donderdag, februari 07, 2008

De Afrikaan wil toerisme

Het laatste nummer van 'IS Internationale Samenwerking' - het maandblad van de NCDO (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling) - wijdde een groot deel van zijn nummer aan duurzaam toerisme. In een essay schrijft Wouter van Beek van het Afrika Studiecentrum (Universiteit van Tilburg) dat de Afrikaan wel degelijk toerisme wil. Nogal wiedes, want toerisme kan veel geld opbrengen. Het is ook een kans om met Westerlingen in contact te komen. Maar: het moet wel op een duurzame manier gebeuren...

Argentijnse gletsjer ten onder aan eigen succes

Eén van de vele voorbeelden waar een slecht beheer van de toeristische troeven toe kunnen leiden...
BUENOS AIRES, 7 februari 2008 (Marcela Valente, IPS) - De gigantische Perito Moreno-gletsjer in het zuiden van Argentinië is vijf kilometer breed en tot zeventig meter hoog. Een prachtig gezicht, maar ook een grote bedreiging voor de omgeving. De toevloed van toeristen doet het milieu er immers geen goed.

De Perito Moreno is zonder meer de grootste attractie in Los Glaciares, een nationaal park in het zuiden van de provincie Santa Cruz in Patagonië. De voorbije zeven jaar is het aantal toeristen dat van over de hele wereld naar de gletsjer komt kijken gestegen van vijfduizend naar meer dan een half miljoen per jaar.

De steigers die de bezoekers een goede kijk bieden op de gletsjer, groeiden mee. Aanvankelijk waren ze 1400 meter lang, maar nu zijn er al meer dan vier kilometer steigers gebouwd waarop de toeristen kunnen wandelen om de ijsmassa’s te bewonderen.

Tachtig kilometer verderop barst ook de stad El Calafate uit haar voegen. Tien jaar geleden woonden er nog vierduizend mensen, nu zijn dat er al twintigduizend – de toeristen in de bijna honderd hotels niet meegerekend. Elk jaar verwelkomt de stad ongeveer 2700 nieuwe bewoners, die aangetrokken worden door de mogelijkheden in de bouw en het toerisme.

Staatsportret voor gletsjer

Het toerisme in de regio ging vooral snel groeien tijdens de regering van president Néstor Kirchner (2003-2007), die zelf afkomstig is uit Santa Cruz en er drie ambtstermijnen lang gouverneur was. Kirchner heeft er samen met zijn vrouw, de huidige presidente Cristina Fernández, nog steeds een vakantieoptrekje. De talrijke foto’s met buitenlandse staatshoofden tegen de achtergrond van de gletsjer hebben de populariteit van de trekpleister geen kwaad gedaan.

Maar milieugroeperingen stellen steeds meer vragen bij de expansie van de toeristische sector in de regio. Zo is er een groeiende vervuiling van het Argentinomeer, dat door de gletsjer gevoed wordt. “De toeristen die hier komen, zijn hoog opgeleid en willen de natuur observeren, vogels zien en wandelen”, zegt Liliana Frías, een ecologe die voor een plaatselijke milieubeweging werkt. “Maar nu gaat de sector op zoek naar een nieuwe categorie toeristen die meer koopkracht hebben.” Daarom worden luxehotels en casino’s gebouwd, die het uitzicht van de stad veranderen en het milieu zwaar belasten.

Veel hotels halen hun water immers uit natuurlijk bronnen en lozen hun ongezuiverde afvalwater rechtstreeks in de Baai van Redonda in het Argentinomeer. In het water daar worden nu al duidelijk grotere hoeveelheden gevaarlijke bacteriën gemeten. “Het bestaande rioleringsnet kan de hoeveelheid afvalwater niet aan”, zegt Frías. “Over twee jaar worden er een nieuwe rioleringen aangelegd, maar we hebben nu snel kleine installaties nodig om het afvalwater te verwerken.”

Frías heeft ook ernstige twijfels bij een plan van de gemeente om een dam aan te leggen om watersport en andere vormen van recreatie mogelijk te maken. De dam moet het waterpeil in het meer stabiel houden. Nu stijgt of daalt dat naarmate er grote stukken van de gletsjer afbreken. Milieubewegingen maken zich zorgen dat het afval dat aan de kust van El Calafate in het meer geworpen wordt, zich zal ophopen in de afgesloten waterkom. Maar ze vrezen ook dat een verandering in het natuurlijk ritme van de waterstanden de duizenden vogels in gevaar zal brengen die in de moerassen broeden.

IPS(JG, PD)

vrijdag, februari 01, 2008

De mythe van de onontdekte wereld

Van 14 tot 18 januari was het vakantiebeurs in Utrecht. Yvon Bloem van Stichting Bloem (lees interview) ging er met een kritische blik naar toe. Yvon was niet te spreken over de manier waarop de toerisme-industrie de wereld nog steeds aan de bezoekers presenteerde. Ze haalt dan ook enkele pregnante voorbeelden aan.

vrijdag, januari 25, 2008

Palestine & Palestinians: uitmuntende reisgids van de ‘Alternative Tourism Group’

Een toeristische gids exclusief over Palestina? Maar Palestina is toch geen land… kan dat dan niet als onderdeel van een gids over Israël? En overigens: “is het daar niet erg gevaarlijk met alleen maar stenen gooiende jongeren?” Dit soort gemeenplaatsen hoor je vaak als dit boek opduikt in een café-conversatie. De reacties tonen aan hoezeer ons gebrek aan kennis over dat Bijbelse land in het nadeel speelt van een volk dat in de internationale media dagelijks het onderspit moet delven. Het kan dan ook moeilijk anders dat de dagelijkse realiteit van dit onderdrukte volk aandacht krijgt in deze reisgids. Maar daarnaast blijkt het historische Palestina ook een zeer mooi land met een enorme weelde aan cultuurhistorisch erfgoed en bovenal een bevolking die je met open armen ontvangt.

Duurzaam toerisme begint vaak bij een goede reisgids. Palestine & Palestinians is precies dat: een heel leesbare en interessante gids, gemaakt volgens alle regels van het vak en goed voorzien van alle praktische informatie die je nodig hebt als reiziger. Gedetailleerde informatie over hotels, restaurants, (internet)cafés maar ook banken, boekenwinkels, postdiensten en diverse interessante organisaties.

De gids onderscheidt vijf regio’s: Jeruzalem, de bezette Westelijke Jordaanoever, de bezette Gaza strook, de bezette Syrische Golan-hoogte en tenslotte de ‘gebieden van 48.’ Met deze laatste regio bedoelen ze drie gebieden binnen het huidige grondgebied van Israël waar meer dan een miljoen Palestijnen wonen in kampen en niet erkende dorpen, dorpen die zelfs niet voorkomen op Israëlische kaarten. Het zijn vluchtelingen in hun eigen land, ze ontsnapten in 1948 aan de massale deportaties maar verloren evengoed hun land en hun huizen. Sindsdien zijn ze onderworpen aan een hele reeks discriminerende wetten en worden ze grotendeels genegeerd door de Israëlische overheid. De laatste 15 jaar nam de repressie op hun dorpen toe met geregelde aanvallen van boze Joodse Israëli. Dit stuk van de gids toont aan hoezeer Palestijnen deel uitmaken van het land tussen Middellandse Zee en Jordaan. De vele historische plaatsen, inclusief bekende namen zoals Accra en Safad getuigen van een eeuwenlange Palestijnse geschiedenis.

