzen het: in de jaren '80 was Marokko wereldwijd de vijfde producent van handgeknoopte tapijten, net na veel grotere landen als Iran, India, pakistan en China. Daarmee is meteen de moderne mythe ontmaskerd van de zogenaamde improductiviteit van vrouwen.
Tijdens haar gesprekken met de weefsters contempleert Mernissi de kracht van gewone mensen (vrouwen) die nog niet gemoderniseerd zijn. Mernissi voert verschillende vrouwen op, zoals Chaïbia Talal, de Marokkaanse schilderes die met haar heel eigen 'naïeve' stijl furore maakte over de hele wereld en de weg vrij maakte voor vele andere vrouwelijke kunstenaars. Chaïba was een meisje uit de laagste en armste milieus in Casablanca. Ze werd op haar dertiende uitgehuwelijkt en moest op haar 15e, na de dood van haar man, zichzelf met een kind in de armen alleen zien te redden in Casablanca. Mernissi heeft naar eigen zeggen nooit begrepen waarom je moet kiezen tussen traditie en moderniteit. Een nogal vreemde opmerking voor iemand die zelf carrière heeft gemaakt in de academische wereld en als gelauwerde schrijfster Marokko een nieuw gezicht heeft gegeven in het buitenland. Volgens haar is dit één van de geheimen van de nieuwe Arabische generaties, zij voelen zich thuis in de schijnbare tweespalt tussen traditie en moderniteit. Het is een mooie voorstelling van zaken maar uiteindelijk niet uniek voor Arabische jongeren. Niet alleen zijn de mogelijkheden tot kennisverwerving en interactie van het internet revolutionair, ze waren ook nooit zo bereikbaar en goedkoop. Ten bewijze de enorme groei van de Blogosfeer op het Afrikaanse continent van de laatste jaren. Dat jongeren met weinig kansen uit arme landen zich hierop gooien is gewoon een bewijs van hun gezond verstand. De combinatie van satelliettv, internet en burgerinitiatieven hebben jongeren uit het dal gehaald. Dat zeggen jonge kunstenaars zelf in de woestijnstad Zagora, één van de plekken waar Mernissi op zoek gaat naar de nieuwe initiatieven. Ze richtten hun eigen atelier op en boorden via het web een wereldwijde clandisie van reizigers aan.
Traditionele tapijtmotieven bevatten vaak pictogrammen uit een verloren taal, tekens die deel uitmaken van het Tinifagh, dat werd gesproken door de berbers, de Toeareg van de Sahara. Socioloog Abdelkebir Khatibi onderzocht deze oude uitdrukkingsvorm en concludeert dat het gaat om "een beeldende talisman van de vrouw." Fatima Mernissi legt een haast spiritueel verband tussen de digitale communicatietechnologie en de traditionele tapijtweverijen. In beide gevallen wordt een web geweven, letterlijk en in overdrachtelijke zin. Ik zou daar aan toevoegen: cultuurproductie is een complex proces van abstrahering van persoonlijke en collectieve ervaringen waarbij het beste uit de menselijke natuur geactiveerd wordt: gevoeligheid, concentratie, liefde en spiritualiteit. De taalvormen en de vormentaal die daar uit komen is van oneindige variëteit, net als de natuur zelf. De mens creëert voortdurend nieuwe platformen voor culturele uitingen maar vernietigt er ook regelmatig. Als een taal verloren gaat (gemiddeld één keer per twee weken verdwijnt één van de 6000 bekende talen) betekent dat een haast onherstelbaar verloren gaan van unieke menselijke ervaringen. Elke kunst- of ambachtsvorm die dat proces tegengaat is waardevol.
