Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

donderdag, september 25, 2008

Sheherazades weblog oftewel duurzaam toerisme in Marokko

In dit boek uit 2006 van Fatima Mernissi dat pas vertaald werd in het Nederlands geeft de Marokkaanse sociologe blijk van een aanstekelijk optimisme. Ze schreef dit boek enerzijds om Marokkaanse jongeren een hart onder de riem te steken en anderzijds om westerse toeristen te laten zien dat Marokko meer te bieden heeft dan oude Keizersteden en woestijnlandschappen. Spijtig genoeg is 'Sheherazades weblog' niet zo goed geschreven als haar andere boeken. De kans op ergernissen is ook niet gering gezien haar nogal stoeferig kokketeren met de prijzen die ze kreeg. Ook het hoge gehalte aan voluntarisme waarmee ze de mensen die ze aan het woord laat op een voetstuk plaatst heeft soms iets gênant. Uit de tekst blijkt gelukkig dat al deze mensen die iets bijzonders hebben gerealiseerd meestal beter weten dan zij hoe de wereld in elkaar zit en met meer realiteitszin hun ding doen. Daarom heeft haar bij wijle essayistisch betoog over de veronderstelde link tussen satellietschotels, traditionele tapijtweverij, internet en civiele maatschappij vooral een documentaire waarde. Een boek om wel degelijk in je reistas te steken als je Marokko bezoekt. En oh ja, neem dan vooral ook "het verboden dakterras" of één van Mernissi's andere boeken mee.



Fatima Mernissi gelooft dat satellietschotels de traditie van het verhaal terug hebben gegeven aan het volk. Ze verwijst daarmee naar nieuwe Arabische soaps die regelmatig heikele onderwerpen aansnijden en grenzen verleggen in de conservatieve samenlevingen van de Maghreb. Een stelling waarmee nogal gemakkelijk wordt geschermd, maar het is natuurlijk niet het volk dat de scenario's van dergelijke verhalen schrijft. Het valt echter niet te ontkennen dat soapseries zaken kunnen losmaken. De auteur heeft het ook over de fameuze Moudawana, de vooruitstrevende Marokkaanse familiewet die in 2004 gestemd werd. Ze vermeldt er echter niet bij dat de wet nauwelijks wordt toegepast, enerzijds omdat rechters onwillig zijn en anderzijds omdat arme plattelandsvrouwen, die er het meest baat bij hebben, de wet niet kennen. Het is een lang proces omdat de weerstanden groot zijn. Volgens de coördinator van Badès, een marokkaanse ngo uit Al-Hoceima, kan het nog 15 jaar duren voor de wet echt ingeburgerd is.



Burgerinitiatieven en democratie

Toch beweegt er heel wat in de Marokkaanse maatschappij. En dat heeft niet weinig te maken met het volkse verlangen naar meer inspraak. Net zoals Amartya Sen verwijst Mernissi naar voorbeelden uit de Afrikaanse geschiedenis om aan te tonen dat de democratie geen "bijna unieke genetische eigenschap is van de Europeanen en hun Griekse voorouders," dat m.a.w. de bewering dat democratie alleen in Europa kon ontstaan een volbloed mythe is. Eén van haar argumenten is het feit dat de Marokkaanse overheid jarenlang de oprichting van verenigingen tegenhield. "Samenwerkende burgers, daar houden despoten niet van die het monopolie van de macht aan de top van de hiërarchie willen behouden." De democratische verzuchting van het volk om een zeg te hebben in het beleid kan ook lang onderdrukt worden door onwillige heersers. Alexis de Tocqueville zei het al in de 19e eeuw: "Het despotisme, dat van nature al angstig is aangelegd, zal er om zich veilig te voelen alles aan doen om mensen te isoleren: een despoot vergeeft zijn burgers tamelijk eenvoudig dat ze hem niet zien zitten, als ze elkaar ook maar niet zien zitten."