Het deel over Jeruzalem behandelt veel meer dan de historische stad binnen de 16e eeuwse omwalling van Sultan Suleiman al-Kanouni, beter bekend als Suleiman de Grote. Al zal je als bezoeker eerst en vooral onweerstaanbaar aangetrokken worden door de prachtige middeleeuwse stad met de gouden koepel van de rots die erboven uit torent. De verschillende wijken worden besproken met van alle culturele bezienswaardigheden de praktische info er meteen bij. Informatie over eten, slapen en transport is telkens achteraan het hoofdstuk te vinden. Maar ook de rest van Oost-Jeruzalem (waar de oude stad deel van uitmaakt), West-Jeruzalem en alle recente Israëlische aanhechtingen komen aan bod.
De Westbank is de strook land ten westen van de Jordaan dat het meest wordt geassocieerd met Palestina. Een strook die nog nauwelijks als dusdanig bestaat gezien de voortdurend verdere opdeling in steeds kleinere stukjes land door de bezettende macht. Oprukkende kolonies, de muur die stukken grond opslokt, de proliferatie van checkpoints, dat alles maakt dat het voor Palestijnen steeds moeilijker wordt zoniet onmogelijk om zich nog te verplaatsen. Als buitenstaander krijg je doorgaans nog steeds een voorkeursbehandeling door de militairen. Hier rondreizen zou je kunnen zien als een authentieke vorm van oorlogstoerisme en dus enigzins bedenkelijk maar reizigers die het meemaken getuigen van een aangrijpend e realiteit. Bovendien komen ze terug met verhalen van warme ontmoetingen met een volk dat ondanks haar dagelijkse miserie haar appreciatie laat blijken wanneer buitenlanders interesse tonen voor hun situatie. ATG en andere Palestijnse ngo's beschouwen elk bezoek aan hun gebieden als een vorm van solidariteit, m.a.w. ze hebben niet liever dan dat er mensen komen.
De Gazastrook is sinds het weghalen van de kolonisten niet meer opgedeeld maar zijn kleine oppervlakte en de totale controle van de Israëli's over zijn grenzen maken van het gebied in de praktijk één grote gevangenis. De bevolking verarmt ondertussen zienderogen, werken noch handel drijven is mogelijk en men leeft van buitenlandse, meestal Europese, hulp. Een bezoek aan de Gaza is een overrompelende ervaring zo vermeldt de reisgids. Er is wel degelijk heel wat te zien, het gebied is al duizenden jaren een kruispunt van heel diverse beschavingen. Maar wellicht zal een wandeling door het overbevolkte Gazastad met muren vol kogelgaten de grootste indruk nalaten.
De bezette Syrische Golanhoogte tenslotte is een gebied dat zo'n 1000 meter boven de zeespiegel ligt. In het noorden torent Mount Herman 2814 meter boven het drielandenpunt uit (Libanon, Syrië en de Golan). Een waterrijk gebied met stokoude verlaten dorpen, het beroemde middeleeuwse kasteel van Nimrod en veel appel boomgaarden.

Het boek wordt ingeleid met een stevig stuk geschiedenis maar ook geografie en cultuur komen ruim aan bod. Een apart hoofdstuk behandeld hot items zoals de bezetting, de muur (door de Palestijnen ‘apartheidsmuur’ genoemd, de Israëli spreken over ‘veiligheidshek’ – een 8 meter hoge muur van meer dan 200 km lang die aan elke kant 50 meter bufferruimte in neemt kan je echter moeilijk nog een hek noemen), de kolonies en de checkpoints. Allemaal begrippen waar je letterlijk onmogelijk rond kan als je door Palestina reist.
ATG organiseert zelf ook verblijven en begeleide rondreizen in Palestina. Ze werken daarvoor samen met het ‘Centrum voor Alternatieve Informatie’ (AIC) en het ‘Israëlische Comité tegen het vernietigen van huizen.’ Via hun reisprogramma’s kan je vele mensen ontmoeten maar krijg je ook een goed beeld van het Palestijnse verleden en heden. Je ervaart wat het leven onder militaire bezetting betekent. Tijdens het seizoen kan je meedoen met de olijvenoogst, één van de traditionele producten waarop de wankele Palestijnse economie berust.

Het boek (ATG, Beit Sahour, Palestina) kan je bestellen via het Vlaams Palestina Komitee: tel: 02-501 67 44 of vpk@VlaamsPalestinaKomitee.be

dinsdag, januari 22, 2008

Mauritaans toerisme in zak en as

NOUACKCHOTT, 21 januari 2008 (InfoSud/vertaling IPS) - De annulering van de Dakarrally is een zware tegenvaller voor de ontluikende toeristische industrie in Mauritanië. Hoteliers, kamelenverhuurders en toeroperators nemen het een land als Frankrijk vooral kwalijk dat het Mauritanië in een moeite door als “gevaarlijke bestemming” bestempelde.

Vorige week werden in Guinee-Bissau twee moslimextremisten gearresteerd die op 24 december in Mauritanië vier Franse toeristen hadden vermoord. Toen drie dagen later drie Mauritaanse soldaten werden vermoord door vermeende aanhangers van al-Qaida, besloot de organisatie van de Dakarrally op 5 januari de grote race door de Sahara af te gelasten.
.


Op 11 januari riepen de vakbonden en de partijen van meerderheid en oppositie op tot een grote betoging in Nouakchott tegen het moslimterrorisme. “Laat ons vooral denken aan de stabiliteit van het land en vrede tussen de burgers”, zei een aanhanger van de oppositie. Sinds de aanslagen reizen imams en godsgeleerden door heel het land om uit te leggen dat dergelijke daden niet stroken met de islam.

Kameeltrekkings afgelast
Terwijl het hele land zijn best doet om het prille democratiseringsproces te redden, lijkt voor de toeristische sector alle hulp te laat te komen. Toeroperators die rondreizen in de woestijn aanbieden, hebben hun activiteiten voor het seizoen 2007-2008 gestaakt. Het toerisme dankt zijn succes voor een stuk aan de zichtbaarheid door de Dakarrally, die Mauritanië aandeed sinds 1979. Het aantal toeristen steeg van 270 in 1976 tot 80.000 in 2007.

De burgemeester van Atar op 450 kilometer ten noorden van Nouackchott verbergt zijn verbittering niet: “We zijn geshockeerd door de weinig vriendschappelijke houding van de Franse regering”, zegt Sid’Ahmed Ould Houmeinet. “De Fransen hebben niet alleen de rally geannuleerd, ze hebben Mauritanië ook afgeraden aan toeristen, ondanks de veiligheidsmaatregelen die de lokale autoriteiten hebben genomen.”

Een delegatie van de organisatoren van de rally had zich enkele dagen voor de annulering positief uitgelaten over de manier waarop de Mauritaanse autoriteiten de veiligheid wilden garanderen. Voor de overheid is het gemakkelijker voor veiligheid te zorgen in de woestijn, waar iedereen elkaar kent en je je moeilijk kan verstoppen, zeggen de lokale bewoners. De aanslagen gebeuren meestal vlak bij de grens. “Ze slaan toe en steken dan de grens over met Mali of Algerije, waar ze zich gemakkelijker kunnen onderduiken”, zegt een kameeldrijver.

Doodsteek
Voor de hoteliers, de mensen die kamelen verhuren, de woestijngidsen, de chauffeurs en het horecapersoneel wordt het ongetwijfeld een rampzalig seizoen. De annulering van de Dakarrally is de doodsteek voor het imago van Mauritanië, dat voortaan als “gevaarlijk land” geldt. Ten onrechte, vindt Mouhamed Zeidane van de Dienst voor Toerisme.

De weinige toeristen die toch doorsijpelen tot in de streek van Adrar voor een kameeltrekking worden nog meer dan vroeger met open armen ontvangen. “De westerse pers heeft van een mug een olifant gemaakt”, betreurt Justice Buma, een Fransman die sinds 11 jaar in Mauritanië woont en samen met zijn echtgenote de herberg Bâb Sahara uitbaat. (InfoSud/vertaling IPS)

Boubacar Sylla - IPS(MC, PD)

maandag, januari 21, 2008

Touroperators slaan munt uit klimaatverandering

TORONTO, 20 januari 2008 (IPS) - Haast je, voor de laatste ijsberen, pinguïns of poolkappen voor altijd verdwenen zijn! Met dergelijke boodschappen probeert een groeiende toeristische sector munt te slaan uit de klimaatverandering.