Sheherazades weblog bulkt van de interessante contacten inclusief bijhorende telefoonnummers en e-mail adressen. Het boek wordt bovendien vergezeld van een dringende oproep om deze mensen te contacteren en hen te ontmoeten. Fatima Mernissi moedigt elk reiziger en toerist aan om zich te verdiepen in lokale cultuur en bvb een cursus Amazigh te volgen. Dat is de berbertaal die een ware Renaissance doormaakt en die je nu zelf kan leren in het centrum Tariq ibn Ziad in de hoofdstad Rabat. Uit zo'n ontmoetingen hoopt Mernissi dat mensen nader tot elkaar komen. Wellicht wil ze vooral meewerken aan de opstand van een nieuwe economische sector die haar land mee naar de voorhoede kan stuwen van de felgeplaagde Maghreb, maar dat is dan ook een zeer eerbaar doel.
Sheherazades weblog van Fatima Mernissi,
Hardcover | 255 Pagina's | Uitgeverij De Geus
ISBN10: 9044508857 | ISBN13: 9789044508857
woensdag, september 10, 2008
Toerisme en oliekoorts dreigen Noordpoolgebieden de das om te doen
UXBRIDGE, CANADA, 9 september 2008 (IPS) - De opwarming van de aarde richt een ravage aan binnen de poolcirkels, en toch nemen de exploitatie van olie- en gasvoorraden, de scheepvaart en het toerisme er ongeremd toe. In het IJslandse Akureyri proberen wetenschappers deze week in allerijl een consensus te vinden over hoe het kwetsbare milieu van de poolgebieden beter kan worden beschermd. Tot voor enkele decennia was de zuidpoolregio ontoegankelijk voor gewone stervelingen; nu boeken per jaar al meer dan 40.000 mensen een cruise naar de randen van de ijswoestijn. In november vorig jaar kapseisde een schip met 150 toeristen in de buurt van de ijsgrens. De opvarenden konden worden gered door andere schepen in de buurt en er lekte geen olie in het water. “Maar er zullen meer ongevallen gebeuren, en we zullen niet altijd zoveel geluk hebben”, waarschuwt David Leary van het Instituut voor Gevorderde Studies van de Universiteit van de Verenigde Naties (UNU-IAS). Zijn instelling organiseert samen met de Universiteit van Akureyri op IJsland de bijeenkomst van bezorgde poolwetenschappers.
Lees het volledig artikel
Lees het volledig artikel
donderdag, september 04, 2008
Toerisme moet mee betalen voor schoon water
Vietnam begint met een experiment om drinkwatermaatschappijen, waterkrachtcentrales en ondernemingen uit de toeristische sector te laten betalen voor de aanvoer van voldoende en zuiver rivierwater. Vanaf oktober vloeit dat geld naar arme gemeenschappen stroomopwaarts. Zij moeten in ruil zorg dragen voor de bossen en waterlopen in het stroomgebied. Zo meldt een IPS bericht vandaag. Het wordt tijd dat de toeristische sector en dus de toerist zelf ook meebetaald voor de meestal grote hoeveelheden water die ze gebruiken in het land van hun vakantie. Zo'n systeem kan op langere termijn een bewustmakingseffect hebben. En dat is nodig. Want na de landbouw en de industrie is het toerisme een grootverbruiker. En dat vaak in fragiele gebieden met precaire bevoorrading door schaarse waterbronnen.
Als het project in Vietnam goed loopt kan het een model worden voor de wereld.
Als het project in Vietnam goed loopt kan het een model worden voor de wereld.
vrijdag, augustus 29, 2008
Mondiale busverhalen op MO*-site
Het openbaar vervoer is het preferentiële vervoermiddel voor iedereen die in het verre buitenland op een duurzame manier willen reizen maar die bovendien de couleur locale aan de lijve wil ondervinden. Een avontuurlijke ingesteldheid kan vaak helpen. Dat het openbaar vervoer je in veel landen in het zuiden op meer en kleinere plaatsjes kan brengen dan hier in eigen land staat buiten kijf. Op de MO* site vonden ze een aantal bloggers bereid om hieromtrent hun ervaringen te noteren. Er zijn bloggers bij vanuit China, Colombia, Ecuador, Haiti, India, Kyrgyzstan. Voor wie eens wil vergelijken.