Ter illustratie haalt Mernissi vele burgerinitiatieven aan. Die ontstaan overal in het land en maken met hun democratiserende en educatieve werking dat mannen en vrouwen nader tot elkaar groeien. "Solidariteit heeft een nieuw gevoel voor eigenwaarde, niet alleen aan wie geholpen wordt maar ook aan de mensen die zich inzetten." Om zeker te zijn dat we haar goed begrijpen voegt ze er aan toe: "Ga nu niet roepen dat de solidariteit voort komt uit de solidariteit van familieclans, want dan zou u de revolutionaire draagwijdte van deze explosieve groei aan burgerzin ontgaan!"


Tapijten en het internet

Nog een opmerkelijke vaststelling van de auteur: "de kolonisatie (hoe wreed die ook was) heeft ertoe bijgedragen dat we beter naar onszelf zijn gaan kijken, dankzij de blik van de buitenstaander." En nog: "In Marokko hebben we buitenlanders nodig gehad, zoals die van generaal Lyautey, die een decreet ondertekende dat onder meer een staatsstempel instelde om de kwaliteit en authenticiteit van het Marokkaanse tapijt moest waarborgen." Het tapijt speelde een belangrijke rol in de herontdekking van het verleden en terwijl in het traditionele Marokko werd neergekeken op alle volkskunsten was er dus een buitenlander nodig om de waarde van de tapijtkunst te erkennen en daarmee de strategische rol van de plattelandsvrouwen als hoeder van het erfgoed. Natuurlijk kwam het de Fransen heel goed uit dat de gekoloniseerde mannen hun vrouwen sluierden. Zich losmaken van de traditie werd door de kolonisator als een bedreiging gezien. Dus werkten ze ook de bestendiging van de traditionele man-vrouw verhoudingen in de hand.

Maar tapijten zijn meer dan enkel een stuk volkscultuur en een uitdrukkingsmiddel voor analfabete vrouwen. Mernissi grijpt terug naar de oude reiziger Odysseus en de legende van de draad van zijn vrouw Penelope. Als Penelope niet was blijven weven tijdens zijn eindeloze reis, dan was Odysseus bezweken voor de charmes van Calypso, de wispelturige godin die verliefd was op de beroemde reiziger. Terwijl vrijers haar belaagden, haar zoon Telemachus bedreigd werd en ze jaren geen nieuws hoorde over haar man, volhardde Penelope en redde daarmee haar man en haar huwelijk. De belangrijkste functie van een mythe: hoe ons leven op orde krijgen in de chaos om ons heen. En dat doen duizenden Marokkaanse vrouwen net zoals Penelope, weven om grip te krijgen op de wereld om hen heen. Zo weven vele van deze vrouwen ware kunstwerken en kunnen ze zich een behoorlijk en consistent inkomen verwerven. De cijfers bewijzen het: in de jaren '80 was Marokko wereldwijd de vijfde producent van handgeknoopte tapijten, net na veel grotere landen als Iran, India, pakistan en China. Daarmee is meteen de moderne mythe ontmaskerd van de zogenaamde improductiviteit van vrouwen.