De opwarming van de aarde zorgt voor grote veranderingen. Eilanden zullen opgeslokt worden door de zee, terwijl er nieuw land ontstaat waar ijs en gletsjers wegsmelten. Dieren en planten sterven steeds sneller uit. De reisbureaus maken daar soms letterlijk gebruik van om met slogans als “Bezoek het eilandparadijs van Tuvalu voor het binnenkort overspoeld word” en “Bezoek de polen nu er nog sneeuw en ijsberen zijn.”


Uit een studie van de Unesco blijkt dat overal ter wereld natuurlijke en historische plaatsen in gevaar zijn, van ruïnes in Thailand tot koraalriffen in Belize en eeuwenoude moskeeën in de Sahara.

De reiziger heeft een bijna perverse drang om die bedreigde gebieden, monumenten, planten en dieren te zien voordat ze verdwenen zijn. Daarmee verhoogt hij vaak de druk op de ecosystemen of diersoorten in moeilijkheden. Wetenschappers zijn daarom erg voorzichtig geworden met informatie over zeldzame dieren.

Ecotoerisme

Met ecotoerisme heeft het nog weinig te maken. “Wij willen mensen er toe aanzetten de schoonheid van de natuur te zien en dan iets te doen om die te beschermen”, zegt Ayako Ezaki van de International Ecotourism Society.

De toeristische sector groeit het laatste decennium met 4,3 procent per jaar. Natuurtoerisme, waaronder klimaattrips, groeit bijna driemaal zo snel. Volgens Ezaki proberen de touroperators in de ecosector hun impact op het milieu zoveel mogelijk te beperken. “Toerisme dat niet duurzaam is, brengt het milieu schade toe. Wij proberen dat te veranderen.”

De vereniging heeft daarom een groene gedragscode opgesteld, die door alle leden in bijna honderd landen ondertekend is. Maar er zijn geen inspecties en tot nog toe is niemand op de vingers getikt.

“De sleutel tot onze eigen overleving als touroperator, is het milieu maagdelijk houden”, zegt Prisca Campbell van Quark Expeditions, een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd in trips naar de poolgebieden. In Antarctica zijn de touroperators jaren geleden al strenge richtlijnen overeengekomen om hun impact in de kwetsbare regio tot een minimum te beperken.

Het toerisme kan ook een positief effect hebben. “De klanten willen pinguïns, ijsbergen en gletsjers zien”, zegt Campbell. Hoewel vaak ze niet komen om de gevolgen van de klimaatverandering te zien, zeggen zes van de tien klanten na de reis volgens Campbell dat ze actie willen ondernemen om het milieu te beschermen. “Het zijn klimaattoeristen, maar ze worden vaak klimaatactivisten”, concludeert hij.

IPS(JG, JS)

donderdag, januari 10, 2008

Maak je reis duurzamer (deel 1)

Wat is eigenlijk duurzaam toerisme? En hoe zorg je ervoor dat het toerisme dat je zelf beoefent 'duurzaam' is? Hoe kan je de impact van je reis beperken en eventuele negatieve effecten op mens en milieu vermijden of zelfs omdraaien? Is die 'duurzaamheid' niet gewoon een hype net zoals 'ecotoerisme;' zijn dat allemaal niet gewoon 'buzz-woorden' van de toerisme-industrie die ons vakantieformules wil verkopen? Wat is het verschil tussen al die termen en wie heeft ze uitgevonden? Iedere reiziger met gezond verstand beseft wel ergens dat sommige toeristische praktijken op zijn minst dubieus zijn. Wat denk je bijvoorbeeld bij grote golfterreinen in de woestijn (Marokko, bij Ouarzazate) of dragers in het hooggebergte op teenslippers (Himalaya, Kilimanjaro, Andes)...

Je zou kunnen zeggen dat thuisblijven het beste is, maar dat is niet realistisch want we willen toch allemaal op tijd en stond op reis? Op ons discussieblog duurzaamtoerisme.blogspot.com gaan we de uitdaging aan om op al deze vragen een beknopt antwoord te formuleren. Vanzelfsprekend is duurzaam toerisme geen exacte wetenschap maar toch bestaan er veel gegevens over en nog beter: is er verrassend veel dat jij zelf kan doen. Anderzijds spelen ook de toerisme-industrie én de overheden een grote rol. In een reeks bijdragen proberen we op ons blog klaarheid te scheppen en linken te geven naar relevante plekken op het web. Soms zullen we feiten geven, vaak zullen onze adviezen ook voor discussie vatbaar zijn: laat jullie dan ook niet tegenhouden om mee te denken en te reageren...
We starten de reeks hieronder met een stukje over de terminologie, zo hebben we dat meteen uit de weg en kunnen we volgende week in een tweede bijdrage bekijken hoe je je reis anders kan plannen.



1) Terminologie

Als je het op café wil hebben over de problemen met het (massa)toerisme dan komen adjectieven zoals 'eco-' en 'verantwoord' steevast naar boven. 'Eco' verwijst naar een toerisme dat meer rekening houdt met de natuur en probeert om de impact van de toerist op het milieu zo klein mogelijk te houden. Verantwoord toerisme is een begrip dat vaagweg verwijst naar de impact op sociaal-economisch vlak maar het adjectief 'verantwoord' laat zoveel ruimte voor interpretatie dat die term eigenlijk nauwelijks meer gebruikt wordt onder toerisme-professionals. Nog andere, zij het iets meer gespecialiseerde buzz-woorden zijn 'community-toerisme' en 'pro-poor toerisme.' De eerste term verwijst naar toerisme bij lokale gemeenschappen die zelf proberen greep te krijgen op toerisme in hun streek of dorp. 'Pro-poor' toerisme werd gelanceerd door ontwikkelingseconomen die de aandacht vestigden op de mogelijkheden van lokaal toerisme tot armoedeverlichting. En recent kan aan het lijstje toegevoegd worden: 'fair trade toerisme.' De link met eerlijke handel werd vooral gelegd nadat toerisme plots opdook in de teksten van internationale handelsonderhandelingen. Toerisme wordt nu beschouwd als een dienst die geleverd wordt door de bezochte landen en waarvoor die landen zelf zich niet zouden mogen beschermen tegen buitenlandse concurrentie (lees GATS in een notedop) omdat dit de vrije concurrentie in gevaar zou brengen. Maar de term die toch het meest wordt gebezigd is duurzaam toerisme (sustainable tourism in het engels). Zowel de ngo's als de Verenigde Naties gebruiken deze term omdat die het volledigste omschrijft waar het over gaat: een toerisme dat zichzelf niet hypothekeert, dat een minimaal of een positief effect heeft op de omgeving, en dat op vier verschillende terreinen: milieu, sociaal-economisch, cultureel en politiek. Duurzaam toerisme past ook in de globale strategie naar meer duurzame ontwikkeling en de implementatie van 'agenda 21' zoals die door de Verenigde Naties werden afgekondigd, wat maakt dat overheden er ook mee weg kunnen om hun eigen toeristische industrie duurzamer te maken (waarover meer in een latere bijdrage.)

dinsdag, januari 01, 2008

Fataal gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?"

[Recensie: “Hoe word ik wereldreiziger” van Marcel Gansevoort (Lannoo, 2007)]

Ik kreeg vandaag het boek "Hoe word ik wereldreiziger?" in handen. Het was een teleurstelling. Ik werd er zelfs een beetje triest van. Het boek blinkt namelijk uit in de totale afwezigheid van enige verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de reiziger. Als je dit boek uit hebt kan je alleen maar overtuigd zijn van de absolute vrijblijvendheid van het reizen. Volgens dit boek ik reizen een puur individuele aangelegenheid waarop enkel het particuliere belang van de reiziger(s) belangrijk is. Een achterhaalde en trieste visie en toch wel vreemd voor iemand (samensteller Marcel Gansevoort) die zelf zoveel gereisd heeft. Helaas ook een bewijs dat veel reizen helemaal geen garantie is voor enige persoonlijke verrijking of het opbloeien van nieuwe inzichten, zoals in het boek wel door diverse mensen beweerd wordt.