maandag, augustus 18, 2008
Community-based toerisme: leren van elkaar is het beste
Op de Karavaan website een kort maar interessant interview met Christine Pluss, de onvermoeibare duurzaam toerisme experte van het Zwitserse Akte. Christine was in het Braziliaanse Fortaleza waar ze sprak op een internationale conferentie. In haar toespraak benadrukte ze het belang van onderlinge afstemming en ontmoeting onder 'community-based' tourisme (CBT) initiatieven. Veel meer dan van internationale experten kunnen lokale gemeenschappen leren van de ervaringen van andere gemeenschappen die al een stuk verder staan in de uitbouw van hun toerisme.Bij het doorploegen van mijn berichten van de voorbije maand kwam ik verschillende berichten tegen die vermeldenswaard zijn. Een overzicht van de oogst:
Net zoals overal staan in Mexico de Mangrove-wouden sterk onder druk. Nu is er ook een economische prijs geplakt op de vernietiging van dit unieke biotoop, met een nieuwe studie: "Mexicaanse visserij lijdt onder kap mangroves (IPS)". Meer gedaïlleerde info op Science-daily.
In Burkina-Faso wil de Minister van Milieu iedereen die woont in beschermde gebieden verplichten om te verhuizen. Gelukkig denkt Moustapha Sarr, algemeen directeur van het Park Bangréwéogo in de buurt van Ouagadougou, daar anders over: "Burkina wil mensen weg uit laatste bossen (IPS)"
Wist je dat er in moerassen, veengebieden, rivierdelta’s, toendra’s en lagunes 771 miljard ton broeikasgassen opgeslagen liggen. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid broeikasgassen die zich nu in de atmosfeer bevindt. Nochtans beslaan deze gebieden maar zes procent van het landoppervlakte op aarde. Eén keer raden wat er zou gebeuren als deze gebieden massaal droog vallen... Denk daar maar eens aan als je nog eens zo'n gebied bezoekt: "Moerassen zijn tikkende klimaatbommen (IPS)"
donderdag, augustus 14, 2008
Wat een prachtig land zou Palestina kunnen zijn
Mario Bergen volgt de toestand in Palestina op met de vasthoudendheid van een pitbull. Hij schreef recent een enigszins utopische maar toch wervende opinie over de toeristische mogelijkheden van het land:
Palestina zou een toeristische bestemming zijn bij uitstek met talrijke archeologische sites en 50.000 historische gebouwen. Men zou er drie-, vier- en vijfsterrenhotels voor toeristen en zakenlieden kunnen bouwen en prachtige middeleeuwse wolkenkrabbers met prachtig houtsnijwerk en decoraties zoals men die nog altijd aantreft in Jemen. Flatgebouwen met ruime kamers voor de grote gezinnen, hoger gelegen vertrekken voor de gasten met een uitzicht op de stad en de benedenkamer voor de dieren en opslag van levensmiddelen.
Met alle miljarden euro's die sinds de oprichting van de staat Israël werden gestolen van het Palestijnse volk, zou dit een welvarend land zijn geweest. Men zou er aan landbouw kunnen doen met een verscheidenheid aan gewassen, olijfgaarden en het sappigste fruit uit de Levant. Toeristen zouden kunnen zonnen op het strand van de Gazastrook. En genieten van kleurige cocktails bestaande uit de vele vruchten in het land van melk en honing. De gasbel voor de kust zou men kunnen ontginnen voor eigen gebruik en verkoop aan de buurlanden.
Men zou de soeks kunnen bezoeken met een calèche, kunnen surfen, zeilen, snorkelen en jetskiën in de Middellandse Zee. Men zou uitstappen kunnen maken naar de Sinai, Jericho en Amman. Of voor rijke toeristen met de helikopter of zeppelin Palestina overvliegen. Men kan excursies organiseren en moskeeën, muurschilderingen, tempels, Bethlehem en andere dorpen bewonderen. De gastvrijheid, de waterpijp, de mezze, het afdingen in de soek met lederwaren, specerijen, sieraden, enz. En een bezoek brengen aan de specialisten in houtsnijwerk, een pottenbakkersdorpje, een lokale synagoge, de glasblazerij, de textielfabriek, een jeepsafari of een boot met glazen bodem voor de kust van de Gazastrook. Op slechts enkele uren vliegen vanuit Europa zou het toerisme voor de wind gaan.