Tijdens haar gesprekken met de weefsters contempleert Mernissi de kracht van gewone mensen (vrouwen) die nog niet gemoderniseerd zijn. Mernissi voert verschillende vrouwen op, zoals Chaïbia Talal, de Marokkaanse schilderes die met haar heel eigen 'naïeve' stijl furore maakte over de hele wereld en de weg vrij maakte voor vele andere vrouwelijke kunstenaars. Chaïba was een meisje uit de laagste en armste milieus in Casablanca. Ze werd op haar dertiende uitgehuwelijkt en moest op haar 15e, na de dood van haar man, zichzelf met een kind in de armen alleen zien te redden in Casablanca. Mernissi heeft naar eigen zeggen nooit begrepen waarom je moet kiezen tussen traditie en moderniteit. Een nogal vreemde opmerking voor iemand die zelf carrière heeft gemaakt in de academische wereld en als gelauwerde schrijfster Marokko een nieuw gezicht heeft gegeven in het buitenland. Volgens haar is dit één van de geheimen van de nieuwe Arabische generaties, zij voelen zich thuis in de schijnbare tweespalt tussen traditie en moderniteit. Het is een mooie voorstelling van zaken maar uiteindelijk niet uniek voor Arabische jongeren. Niet alleen zijn de mogelijkheden tot kennisverwerving en interactie van het internet revolutionair, ze waren ook nooit zo bereikbaar en goedkoop. Ten bewijze de enorme groei van de Blogosfeer op het Afrikaanse continent van de laatste jaren. Dat jongeren met weinig kansen uit arme landen zich hierop gooien is gewoon een bewijs van hun gezond verstand. De combinatie van satelliettv, internet en burgerinitiatieven hebben jongeren uit het dal gehaald. Dat zeggen jonge kunstenaars zelf in de woestijnstad Zagora, één van de plekken waar Mernissi op zoek gaat naar de nieuwe initiatieven. Ze richtten hun eigen atelier op en boorden via het web een wereldwijde clandisie van reizigers aan.

Traditionele tapijtmotieven bevatten vaak pictogrammen uit een verloren taal, tekens die deel uitmaken van het Tinifagh, dat werd gesproken door de berbers, de Toeareg van de Sahara. Socioloog Abdelkebir Khatibi onderzocht deze oude uitdrukkingsvorm en concludeert dat het gaat om "een beeldende talisman van de vrouw." Fatima Mernissi legt een haast spiritueel verband tussen de digitale communicatietechnologie en de traditionele tapijtweverijen. In beide gevallen wordt een web geweven, letterlijk en in overdrachtelijke zin. Ik zou daar aan toevoegen: cultuurproductie is een complex proces van abstrahering van persoonlijke en collectieve ervaringen waarbij het beste uit de menselijke natuur geactiveerd wordt: gevoeligheid, concentratie, liefde en spiritualiteit. De taalvormen en de vormentaal die daar uit komen is van oneindige variëteit, net als de natuur zelf. De mens creëert voortdurend nieuwe platformen voor culturele uitingen maar vernietigt er ook regelmatig. Als een taal verloren gaat (gemiddeld één keer per twee weken verdwijnt één van de 6000 bekende talen) betekent dat een haast onherstelbaar verloren gaan van unieke menselijke ervaringen. Elke kunst- of ambachtsvorm die dat proces tegengaat is waardevol.

Sheherazades weblog bulkt van de interessante contacten inclusief bijhorende telefoonnummers en e-mail adressen. Het boek wordt bovendien vergezeld van een dringende oproep om deze mensen te contacteren en hen te ontmoeten. Fatima Mernissi moedigt elk reiziger en toerist aan om zich te verdiepen in lokale cultuur en bvb een cursus Amazigh te volgen. Dat is de berbertaal die een ware Renaissance doormaakt en die je nu zelf kan leren in het centrum Tariq ibn Ziad in de hoofdstad Rabat. Uit zo'n ontmoetingen hoopt Mernissi dat mensen nader tot elkaar komen. Wellicht wil ze vooral meewerken aan de opstand van een nieuwe economische sector die haar land mee naar de voorhoede kan stuwen van de felgeplaagde Maghreb, maar dat is dan ook een zeer eerbaar doel.