Op bladzijde 15 staat al meteen één van de eerste dooddoeners: "de moderne reiziger ontdekt geen continenten meer, maar vooral zichzelf." Misschien is dat net het grootste probleem: dat de reiziger alleen met zichzelf bezig is. Bovendien: hij of zij mag dan nog denken dat ze zichzelf 'ontdekken,' in de praktijk leren ze hoogstens enkele van hun fysieke en mentale grenzen kennen. Ken je jezelf dan wanneer je weet dat je moet kokhalzen van vieze toiletten of angst hebt van grote hoogten? Natuurlijk niet. Jezelf leren kennen doe je thuis, in je eigen omgeving, door interactie met anderen binnen bekende culturele patronen. Wie op reis vertrekt met de illusie van zelfontdekking reist niet met open vizier en vormt eerder een last voor de omgeving. Je kan onmogelijk oprecht geïnteresseerd zijn in de rest van de wereld wanneer die slechts het decor vormt voor je eigen zelfontplooiing. Hier is dan ook het fundamentele probleem met dit boek: het gaat alleen om het individuele verlangen naar zelfvervulling van de 'wereldreiziger.' Dat de persoon in kwestie zowel zichzelf, het milieu en alle anderen een grote dienst zou bewijzen door gewoon thuis te blijven wordt in dit boek zedig verzwegen.

Nochtans geeft Ton Van Egmond, sociaal psycholoog en docent duurzaam toerisme, enkele aanduidingen in zijn voorwoord: "over het algemeen gaat het om vluchtige ervaringen. Tijdens een verre reis bespreken mensen al waar de volgende reis heengaat. Thuis zijn ze alles snel weer kwijt." In dezelfde paragraaf schrijft ie: "reizen heeft een enorme impact." Klopt, denk je dan. Maar Ton Van Egmond heeft het dan wel over de impact op de reiziger en niet waarover hij het zou moeten hebben nl. de mensen van de ontvangende landen en het milieu zowel daar als hier bij ons.

Momenteel is het internationale toerisme reeds verantwoordelijk voor 5% van de globale CO2 uitstoot. Het zou heel wat helpen als toeristen (of reizigers, want dat is hetzelfde, wat doorwinterde globetrotters ook mogen beweren) wat meer voor duurzame vervoermiddelen zouden kiezen en hun reisgedrag wat beter zouden plannen. Bijvoorbeeld: beperk je vluchten tot de grote afstanden, gebruik waar mogelijk het openbaar vervoer over de grond en beperk je actieradius ter plaatse. Een ander feit: in 2006 werd 733 miljard dollar verdiend aan toerisme. In de armlastige landen van het zuiden vloeide het overgrote deel van de inkomsten terug naar het Westen. Wat je daaraan kan doen als bewuste reiziger? Ervoor zorgen dat zoveel mogelijk van je geld in de lokale economie gaat. Ook al is het comfort wat minder in lokale horeca, je krijgt er onbetaalbaar meer waardevol menselijk contact mee. Tenslotte: toerisme is een verkregen voorrecht van de Westerse middenklasse. In de rest van de wereld kan enkel de elite reizen. Voor de grootste massa van de gewone mensen die je als reiziger tegenkomt is reizen een verre droom. Migranten die met veel moeite en vaak grote investeringen van heel hun familie naar ons toe komen maken geen vrijblijvende reis zoals wij dat doen wanneer we ‘de wereld gaan ontdekken.’ Het zou goed zijn als mensen daar voor hun vertrek op gewezen werd. In “Hoe word ik wereldreiziger” echter geen woord over dit soort wetenswaardigheden. Het is nochtans mogelijk om je reizen een duurzamer karakter te geven. Maar neen: enkel een lijstje met weetjes in de sectie "wel of geen wereldreiziger" waar je bepaald mistroostig van wordt.

Waarom dit gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?" Schrik om de consument voor het hoofd te stoten, of om als wereldverbeterend en dus saai afgeschilderd te worden? Alsof we daar niet lang voorbij zijn. Alsof het ook niet hip kan zijn om met je verstand en je hart op dezelfde golflengte leven. Overigens doet zelfs Lonely Planet moeite om zich een duurzamer imago aan te meten door in hun gidsen reizigers te wijzen op hun verantwoordelijkheden.

vrijdag, november 30, 2007

Guyana besteedt de bescherming van zijn tropisch woud uit aan Groot-Brittanië


Het Engelstalige 'Caraïbische' land in Latijns-Amerika Guyana is het enige land op dat continent dat lid is van het Britse Commenwealth. Guyana lanceerde onlangs een interessant voorstel: ze willen een belangrijk regenwoud onder beheer brengen van een industrieland (bij voorkeur de UK), tegen betaling, om het permanent te beschermen. Dit in het kader van de klimaatonderhandelingen. Het gaat om het gebied rond Iwokrama. Dit is interessant, want er is behoefte aan nieuwe manieren om het bos in het zuiden te beschermen. 20% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt immers veroorzaakt door ontbossing. Het voorstel van Guyana zou een interessante insteek voor de conferentie in Bali kunnen zijn.


woensdag, november 28, 2007

Andamanen willen niet langer vakantiekolonie voor ambtenaren zijn

PORT BLAIR, 28 november 2007 (IPS) - Het leek nochtans een goed idee. Om de bevolking van de Andamanen en Nicobaren, een archipel in de Golf van Bengalen, na de tsunami van 2004 aan een inkomen te helpen, begon India massaal ambtenaren op vakantie te sturen naar het tropische eilandenparadijs. De bewoners en ook lokale touroperators zien de Indiërs intussen liever gaan dan komen.

(door Pankaj Sekhsaria)

De Andamanen en Nicobaren zijn bedekt met ongerepte wouden en hebben enkele van de mooiste stranden en koraalriffen op aarde. De eilandbewoners houden zich traditioneel bezig met houtvesterij en landbouw. Hoewel de archipel dichter bij Thailand en Birma ligt, gaat het om Indiaas grondgebied en de Indiase overheid is er ook een belangrijke werkgever.

De tsunami van 2004 bracht de eilandeconomie een zware klap toe. Om de lokale bevolking te helpen begon de overheid met het programma “Vitamin Sea” om meer toeristen te lokken. De cijfers wijzen op een succes. In 2006 bezochten 100.000 toeristen de eilanden en hun aantal wordt dit jaar op 150.000 geschat.

Toch zijn het uitgerekend de mensen die hier hun voordeel bij moeten doen, de eilandbewoners en de lokale touroperators, die op 27 september, Werelddag van het toerisme, in de straten van de hoofdstad Port Blair lucht gaven aan hun ongenoegen. De meeste toeristen zijn Indiase ambtenaren die worden overgevlogen met tien door de overheid gesubsidieerde vluchten per dag. “LTC-toeristen” worden ze smalend genoemd, naar de “leave travel concession”, de vakantie de ze krijgen van vadertje staat.

Volgens de lokale Kamer van Koophandel spenderen de LTC-toeristen weinig geld, maar vormen ze wel een zware last op de watervoorziening en de infrastructuur en nemen ze de plaats in van de commercieel interessantere, buitenlandse toeristen. In de zomer van dit jaar kwam in sommige wijken van Port Blair maar één dag op vijf water uit de kraan. In het nabijgelegen Hotel Megapode werden de gasten vriendelijk verzocht ook hun duit in het zakje te doen Voor hen was er water van zes tot tien, ’s ochtends en ’s avonds.

“De informele toeristische sector kan iets bijverdienen dankzij de LTC-toeristen, maar de professionele privé-ondernemers in het toerisme zien hun inkomsten dalen”, zegt journalist Zubair Ahmed. Sanjay Ray, eigenaar van een hotel op Havelock Island, bevestigt: “De Indiase toeristen leveren ons niets op. 80 procent van onze inkomsten komen van buitenlandse toeristen.”