Ook zou de meubel- en textielindustrie uitvoeren naar het hele Midden-Oosten. Toeristen zouden een bezoek kunnen brengen aan bergoases en bedoeienenkampen, graftempels bezoeken, quadsafari met ook kleine quad en gocarts voor kindjes, zandsurfen, hengelen, zwemmen, duiken, trekken in bergdorpjes, paardrijden, een kamelentrip, sterrenkijken, een orientaalse show met fakir, buikdanseressen, slangenvrouwen, vuurspuwers, een tochtje met een ezeltje of een kameel. Arabische artiesten zouden kunnen optreden voor duizenden inwoners en toeristen in archeologische theaters naar voorbeeld van Bosra in Syrië of Amman of Jerash in Jordanië. Men zou een animatiepark kunnen oprichten, een park met krokodillen en vele musea. Toeristen zouden prachtige foto's kunnen maken op talrijke plaatsen.
Vakanties speciaal voor kinderen met een logement in een riyad, een bezoek aan een Palestijnse school, samen spelen op Palestijnse muziekinstrumenten zoals er velen zijn: de oud, yarghool (yarghul), shubbabbah, buzuq, kawala, mijwiz, mizmar, daf, durbakeh, mazhar, mirwas, riq, tar, tabl, krakebs, mihbaj en de sagat (zagat) . Kinderen zullen kunnen knutselen met Palestijnse kinderen, met waskokrijtjes werken, schilderen en traditionele volksspelen uit Palestina beoefenen, zaklopen, volksdansen, theater, circus, oude gezelschapsspelen, enz.
s'Avonds in de hotels en gasthuizen zouden er dichters, buikdansers en zangers van liefdes- en verzetsliederen kunnen optreden. In de souk zou men oude postkaarten kunnen kopen en juwelen zouden volgens de oude traditie worden gemaakt. Men zou tarwe, gerst, dura, maïs, sesam, olijfolie, zeep, sinaasappelen, groenten en katoen kunnen uitvoeren naar heel Europa. Olijven, vijgen, druiven, kweeperen, pruimen, appelen, dadels, okkernoten, amandelen, jujubes en bananen zouden in de Delhaize en Colruyt liggen naast fruit van Spanje en ander landen.
Men zou een relaxatie vakantie kunnen doen voor de gezondheid en vitaliteit, kuren voor luchtwegen en stembanden, kuren voor het bewegingsapparaat, kuren met mineraalrijk water, massage, Arabische hammam, kuur aan de Dode Zee met modder, jaccuzzi, een kuurband met kruiden, aromatherapie met Arabische muziek en dagelijks vers fruit en versgeperst fruitsap uit de paradijstuinen van Palestina in de hotelkamer. Palestina heeft zoveel mogelijkheden mocht het een vrij land zijn!
Maar Israëlische bezetting, militaire invallen, het blokkeren van handel en vrije verplaatsing door 600 checkpoints, de Apartheidsmuur, de boycot en de afgrendeling van de Palestijnse gebieden van de rest van de wereld maken dit onmogelijk. Palestina is het land van melk en honing, maar iemand heeft de pot honing en de fles melk aan diggelen laten vallen zodat niemand er momenteel baat bij heeft.
Mario Bergen, Leuven
Lees ook: "Palestine & Palestinians: uitmuntende reisgids van de Alternative Tourism Group".
Palestina zou een toeristische bestemming zijn bij uitstek met talrijke archeologische sites en 50.000 historische gebouwen. Men zou er drie-, vier- en vijfsterrenhotels voor toeristen en zakenlieden kunnen bouwen en prachtige middeleeuwse wolkenkrabbers met prachtig houtsnijwerk en decoraties zoals men die nog altijd aantreft in Jemen. Flatgebouwen met ruime kamers voor de grote gezinnen, hoger gelegen vertrekken voor de gasten met een uitzicht op de stad en de benedenkamer voor de dieren en opslag van levensmiddelen.