Sheherazades weblog van Fatima Mernissi,
Hardcover | 255 Pagina's | Uitgeverij De Geus
ISBN10: 9044508857 | ISBN13: 9789044508857

maandag, juni 30, 2008

Reizen met respect

Duurzaam toerisme is nog steeds een niche markt. Maar het is wel een uitdijende markt. Op enkele weken voor de jaarlijkse vakantie-uittocht bracht de Nederlandse reisjournalist Hans van de Veen “Reizen met respect” uit. En het moet gezegd: niemand die dit boekje leest heeft nog een echt excuus: je hoeft echt geen doorwinterde avonturier met geitenwollen sokken meer te zijn om je vakantie duurzamer te maken. Een beetje bewustzijn en aantal eenvoudige principes hanteren in de keuze van je vervoer en accommodatie zijn al heel wat waard. Intussen groeien duurzaam toerisme projecten overal ter wereld als kool. In “Reizen met respect” krijg je een beknopt en vlot geschreven overzicht van wat duurzaam toerisme is en wat je zelf kan doen. Per regio vind je een lijst voorbeelden van goede projecten die je vakantie tot een onvergetelijke ervaring kunnen omtoveren.

“Reizen met respect” is een Nederlandstalige bewerking van "The Ethical travel Guide" van Polly Patullo uit 2006. In de verantwoording schrijft de auteur dat de selectie van duurzaam toerisme projecten aan dezelfde criteria moest voldoen als in de Engelstalige gids.

In het boek komen ook enkele oude bekenden aan het woord die al langer aan de weg timmeren. Zoals Adama Bah, de grondlegger van Gambian Tourism Concern. Bah was ook op het Wereld Sociaal Forum in Mumbai (2004) waar hij kwam getuigen over hun strijd tegen de ‘all-inclusives.’ Het kleine Gambia is één van die landen die erg hebben ingezet op massatoerisme. In de jaren '80 en '90 zetten ze de deur wijd open voor buitenlandse investeerders die, aangetrokken door een bijzondere belastingvoordelen, massaal ‘all-inclusive’ hotelcomplexen optrokken aan de parelwitte stranden. In deze formule betalen toeristen de volledige prijs voor hun vakantie bij het boeken. Een Channel4 reportage van enkele jaren geleden liet zien hoe Britse toeristen zich lieten verwennen in ‘culturele bellen' waarbij de lokale bevolking wordt opgevoerd als aapjes in de zoo. De video wordt nog steeds gebruikt in vormingssessies over duurzaam toerisme als schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.
Hans van de Veen laat Adama Bah aan het woord over Tumani Tenda. De bewoners van het Gambiaanse dorp hebben zelf een toerismeprogramma gecreëerd dat aansluit bij het dorpsleven. De extra inkomsten uit het toerisme geven de inwoners de ruimte om te investeren in een duurzame ontwikkeling. Daarmee tonen de bewoners aan dat vakantiegangers in Gambia een keuze hebben. Een keuze tussen enerzijds het onpersoonlijke massatoerisme waarmee je enkel de multinationale touroperators rijk maakt en mens noch milieu in het land respecteert of anderzijds toerisme met een warm, menselijk gelaat dat positieve sociale, economische of ecologische effecten heeft en waarvan beide partijen (lokale bevolking en toerist) rijker worden. Daarmee is meteen gezegd waarover dit boek gaat.

Hans Van de Veen gaat ook in op de kritiek als zou duurzaam toerisme een schijnheilig streven zijn. Deze criticasters noemen voorstanders van duurzaam toerisme "naïef" of "elitair." Nonsens natuurlijk. Op dezelfde manier kan je eender welk positief initiatief afdoen als naïef en belachelijk. Zo is Vlaanderen vandaag de Europese regio die per gezin het minst afval produceert. Dat is te danken aan de hoge mate waarin Vlaamse gezinnen hun afval sorteren. Bij het invoeren van de verplichting tot sorteren waren zure oprispingen die het nut van de maatregel in twijfel trokken niet van de lucht. Maar ondertussen kijken andere landen wel naar ons.