Niet iedereen vindt dat de overheid fout bezig is. “Ik ben verbaasd door die protesten op de Andamaneilanden”, zegt Nina Rao, een in New Delhi gevestigde experte. “Ik dacht dat iedereen het recht had om toerist te zijn, dat het een democratische verworvenheid was.”

De overheid schijnt begrepen te hebben dat het LTC-toerisme ongewenste neveneffecten heeft. Onlangs weigerde ze de 1,6 miljoen werknemers van de Indiase spoorwegen te laten deelnemen aan het LTC-programma. Tegelijk blijft er een sterke druk bestaan om de toeristische sector uit te bouwen. Als grote voorbeeld geldt het Thaise Phuket, dat slechts 500 kilometer verderop ligt en dat elk jaar een miljoen toeristen trekt.

IPS(MC, PD)

maandag, november 19, 2007

De groene sleutel

In Nederland wordt niet meer gediscussieerd over de vraag of kwaliteitslabels zin hebben om toerisme duurzamer te maken. Daar omarmen ze enthousiast de internationale bedrijfsnorm green key - een keurmerk voor (vooral) ecologisch verantwoord toerisme. 21 hotels, 19 'hostels' en 123 campings hebben 'de groene sleutel' gekregen. In België tot op vandaag slechts 9 campings.

Uit de toelatingscriteria: "voor alle bedrijven geldt dat zij moeten voldoen aan alle verplichte normen en een aantal optionele normen. De verplichte normen zijn basis milieunormen, zoals het registreren en besparen van gas, water en elektra en het verminderen van de hoeveelheid (rest)afval. De optionele normen gaan een stap verder. Hieronder vallen maatregelen zoals het gebruik maken van duurzame energie, milieubewuste schoonmaakmiddelen of het zelf zuiveren van afvalwater." Sociale criteria zijn er helaas niet bij, ook al zijn die in een land als Nederland wellicht minder nodig.

vrijdag, november 16, 2007

Blijf op de hoogte of doe mee!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe berichten op dit blog? Heb je ideeën of ervaringen rond duurzaam toerisme? Kom je regelmatig interessante linken tegen die hier thuishoren? Of wil je zelf wel eens een bijdrage posten?
Het kan allemaal: stuur een mailtje naar de moderator en je krijgt snel een uitnodiging in je mailbox.

Tortugero: Duurzaam toerisme is soms (on)aangename keuzes maken.

Reisbegeleidster Sarah Mouton was tijdens de afgelopen zomer met haar groep in Costa Rica. Eén van de 'must sees' op deze reis is de aankomst van de schildpadden op het strand van Tortuguera. Toen ik er 6 jaar geleden was was de druk van het toerisme ook al heel voelbaar. De nood aan een degelijke omkadering en beheersing van de bezoekcijfers is er alleen maar dringender op geworden...

"In Costa Rica moest een van de hoogte punten van onze reis ‘la aribada’ (de aankomst) van de schildpadden zijn. Dit is het fenomeen waarbij zeeschildpadden ’s avonds en ’s nachts aan land komen om op het strand eerst een kuil te graven en daarna zo’n 100-tal eitjes te leggen, de kuil terug af te dekken en terug te keren naar de diepten van de zee. Ik denk dat iedereen de beelden wel kent van op National Geographic! Dus wilden wij dit ook wel eens live zien."

In het dorpje Tortugero is er een volledig project opgericht om dit bezoek in goede banen te leiden. Hierbij is rekening gehouden met alle betrokken partijen. Alle partijen, dat zijn; de toeristen, de natuur en de lokale bevolking / economie. Er is een systeem opgezet waarbij toeristen in groepjes van 10 personen elk om beurt op het strand mogen om een kijkje te nemen. Je groepje mag pas het strand op als een ranger via een zender het sein hiervoor heeft gegeven. Je groepje moet steeds in het gezelschap zijn van een erkende gids. Er wordt aan veel gedacht, geen witte kledij, geen zaklampen, geen fototoestellen, omdat al deze elementen de dieren in de war kunnen brengen en dus de impact op hun natuurlijke habitat zouden vergroten. Zo zijn ze bijvoorbeeld, door het fotograferen (met flits) letterlijk het noorden kwijt en kunnen zo niet onmiddellijk de zee terugvinden.

Het opwachten van de ‘aribada’ gebeurt eerst met een uitleg over de soorten dieren, hun leefwijze en broedgedrag, het project, hoe het ontstaan en gegroeid is tot wat het vandaag is.
Vroeger kwamen de toeristen ook al kijken naar de aankomst, maar dit gebeurde volledig ongecontroleerd, iedereen liep ’s avonds op het strand en er was geen controle wat er werd gedaan met de beesten of hun nesten (stropers zijn ook vandaag nog een groot probleem – de eieren zouden een bepaalde afrodisiac werking hebben) en zo werd er heel wat schade aangebracht aan de leefwereld van deze schildpadden.
Het bezoek en de gids kosten ons elk 15$ waarvan 30% rechtstreeks naar de logistiek van het project gaat.

Toeristenval

Het klonk allemaal zeer goed, en het leek me een goed evenwicht tussen alles. Ik schrijf ‘leek’, want toen om 21.30 (volgens de gids volledig ongewoon) nog geen enkele schildpad te bespeuren was. Vertelde hij dat we met de boot iets verder moesten gaan tot waar er enkele aan land waren gekomen om hun eieren te leggen. Wat hij er niet bij zei, was dat het om één enkele schildpad ging en dat alle andere bezoekers daar ook aanwezig zouden zijn (ongeveer 200 personen)! Een massagebeuren! De redenen waarom ze dit project hadden opgestart leken leugenachtige beloftes. Het was een onaangename plaats om te zijn en we wilden niet meedoen aan deze opvoering!

Wij waren in de ‘toeristen val’ getrapt! Na de hele vertoning (een stoet van 200 mensen achter één prachtige schildpad die haar weg terug zoekt naar de zee) spraken we met onze gids en uitten we onze verontwaardiging. We hadden liever met pijn in het hart een avond gehad zonder schildpadden dan hieraan te moeten deelnemen. Hij bleef zich maar excuseren dat toeristen als ze betaald hebben écht wel een schildpad willen zien! Hij was net als alle andere gidsen bang voor de ‘slechte’ publiciteit als de toeristen geen schildpad te zien kregen, bang om ons te zeggen dat we ons geld dan niet terug zouden krijgen, maar dat het dan werd gezien als steun aan het project. Bang om zijn inkomsten te zien verdwijnen. Met de groep maakten we hem duidelijk dat het voor ons geen probleem zou zijn, en ook niet voor onze andere groepen, als we ons geld niet zouden terugzien. Alles liever dan dit circus!
Met de groep hadden we de dag daarna nog even een gesprek om na te gaan wat we nu konden doen met onze ervaring, en hoe we dit in de toekomst konden verhinderen. Vandaar dit artikel, met onze boodschap: als je naar de schildpadden gaat kijken doe het via een erkende organisatie of gids. Weet dat er een kans is dat je geen schildpadden zult zien en dat je hiervoor je geld niet terugkrijgt. Maak die keuze, om niet mee te doen met het massagebeuren. Vertel ook vooraf aan je gids dat je dit zeker niet wenst.


Meer weten?
http://www.cccturtle.org/

Sarah Mouton (in naam van de groep)

woensdag, november 07, 2007

Toerisme redder van biodiversiteit?

De Nederlandse uitgeverij ToerBoek uit Leiden is een samenwerkingsverband aangegaan met het Nederlandse comité van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Recources (IUCN). IUCN werd opgericht in 1948. Het is de grootste wereldwijde natuurbeschermingsorganisatie en brengt landen, overheden en non-gouvernementele organisaties bij elkaar. UCN NL heeft in 2006 het Engelstalige boek ‘Destination conservation: protecting nature by developing tourism' uitgegeven.