Met alle miljarden euro's die sinds de oprichting van de staat Israël werden gestolen van het Palestijnse volk, zou dit een welvarend land zijn geweest. Men zou er aan landbouw kunnen doen met een verscheidenheid aan gewassen, olijfgaarden en het sappigste fruit uit de Levant. Toeristen zouden kunnen zonnen op het strand van de Gazastrook. En genieten van kleurige cocktails bestaande uit de vele vruchten in het land van melk en honing. De gasbel voor de kust zou men kunnen ontginnen voor eigen gebruik en verkoop aan de buurlanden.
Men zou de soeks kunnen bezoeken met een calèche, kunnen surfen, zeilen, snorkelen en jetskiën in de Middellandse Zee. Men zou uitstappen kunnen maken naar de Sinai, Jericho en Amman. Of voor rijke toeristen met de helikopter of zeppelin Palestina overvliegen. Men kan excursies organiseren en moskeeën, muurschilderingen, tempels, Bethlehem en andere dorpen bewonderen. De gastvrijheid, de waterpijp, de mezze, het afdingen in de soek met lederwaren, specerijen, sieraden, enz. En een bezoek brengen aan de specialisten in houtsnijwerk, een pottenbakkersdorpje, een lokale synagoge, de glasblazerij, de textielfabriek, een jeepsafari of een boot met glazen bodem voor de kust van de Gazastrook. Op slechts enkele uren vliegen vanuit Europa zou het toerisme voor de wind gaan.
Ook zou de meubel- en textielindustrie uitvoeren naar het hele Midden-Oosten. Toeristen zouden een bezoek kunnen brengen aan bergoases en bedoeienenkampen, graftempels bezoeken, quadsafari met ook kleine quad en gocarts voor kindjes, zandsurfen, hengelen, zwemmen, duiken, trekken in bergdorpjes, paardrijden, een kamelentrip, sterrenkijken, een orientaalse show met fakir, buikdanseressen, slangenvrouwen, vuurspuwers, een tochtje met een ezeltje of een kameel. Arabische artiesten zouden kunnen optreden voor duizenden inwoners en toeristen in archeologische theaters naar voorbeeld van Bosra in Syrië of Amman of Jerash in Jordanië. Men zou een animatiepark kunnen oprichten, een park met krokodillen en vele musea. Toeristen zouden prachtige foto's kunnen maken op talrijke plaatsen.
Vakanties speciaal voor kinderen met een logement in een riyad, een bezoek aan een Palestijnse school, samen spelen op Palestijnse muziekinstrumenten zoals er velen zijn: de oud, yarghool (yarghul), shubbabbah, buzuq, kawala, mijwiz, mizmar, daf, durbakeh, mazhar, mirwas, riq, tar, tabl, krakebs, mihbaj en de sagat (zagat) . Kinderen zullen kunnen knutselen met Palestijnse kinderen, met waskokrijtjes werken, schilderen en traditionele volksspelen uit Palestina beoefenen, zaklopen, volksdansen, theater, circus, oude gezelschapsspelen, enz.
s'Avonds in de hotels en gasthuizen zouden er dichters, buikdansers en zangers van liefdes- en verzetsliederen kunnen optreden. In de souk zou men oude postkaarten kunnen kopen en juwelen zouden volgens de oude traditie worden gemaakt. Men zou tarwe, gerst, dura, maïs, sesam, olijfolie, zeep, sinaasappelen, groenten en katoen kunnen uitvoeren naar heel Europa. Olijven, vijgen, druiven, kweeperen, pruimen, appelen, dadels, okkernoten, amandelen, jujubes en bananen zouden in de Delhaize en Colruyt liggen naast fruit van Spanje en ander landen.
Men zou een relaxatie vakantie kunnen doen voor de gezondheid en vitaliteit, kuren voor luchtwegen en stembanden, kuren voor het bewegingsapparaat, kuren met mineraalrijk water, massage, Arabische hammam, kuur aan de Dode Zee met modder, jaccuzzi, een kuurband met kruiden, aromatherapie met Arabische muziek en dagelijks vers fruit en versgeperst fruitsap uit de paradijstuinen van Palestina in de hotelkamer. Palestina heeft zoveel mogelijkheden mocht het een vrij land zijn!