Doorgaans worden deze ‘kritische’ beweringen niet ondersteund door enig rationeel argument en weten de uitsprekers in kwestie nauwelijks waar ze het over hebben. Met enige slechte wil zou je het een makkelijk excuus kunnen noemen om zelf niets te hoeven doen. Het enige dat je kan doen om zulke 'toogpraat' pareren dat is afkomen met goede argumenten. En dat doet van de Veen. Eén van de beste argumenten is dat duurzaam toerisme gewoon veel leuker en boeiender is. En, neen, je hoeft niet in te boeten op comfort of privacy. Uit de beperkte selectie duurzame projecten in dit boekje - het aanbod groeit elke dag - kan je kiezen voor heel basic comfort en veel contact met de lokale bevolking. Maar als je op zoek bent naar rust en privacy kan je ook gaan voor prachtige lodges die gebouwd werden met lokale materialen en met beperkte inpact op mens en milieu. De pionierstijd is voorbij dat je dergelijke projecten met een vergrootglas moest gaan zoeken.

Een link die al langer gemaakt wordt is die met fair trade. Als je thuis nadenkt over de manier waarop je je geld besteedt waarom dan niet op reis? Ervoor zorgen dat producenten een eerlijk deel krijgen van de verkoopprijs van hun product kan door fair trade producten te kopen en door de keten tussen producent en consument kort te houden (bvb door je voedsel rechtstreeks bij de boer te kopen). Door je vakantie te spenderen bij één van de projecten in dit boek doe je beide. Dat kan je lezen in de levendige verslagjes van allerlei mensen die duurzaam toerisme projecten bezoeken. Zo schrijft Erica Keizer over haar bezoek aan Rungwe Tea & Tours in Tanzania: "direct van de mensen horen hoe hun leven eruit ziet, dat maakt deze trip heel speciaal. Een ervaring die nog lang in je geheugen blijft hangen."

Na de inhoudelijke hoofdstukken vind je in “reizen met respect” een lijst van duurzaam toerisme projecten gerangschikt per regio. De lijst is noodzakelijkerwijze beperkt maar biedt toch een mooi staalkaart van diverse soorten projecten waaronder: agrotoerisme, goedkoop of luxeverblijven, taallessen of workshops, trektochten, gastgezinnen.

In tegenstelling tot “Hoe word ik wereldreiziger” uit 2007, een modieus boekje van Marcel Gansevoort dat mij behoorlijk teleurstelde, legt Hans Van de Veen hier wel de vinger op de wonde: "Maar helaas vertonen veel toeristen de kenmerken van het kuddedier. Met zijn allen bezoeken ze per touringcar die paar plekken ‘waar je geweest moet zijn,’ en de rest van hun verblijf brengen ze door geriefelijke internationale hotels. Dat biedt nauwelijks de kans aan lokale toerismeondernemers om ook een graantje mee te pikken van het toerisme.” Volgens de Verenigde Naties gebruikt “de gemiddelde toerist in 24 uur net zoveel water als een inwoner van een arm land nodig heeft om gedurende 100 dagen rijst te verbouwen.” Dit boek zal hopelijk een steentje bijdragen tot het bewustzijn bij de vakantieganger.

Het boek heeft ook zijn eigen website www.reizenmetrespect.com waar je feedback en aanvullende suggesties kan geven.

>> Reizen met respect; Hans van de Veen - ISBN 978 90 257 4304 8 - Dominicus, met steun van ncdo Nederland. Het boek is te bestellen via de webwinkel van 11.11.11 of via 02/536 11 22

vrijdag, januari 25, 2008

Palestine & Palestinians: uitmuntende reisgids van de ‘Alternative Tourism Group’

Een toeristische gids exclusief over Palestina? Maar Palestina is toch geen land… kan dat dan niet als onderdeel van een gids over Israël? En overigens: “is het daar niet erg gevaarlijk met alleen maar stenen gooiende jongeren?” Dit soort gemeenplaatsen hoor je vaak als dit boek opduikt in een café-conversatie. De reacties tonen aan hoezeer ons gebrek aan kennis over dat Bijbelse land in het nadeel speelt van een volk dat in de internationale media dagelijks het onderspit moet delven. Het kan dan ook moeilijk anders dat de dagelijkse realiteit van dit onderdrukte volk aandacht krijgt in deze reisgids. Maar daarnaast blijkt het historische Palestina ook een zeer mooi land met een enorme weelde aan cultuurhistorisch erfgoed en bovenal een bevolking die je met open armen ontvangt.