Omdat Uitgeverij ToerBoek de ontwikkeling van duurzaam toerisme van groot belang acht en al diverse titels op dit gebied uitgebracht heeft, is besloten om de krachten met IUCN NL te bundelen. Met deze samenwerking willen beide partijen een breder publiek bereiken. ToerBoek zal daarom de verkoop en distributie van ‘Destination Conservation' gaan verzorgen. Het ‘Destination conservation' laat zien dat in veel gebieden waar de biodiversiteit in gevaar is, toerisme een uitkomst kan bieden. Vanwege de financiële middelen die toerisme met zich meebrengt wordt het vaak gezien als een redding voor de natuur.
Daarnaast zorgt toerisme voor een alternatieve bron van inkomsten voor de lokale gemeenschappen, wat de noodzaak om de natuur te exploiteren helpt verminderen. In dit boek worden deze aannames onder de loep genomen.

Het boek is gebaseerd op de ervaring die opgedaan is in 27 kleinschalige projecten die IUCN NL ondersteunde tussen 2004 en 2006. Het is verkrijgbaar bij de boekhandel of direct te bestellen bij Uitgeverij ToerBoek bv in Leiden (071) 523 67 23 of via www.toerboek.nl.

Informatie
‘Destination conservation'
Kike Olsder e.a.
ISBN: 978-90-75909-17-3
Prijs € 15,- inclusief btw en exclusief eventuele verzendkosten.

woensdag, oktober 24, 2007

Vietnam wil meer toerisme, maar zonder de uitwassen

HOI AN, 23 oktober 2007 (IPS) - Nu Vietnam een groter stuk van de toerismekoek in Zuidoost Azië wil binnenhalen, wordt het geconfronteerd met een al te bekend probleem: hoe kan de lokale bevolking delen in de inkomsten zonder de rust te verstoren waar de toeristen nu net naar op zoek zijn. De kuststad Hoi An was een belangrijke handelshaven tussen de vijftiende en negentiende eeuw en is erkend als werelderfgoed door de Unesco. Nu al trekt de vreedzame en rustige reputatie van de stad jaarlijks zo'n 700.000 toeristen.

Maar met het succes groeien ook de problemen tussen de overheid en de lokale bevolking die brood ziet in de groeiende toeristenstroom. De laatste jaren vinden toeristen immers allesbehalve rust in en rond Hoi An, maar worden ze door opdringerige verkopers voortdurend bestookt met de vraag 'you buy from me?'.

Tran Van Nhan van de toeristische dienst ziet het met lede ogen aan. "Toerisme verandert de mensen geleidelijk, elke minuut, elke seconde. Het ene moment zijn ze gastvrij en vriendelijk, maar een week later zijn ze al heel commercieel ingesteld."

In januari begon de overheid een campagne om het aantal verkopers in en rond de stad te reguleren, maar met wisselend succes. "We wilden ze organiseren, we hadden naamkaartjes," zegt Nhan. "Maar het systeem werkte niet omdat iedereen steeds meer wilde."

Twee maanden geleden werd een tweede poging gedaan, opnieuw zonder succes in de stad zelf. Maar de vrouwen die op het nabijgelegen strand Cua Dai fruit, tijgerbalsem en snacks verkopen, hebben zichzelf wel georganiseerd. Ze hebben beslist dat elke verkoopster slechts één op twee dagen mag werken.

"We doen dit werk niet graag, maar we hebben het geld nodig," zegt één van de verkoopsters. Ze begon toen er nog maar weinig buitenlandse toeristen waren en verkocht eenvoudige zaken zoals noten en rijstpapier aan Vietnamese toeristen. Nu verkoopt ze juwelen aan de toeristen. Op een goede dag kan ze tot 3,5 dollar verdienen.

In tegenstelling tot veel andere toeristische trekpleisters in Zuidoost-Azië is Vietnam grotendeels gevrijwaard gebleven van een van die andere uitwassen van het toerisme: een bloeiende sekshandel. Hoewel de overheid in Hoi An het niet met zoveel woorden wil zeggen, is het verbod op massages duidelijk een poging om een bloeiende seksindustrie te vermijden.

Om hun gasten af te schermen van de opdringerige verkopers, sluiten de vier- en vijfsterrenhotels rond Hoi An hun strand af voor de lokale bevolking. Binnenkort zullen nog meer van dergelijke hotels gebouwd worden. Meer toeristen dus, maar minder plaats voor de verkopers. "We willen duurzaam toerisme en dat is niet makkelijk," zegt Nhan van de toeristisch dienst. "Ook de lokale bevolking moet kunnen verdienen aan het toerisme. Maar de vraag is hoe we mensen kunnen overtuigen dat het belangrijk is om een aangename sfeer te scheppen voor de toeristen."

IPS(JG, JS)

maandag, augustus 27, 2007

Na de tsunami: vissers niet meer welkom

Ilka De Bisschop schreef in de Knack van 9 juli 2007 een interessant stuk over de schrijnende toestand in ex-Tsunami gebied. Iets waar Ranjan Solomon van ECOT anderhalf jaar geleden al waarschuwde. Goed dat dit eens aan bod komt in de vaderlandse pers. Met dank aan Ilka:

Tientallen Thaise kustdorpen die door de tsunami van 2004 werden weggeveegd, worden niet heropgebouwd. In de plaats komen er dure hotels en toeristische infrastructuur. De oorspronkelijke bevolking, veelal armoedige vissers, blijft met lege handen achter.

Steeds meer kust in Thailand wordt ingepalmd door de toeristische industrie. De vissers die in de kleine dorpjes langs de kust wonen, lopen daarbij vreselijk in de weg. 'Dat proces is al een hele tijd aan de gang,' vertelt Hilde Van Regenmortel, de Azië-verantwoordelijke van Oxfam-Solidariteit, 'maar de tsunami heeft het hele probleem in een stroomversnelling gebracht. De vloedgolven hebben hele kustdorpen weggespoeld en projectontwikkelaars en lokale overheden hebben die gelegenheid te baat genomen om de gronden in te palmen. Als de kleine vissers hun grond willen behouden, moeten ze bewijzen dat ze daar vóór de tsunami ook woonden. In een land als Thailand, dat steunt op traditionele gemeenschappen en bijna geen kadastrale administratie heeft, is zoiets bijzonder moeilijk.'

Particuliere bedrijven eisen de grond nu op, vooral de best gelegen terreinen. 'Opeens kunnen die toeristische bedrijven wel een eigendomsbewijs van de grond voorleggen', vertelt Van Regenmortel. 'Die bewijzen komen gewoon uit het niets. Ze kopen ze bij een corrupte lokale overheid of rakelen papieren op van decennia geleden. Zo ken ik een geval van een dorp waar er ooit in de buurt een concessie was uitgeschreven voor de ontginning van een kopermijn. Die concessie was al twintig jaar verlopen, maar dook opeens weer op en werd als eigendomscertificaat aangehaald door een privébedrijf.'

'Zelfs van dorpen die op de kaart vermeld staan, wordt nu gewoon ontkend dat ze er ooit zijn geweest. In totaal zouden zo'n tachtig dorpen problemen hebben om hun bestaansrecht te bewijzen. Ook de Moken of 'zeezigeuners', een etnische minderheid, werden ontheemd. Deze halfnomadische vissers leefden vooral in natuurgebieden van de overheid, die nu worden opgegeven voor de toeristische industrie.'

In totaal werden zo'n 50.000 mensen van hun grond verdreven. Een aantal van hen leeft nu, twee en een half jaar na de tsunami, nog steeds in opvangkampen.

Anderen verspreidden zich over andere dorpen, en sommigen bezetten 'illegaal' hun grond als een daad van verzet. 'De Thai zijn gehecht aan de grond waarop ze al generaties lang wonen', zegt Van Regenmortel. 'Ze geven die niet zonder slag of stoot op. Maar van de lokale overheid hebben ze weinig steun te verwachten. Integendeel, regelmatig krijgen ze te maken met intimidatie door de politie. Ze worden van het terrein gejaagd en gerechtelijk vervolgd. Dan zien die armoedige vissers zich geconfronteerd met het gerechtelijk systeem en dure advocaten van de tegenpartij.'