Maar Israëlische bezetting, militaire invallen, het blokkeren van handel en vrije verplaatsing door 600 checkpoints, de Apartheidsmuur, de boycot en de afgrendeling van de Palestijnse gebieden van de rest van de wereld maken dit onmogelijk. Palestina is het land van melk en honing, maar iemand heeft de pot honing en de fles melk aan diggelen laten vallen zodat niemand er momenteel baat bij heeft.
Mario Bergen, Leuven
Lees ook: "Palestine & Palestinians: uitmuntende reisgids van de Alternative Tourism Group".
De fietsvriendelijkheid van Oostelijk Europa
Na een weldoende vakantie in het nog steeds met een landklimaat gezegende oosten van Europa is dit natte land aan de Noordzee wat je noemt een echte terugkeer tot de werkelijkheid. In de krant lees ik dat dit soort kwakkelzomers de toekomst worden voor ons. En dan is dat nog zonder dat de klimaatcrisis de golfstroom doet stilvallen... Afijn, als je het echt wil weten, ik ben met mijn gezin gaan camperen respectievelijk in de buurt van Berlijn, daarna Zuid Polen (in de buurt van Wroclaw), dan noord-Tsjechië (Bohemen) en tenslotte in de buurt van Dresden. Drie weken lekker warm en hoogstens wat plensbuien.Wat me opgevallen is? De fietsvriendelijkheid van de (Oost-)Duitse steden. Berlijn en Dresden zijn fantastische steden om met de fiets te ontdekken. Er zijn veel fietspaden en ook in de gewone straten wordt je niet overhoop gereden - het is er sowieso veel rustiger dan in West-Europese steden. Er wordt ook sterk geïnvesteerd in grote afstand fietsroutes. Zo kan je nu haast het hele strommgebied van de Elbe langs fietsen van Dresden tot aan de Tsjechische grens.
In Tsjechië viel me de sterke opkomst van het fietstoerisme op: heel veel Tsjechen hebben zich een 'state-of-the-art' tweewieler aangekocht en gaan ermee trekken door het schilderachtige Bohemen. Het is een mooie ontwikkeling: goed gemarkeerde fietsroutes langs de vele bezienswaardigheden, door de bossen en langs de vele meren van Bohemen. De fiets als ideaal vakantievervoermiddel. Nu nog het Europese treinnetwerk weer deftig op de sporen krijgen en we kunnen het Europese toerisme drastisch vergroenen.
Leuke link: http://www.bikeandbreakfast.com
donderdag, juli 10, 2008
Voluntoerisme voor surfers
Sommige surfers denken aan meer dan aan de volgende grote golf. De Amerikaanse organisatie Waves for Development biedt surftoeristen de kans om samen met plaatselijke jongeren te werken aan de ontwikkeling van een arm vissersdorp aan de Peruaanse kust. In Los Lobitos, een vissersdorpje op 17 uur rijden van Lima, zette David Aabo met zijn organisatie Waves for Development in februari een pilootproject op dat plaatselijke jongeren en internationale vrijwilligers samenbracht. De arme visserskinderen leerden surfen en zwemmen, maar legden zich ook toe op Engels en milieubescherming. Intussen hebben sommige plaatselijke jongeren het al tot surfinstructeur geschopt.
Aabo leerde Los Lobitos kennen als medewerker van het Peace Corps, een Amerikaanse organisatie die vrijwilligers inzet in het buitenland. Hij ergerde zich aan het komen en gaan van landgenoten die kwamen genieten van de hoge golven aan de kust, zonder meer te doen voor de plaatselijke economie dan af en toe benzine te tanken of levensmiddelen in te slaan.
Waves for Development hoopt een generatie kustbewoners te vormen die mee kunnen bepalen hoe het toerisme zich in de streek ontwikkelt. Alleen al zwemlessen helpen daarbij enorm. Traditioneel wagen de Peruaanse vissers zich alleen met hun boten in het onstuimige water. De surfers leren de plaatselijke jongeren hoe ze veilig kunnen zwemmen. De lessen Engels zijn minstens even belangrijk voor de jongeren, die vaak weinig onderwijskansen hebben.