Duurzaam toerisme begint vaak bij een goede reisgids. Palestine & Palestinians is precies dat: een heel leesbare en interessante gids, gemaakt volgens alle regels van het vak en goed voorzien van alle praktische informatie die je nodig hebt als reiziger. Gedetailleerde informatie over hotels, restaurants, (internet)cafés maar ook banken, boekenwinkels, postdiensten en diverse interessante organisaties.

De gids onderscheidt vijf regio’s: Jeruzalem, de bezette Westelijke Jordaanoever, de bezette Gaza strook, de bezette Syrische Golan-hoogte en tenslotte de ‘gebieden van 48.’ Met deze laatste regio bedoelen ze drie gebieden binnen het huidige grondgebied van Israël waar meer dan een miljoen Palestijnen wonen in kampen en niet erkende dorpen, dorpen die zelfs niet voorkomen op Israëlische kaarten. Het zijn vluchtelingen in hun eigen land, ze ontsnapten in 1948 aan de massale deportaties maar verloren evengoed hun land en hun huizen. Sindsdien zijn ze onderworpen aan een hele reeks discriminerende wetten en worden ze grotendeels genegeerd door de Israëlische overheid. De laatste 15 jaar nam de repressie op hun dorpen toe met geregelde aanvallen van boze Joodse Israëli. Dit stuk van de gids toont aan hoezeer Palestijnen deel uitmaken van het land tussen Middellandse Zee en Jordaan. De vele historische plaatsen, inclusief bekende namen zoals Accra en Safad getuigen van een eeuwenlange Palestijnse geschiedenis.

Het deel over Jeruzalem behandelt veel meer dan de historische stad binnen de 16e eeuwse omwalling van Sultan Suleiman al-Kanouni, beter bekend als Suleiman de Grote. Al zal je als bezoeker eerst en vooral onweerstaanbaar aangetrokken worden door de prachtige middeleeuwse stad met de gouden koepel van de rots die erboven uit torent. De verschillende wijken worden besproken met van alle culturele bezienswaardigheden de praktische info er meteen bij. Informatie over eten, slapen en transport is telkens achteraan het hoofdstuk te vinden. Maar ook de rest van Oost-Jeruzalem (waar de oude stad deel van uitmaakt), West-Jeruzalem en alle recente Israëlische aanhechtingen komen aan bod.
De Westbank is de strook land ten westen van de Jordaan dat het meest wordt geassocieerd met Palestina. Een strook die nog nauwelijks als dusdanig bestaat gezien de voortdurend verdere opdeling in steeds kleinere stukjes land door de bezettende macht. Oprukkende kolonies, de muur die stukken grond opslokt, de proliferatie van checkpoints, dat alles maakt dat het voor Palestijnen steeds moeilijker wordt zoniet onmogelijk om zich nog te verplaatsen. Als buitenstaander krijg je doorgaans nog steeds een voorkeursbehandeling door de militairen. Hier rondreizen zou je kunnen zien als een authentieke vorm van oorlogstoerisme en dus enigzins bedenkelijk maar reizigers die het meemaken getuigen van een aangrijpend e realiteit. Bovendien komen ze terug met verhalen van warme ontmoetingen met een volk dat ondanks haar dagelijkse miserie haar appreciatie laat blijken wanneer buitenlanders interesse tonen voor hun situatie. ATG en andere Palestijnse ngo's beschouwen elk bezoek aan hun gebieden als een vorm van solidariteit, m.a.w. ze hebben niet liever dan dat er mensen komen.
De Gazastrook is sinds het weghalen van de kolonisten niet meer opgedeeld maar zijn kleine oppervlakte en de totale controle van de Israëli's over zijn grenzen maken van het gebied in de praktijk één grote gevangenis. De bevolking verarmt ondertussen zienderogen, werken noch handel drijven is mogelijk en men leeft van buitenlandse, meestal Europese, hulp. Een bezoek aan de Gaza is een overrompelende ervaring zo vermeldt de reisgids. Er is wel degelijk heel wat te zien, het gebied is al duizenden jaren een kruispunt van heel diverse beschavingen. Maar wellicht zal een wandeling door het overbevolkte Gazastad met muren vol kogelgaten de grootste indruk nalaten.
De bezette Syrische Golanhoogte tenslotte is een gebied dat zo'n 1000 meter boven de zeespiegel ligt. In het noorden torent Mount Herman 2814 meter boven het drielandenpunt uit (Libanon, Syrië en de Golan). Een waterrijk gebied met stokoude verlaten dorpen, het beroemde middeleeuwse kasteel van Nimrod en veel appel boomgaarden.