JURIDISCHE HULP

Op dat vlak proberen ngo's een handje te helpen. 'Die rurale gemeenschappen bezitten geen enkele juridische kennis', vertelt Oy Sirisook van de Sustainable Development Foundation in de Thaise hoofdstad Bangkok. 'Ze kennen de procedures niet, begrijpen het juridische jargon niet. Daarom bestaat onze eerste taak erin om die mensen informatie te geven. We leren hen de werking van het gerecht kennen en stellen advocaten ter beschikking. Daarvoor hebben we juridische centra met vrijwilligers opgericht. We proberen de getroffen vissers ook te helpen om toch een beetje bewijsmateriaal bijeen te schrapen, luchtfoto's waarop de vissersdorpen duidelijk te zien zijn, bijvoorbeeld. Zo proberen we hen toch enige middelen te verschaffen om terug te vechten.'

'Deze mensen willen om emotionele redenen de grond terug waar ze al generaties lang hebben geleefd', legt Oy Sirisook uit. 'Maar bovendien hebben ze de zee nodig voor hun broodwinning. Soms stemmen de bedrijven erin toe om te onderhandelen met de vissers. Dan verdelen ze bijvoorbeeld het terrein.' Maar zelfs wie voorlopig op zijn land kan blijven, leeft daar in erbarmelijke omstandigheden. 'De huizen werden vernield door de tsunami en ze krijgen geen enkele hulp van de overheid om hun gemeenschap herop te bouwen.'

Ilka De Bisschop

zondag, juni 24, 2007

Het onbehaaglijke kopen

Na reeds een maand onderweg in Marokko hebben we onze eerste tapijt gekocht. Het moest ervan komen. Maar het moet gezegd, het is een prachtexemplaar: ongeveer 1,2 op 1,7 meter, met eenvoudige geometrische figuren op een veld van saffraan. Zoals dat vaak gaat verlieten we de plaats waar de koop werd gesloten met een onbehaaglijk gevoel. Waren we tevreden? Waren de verkopers tevreden? Een moeilijke vraag - en één die zich bij ons vaak niet stelt.

De ksar van Tissergate is een wonderlijk labyrint van donkere gangen, hier en daar opgelicht door een felle streep woestijnzon. Een aantal van deze oude dorpen worden nu gerestaureerd, maar de meeste bewoners verlaten de ouderlijke woonvormen om zich te vestigen in nieuwe woonblokken rond de regionale centra. Nochtans zijn de ksars heel efficiënt om de hitte tijdens de dag te ontvluchten. Het is er heerlijk fris tegenover de hitte buiten.

Na wat getreuzel langs onze kant laten we ons overhalen door een lokale gids. Die voert ons onvermijdelijk naar een atelier waar lokale vrouwen tapijten weven. Het is een communaal project dat wordt ondersteund door een Duitse ngo.

De vrouwen spreken geen frans (en waarschijnlijk ook geen arabisch) en Rachid, onze gids, is onze bemiddelaar. Dat is al een eerste obstakel voor onze wantrouwige geest. Ons beslissingsproces is veel te eenvoudig voor hier. Er komt geen onderhandeling aan te pas. Voor ons plakt op elk product een prijs en we hakken de knoop door louter op basis van twee dingen: de prijs en de kwaliteit van het product.

Bij ons is alles aan een product heel kwantificeerbaar: ons consumptiepatroon bestaat doorgaans uit producten van een industrieel productieproces. Dat is het gevolg van de globalisering van de economie en de bijhorende schaalvoordelen voor de bedrijven: dingen worden zo heel goedkoop. Zo goedkoop dat handwerk een onhaalbare kaart is geworden, zelfs in lage loon landen.

Om in een land als Marokko te onderhandelen moet je veel meer elementen mee in rekening brengen dan we gewoon zijn:
- er bestaat geen vaste prijs, die is het resultaat van een onderhandeling die idealiter beide partijen het gevoel moet geven dat ze een goede zaak gedaan hebben.
- in welke omstandigheden is het product gemaakt, hoe zijn de samengestelde delen verzameld, etctetc
- waar wordt het verkocht? Het is een heel verschil tussen een geroutineerde handelaar in de stad en een artisanaal atelier op het platteland.

Onze onzekerheid is er hoe dan ook: krijgen we wel waar voor ons geld? Je bent verplicht te vertrouwen op wat de persoon in kwestie je vertelt. Er is geen glossy folder met professioneel opgestelde promotionele teksten, geen mooie foto's die je doen wegdromen...

We kopen een mooi tapijt maar echt afdingen is er niet bij. Rachid zegt dat het geld recht naar de vrouwen gaat. Hij zegt dat ze weken gewerkt hebben aan het doek en dat je in de stad meer zou betalen. Ik geloof hem wel maar wanneer hij de vrouwen te snel af is door te beloven dat er een foto mag gemaakt worden van de makers bij het weefgetouw dan loopt de onderhandeling mis.

Overigens kregen we van Rachid Laoni nog een mooie wandeling door de ksar en de achterliggende palmentuinen en veel uitleg. Het was de 25 dirham meer dan waard.

woensdag, mei 09, 2007

Creatief toerisme: "alles beweegt, iedereen leert van iedereen"


Cultuur is een belangrijke troef voor een land of regio dat zijn toerisme wil uitbouwen. Maar hoe kan je cultuur gebruiken om toerisme te promoten? En wat is het resultaat - een hopeloze commercialisering? Onderzoeken hebben aangetoond dat cliché-bevestigend cultuurtoerisme de ontwikkeling van een land eerder remt dan stimuleert. Zo heeft de afdeling duurzaam toerisme bij de UNEP (United Nations Environment Programme) het over allerlei negatieve effecten van toerisme zoals commodificatie, standaardisatie en een verlies van authenticiteit. Verder schrijft antropoloog peter burns in zijn boek "An introduction to tourism and anthropology" (p. 115): "The paradox arising from local-global relationships framed only by a profit motive is that they fail to recognize that in the long-term, this one-sided approach, (...), will cause civil society to implode." Moet er nog zand zijn?

De Nederlandse Stichting Bloem pakte het anders aan. Zij lanceerden recent een nieuw adjectief in het snel uitdijende toerisme-jargon: 'creatief toerisme.' Een term die wel eens snel een begrip zou kunnen worden want de idee slaat aan. Stichting Bloem ondersteund lokale kunstenaars en ambachtslui om hun eigen toerismeprojecten uit te bouwen. Zo kan je als toerist cursussen gaan volgen in pakweg het maken van authentieke batik. Wij hadden een gesprek met Yvon Gijsbers, initiatiefneemster.

Hoe is Stichting Bloem begonnen en vanwaar de keuze voor toerisme als middel voor ontwikkeling?
Stichting BLOEM is een kleine stichting die nog maar net bestaat. Het komt erop neer dat ik (alleen ik) stichting BLOEM ben. Anderhalf jaar geleden is BLOEM opgericht, omdat ik toen het besluit nam een vriend op Lombok (Burhan) te gaan helpen bij het verwezelijken van zijn plannen. Ik richtte BLOEM dus op, maakte een website, en vroeg subsidie aan bij HIVOS, die ik ook kreeg. Dat was het begin. Burhan heb ik overigens in 2002 ontmoet toen ik de eerste keer op Lombok was (ik belandde daar tijdens een onbedoelde stop-over, op weg terug naar huis). Zijn plannen om een culturele plek te starten voor dorpelingen en zijn visie op toerisme, sloten precies aan bij mijn ideeen over mooi toerisme & ontwikkeling. We hebben het plan samen uitgewerkt.
Ik heb nooit echt 'gekozen' voor het onderwerp 'toerisme als middel voor ontwikkeling'. Het is zo gegroeid. Als industrieel ontwerper gaf ik theoretische kritiek op ons productie-consumptiesysteem en de rol van de ontwerper daarin, omdat ik zag dat we zo strak denken vanuit ons rationeel-analytische denkkader. Maar daar kwam ik natuurlijk helemaal niet uit. Toen ik veel ging reizen, vond ik in andere culturen zulke andere manieren van denken en leven, raakte ik geinteresseerd in andere wereldbeelden, probeerde ik me in te leven en die te begrijpen. Zo kwam het dat ik me in wilde gaan zetten voor het uitwisselen van wereldbeelden tussen mensen uit verschillende culturen. Ook omdat ik meen dat 'ontwikkelinghulp' twee kanten op zou moeten werken. Van zuid naar noord, en van noord naar zuid. Met BLOEM kon ik allerlei zaken die me boeien samen brengen.