Voluntoerisme
Waves for Development wil de komende jaren vergelijkbare initiatieven uit grond stampen in Latijns-Amerika en Azië. Gebrek aan vrijwilligers vreest de organisatie niet. Sinds het pilootproject regent het aanvragen. “Je krijgt veel terug. Je geeft wat van je tijd en energie, en je krijgt de gelegenheid om die prachtige stranden met golven van wereldklasse te gebruiken,” zegt Aabo. “Het is eenvoudig: surf en doe goed.”
‘Voluntoerisme’, de combinatie van reizen en vrijwilligerswerk, zit in de lift in de VS. Zowel studenten als vijftigers worden erdoor aangesproken. Steeds meer alternatieve toeristen spenderen een deel van hun vakantietijd aan werk in natuurreservaten of bouwprojecten voor arme bevolkingsgroepen. Het biedt een mogelijkheid om beter in contact te komen met de plaatselijke bevolking en om het schuldgevoel weg te werken dat rijke toeristen soms overvalt.
Aabo leerde Los Lobitos kennen als medewerker van het Peace Corps, een Amerikaanse organisatie die vrijwilligers inzet in het buitenland. Hij ergerde zich aan het komen en gaan van landgenoten die kwamen genieten van de hoge golven aan de kust, zonder meer te doen voor de plaatselijke economie dan af en toe benzine te tanken of levensmiddelen in te slaan.
Waves for Development hoopt een generatie kustbewoners te vormen die mee kunnen bepalen hoe het toerisme zich in de streek ontwikkelt. Alleen al zwemlessen helpen daarbij enorm. Traditioneel wagen de Peruaanse vissers zich alleen met hun boten in het onstuimige water. De surfers leren de plaatselijke jongeren hoe ze veilig kunnen zwemmen. De lessen Engels zijn minstens even belangrijk voor de jongeren, die vaak weinig onderwijskansen hebben.
Voluntoerisme
Waves for Development wil de komende jaren vergelijkbare initiatieven uit grond stampen in Latijns-Amerika en Azië. Gebrek aan vrijwilligers vreest de organisatie niet. Sinds het pilootproject regent het aanvragen. “Je krijgt veel terug. Je geeft wat van je tijd en energie, en je krijgt de gelegenheid om die prachtige stranden met golven van wereldklasse te gebruiken,” zegt Aabo. “Het is eenvoudig: surf en doe goed.”
‘Voluntoerisme’, de combinatie van reizen en vrijwilligerswerk, zit in de lift in de VS. Zowel studenten als vijftigers worden erdoor aangesproken. Steeds meer alternatieve toeristen spenderen een deel van hun vakantietijd aan werk in natuurreservaten of bouwprojecten voor arme bevolkingsgroepen. Het biedt een mogelijkheid om beter in contact te komen met de plaatselijke bevolking en om het schuldgevoel weg te werken dat rijke toeristen soms overvalt.
dinsdag, juli 08, 2008
Nieuwe Eurovelo fietsroutes
De fiets gaat een zonnige toekomst tegemoet. Zelfs de Verenigde Staten is de omslag aan het maken, zo blijkt uit een AFP bericht. Vier dollar per gallon benzine is voor steeds meer Amerikanen niet meer op te brengen. De fors duurdere vliegtickets - en voorspellingen van 250 dollar voor een vat ruwe olie - zullen ook Europeanen dwingen op zoek te moeten gaan naar alternatieve vakantiebestemmingen. De ECF, de European Cyclist Federation, heeft onder de naam Eurovelo een netwerk lange afstandsroutes door Europa uitgerold. De Eurovelo fietsroutes zijn nogal lang. Zo loopt route 6 van de Franse Atlantische zeekust via Duitsland naar de Roemeense Zwarte Zeekust. Maar het is natuurlijk ook mogelijk om een deel van de route af te leggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)