Ik wil graag dat BLOEM gaat groeien. Het onderwerp slaat namelijk zo aan, heeft zoveel potentie en is bovenal zo leuk. Op dit moment ben ik de strategie aan het bedenken die BLOEM van 'vrijwilligerswerk-eenmansinitiatief' moet veranderen in een 'professionele stichting'. Zodat ik, en nog een of twee mensen (betaald en dus voltijds) kunnen werken aan de plannen die ik in het persbericht heb beschreven.

Op welke manier komen jullie toerisme-projecten tot stand? Zetten jullie zelf nieuwe projecten op of gaan jullie met bestaande lokale initiatieven in zee?

BLOEM wil in geen geval zelf projecten opzetten. Het initiatief moet bij de lokale mensen liggen (net zoals dat ging bij LAILA). Het zou leuk zijn, om meer mensen zoals Burhan te kennen (dus lokale, visionaire ambachts/kunstmensen die bovendien betrouwbaar zijn) maar dan in andere landen. Maar die kent BLOEM niet. In de praktijk is het dus het handigst om uit te gaan van reeds bestaande lokale initiatieven. BLOEM is van plan om informatie over bestaande projecten (inheemse kunstenaarsinitiatieven, workshopplekken die niet door westerse mensen zijn opgezet, enz.) te gaan verzamelen. Om vervolgens met een aantal interessante initiatieven te gaan praten en eventueel samen een project op te zetten.

Zoeken jullie actief naar partners in het zuiden met goede ideeën rond toerisme?


Ja dus. Dat willen we wel gaan doen. Want dat is uiteindelijk de beste manier om een mooi project te ontwikkelen (wanneer het initatief volledig bij de mensen daar ligt). Maar het kan ook gebeuren, dat BLOEM lokale kunstenaars of toerisme-organisaties op goede ideeen rond toerisme brengt. Op Lombok, bijvoorbeeld, is er nu een lokale organisatie (een goeie organisatie, die eerder een internationale prijs voor duurzaam toerisme heeft gewonnen) bezig met het ontwikkelen van creatief toerisme naar aanleiding van LAILA. Dat is natuurlijk nog veel mooier.. wanneer BLOEM alleen maar iets hoeft aan te zwengelen (door met enthousiasme een leuk toerisme concept te verkondigen) en de projecten daarna uit zichzelf ontstaan.

In het voorbeeld van het dorp op Lombok gaat het over vakanties voor het hele gezin: is dat belangrijk voor jullie, ik bedoel, kiezen jullie er bewust voor om ook gezinnen met kinderen aan te trekken voor de 'creatieve vakanties' ?

Ik denk dat 'het gezin' een heel geschikte doelgroep is voor creatieve vakanties. Kinderen zijn onbevooroordeeld en staan open voor die creatieve culturele uitwisseling. Zeker in Lombok is het leuk voor het gezin, omdat lokale kinderen daar ook werken. Dat is leuk voor alle kinderen en de ouders. Bovendien neemt het aantal gezinnen dat op verre vakantie gaat volgens mij enorm toe. Dus ook de behoefte aan verre toeristische attracties die leuk zijn voor kleine mensen.
Maar het is niet de enige doelgroep waar BLOEM zich op richt. Er gaat binnenkort bijvoorbeeld ook een pr-mailing naar kunst en vormgeef opleidingen en tijdschriften, om de 'creatieve professionele doelgroep' bekend te maken met creatief toerisme.

De workshops worden gegeven door inheemse kunstenaars - krijgen die lokale mensen opleiding in lesgeven - hoe ziet jullie ondersteuning eruit?
Nee, ze krijgen geen opleiding in lesgeven. De workshops worden soms gegeven door inheemse kunstenaars en meestal door inheemse ambachtslieden. Tot nu toe gaat het geweldig goed, precies zoals het gaat. De mannen en vrouwen zijn erg enthousiast, en vinden het maar wat leuk om hun ambacht uit te leggen aan toeristen. Die dames die mij weven hebben geleerd waren bijvoorbeeld ontzettend verbaasd dat ik ('in hun ogen een rijke, sjieke, westerse dame die toch wel iets beters te doen heeft dan te WEVEN') het echt leuk vond om het werk te leren dat zij dag in dag uit doen. Ze weten als de beste hoe ze het uit moeten leggen, en doen het goed. Bovendien 'rouleren' de docenten, zodat er meer lokale mensen mee kunnen doen.

Eerder dan aan het opleiden van de docenten, denkt BLOEM aan het 'voorlichten' van de toerist hoe deze een workshop moet volgen. Ik zou erg graag een soort 'inspiratieboekje' voor de workshopper maken: een boekje vol uitleg over de lokale cultuur, mythen, wereldbeeld, geschiedenis van de ambachten, voorbeelden van produkten, en ook vergelijkingen met onze westerse manier van denken, etc. Het idee van dit moet ik nog uitwerken. Maar het doel is de toerist te helpen bij het begrijpen van de plek waar hij/zij is.

jullie adviseren ook westerse reisorganisaties bij de strategische ontwikkeling op het gebied van duurzaam cultuurtoerisme. Hoe ziet zo'n traject eruit? Stel dat bvb een Vlaamse touroperator die weg wil opgaan...

Ja.. ook dit is een deel van de nieuwe BLOEM strategie. We doen dit nog niet, maar gaan het doen. Vakantie is een produkt. En net zoals bedrijven hun produkten blijven ontwikkelen door ze aan te passen aan de markt en technische mogelijkheden, is het als toerisme-bedrijf goed je vakantie te ontwikkelen. BLOEM heeft de expertise van ingenieur-produktontwikkelaar maar ook ontwerpmethodoloog (mijn achtergrond) en past die toe op cultuurtoerisme. Hoe dat traject er precies uit gaat zien, is moeilijk kort uit te leggen. Maar het komt erop neer, dat je vakanties gaat ontwikkelen vanuit een ander BEELD van de wereld waarin je op vakantie gaat. Niet het beeld: het mobiele en rijke Noord bezoekt het zielige, arme, zittende Zuid (volgens mij nog een gedachtengoed-erfenis van onze koloniale tijd). Maar bijvoorbeeld het beeld: alles en iedereen op de wereld beweegt, en staat met elkaar in contact. Iedereen leert van iedereen. Vakantie biedt de mogelijkheid anderen op de wereld te ontmoeten. Klinkt wat suf misschien, maar als je werkelijk een nieuw vakantieconcept gaat ontwikkkelen vanuit deze visie (of: deze wenselijke interactie tijdens vakantie), dan kom je op een heel nieuw vakantieprogramma, een nieuw vakantiemerk, een nieuw reisbureau.

Hoe ver staat het Creative Tourism Network - waar zijn ze actief, hebben jullie een focus op bepaalde landen of willen jullie gewoon overal deze ontwikkelingen stimuleren?

Het staat nog in kinderschoenen. Alleen LAILA bestaat, en de samenwerking met de lokale organisatie waar ik het eerder over had. Er is geen focus op bepaalde landen. BLOEM gaat waar de wind waait.