Het boek wordt ingeleid met een stevig stuk geschiedenis maar ook geografie en cultuur komen ruim aan bod. Een apart hoofdstuk behandeld hot items zoals de bezetting, de muur (door de Palestijnen ‘apartheidsmuur’ genoemd, de Israëli spreken over ‘veiligheidshek’ – een 8 meter hoge muur van meer dan 200 km lang die aan elke kant 50 meter bufferruimte in neemt kan je echter moeilijk nog een hek noemen), de kolonies en de checkpoints. Allemaal begrippen waar je letterlijk onmogelijk rond kan als je door Palestina reist.
ATG organiseert zelf ook verblijven en begeleide rondreizen in Palestina. Ze werken daarvoor samen met het ‘Centrum voor Alternatieve Informatie’ (AIC) en het ‘Israëlische Comité tegen het vernietigen van huizen.’ Via hun reisprogramma’s kan je vele mensen ontmoeten maar krijg je ook een goed beeld van het Palestijnse verleden en heden. Je ervaart wat het leven onder militaire bezetting betekent. Tijdens het seizoen kan je meedoen met de olijvenoogst, één van de traditionele producten waarop de wankele Palestijnse economie berust.

Het boek (ATG, Beit Sahour, Palestina) kan je bestellen via het Vlaams Palestina Komitee: tel: 02-501 67 44 of vpk@VlaamsPalestinaKomitee.be

dinsdag, januari 01, 2008

Fataal gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?"

[Recensie: “Hoe word ik wereldreiziger” van Marcel Gansevoort (Lannoo, 2007)]

Ik kreeg vandaag het boek "Hoe word ik wereldreiziger?" in handen. Het was een teleurstelling. Ik werd er zelfs een beetje triest van. Het boek blinkt namelijk uit in de totale afwezigheid van enige verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de reiziger. Als je dit boek uit hebt kan je alleen maar overtuigd zijn van de absolute vrijblijvendheid van het reizen. Volgens dit boek ik reizen een puur individuele aangelegenheid waarop enkel het particuliere belang van de reiziger(s) belangrijk is. Een achterhaalde en trieste visie en toch wel vreemd voor iemand (samensteller Marcel Gansevoort) die zelf zoveel gereisd heeft. Helaas ook een bewijs dat veel reizen helemaal geen garantie is voor enige persoonlijke verrijking of het opbloeien van nieuwe inzichten, zoals in het boek wel door diverse mensen beweerd wordt.

Op bladzijde 15 staat al meteen één van de eerste dooddoeners: "de moderne reiziger ontdekt geen continenten meer, maar vooral zichzelf." Misschien is dat net het grootste probleem: dat de reiziger alleen met zichzelf bezig is. Bovendien: hij of zij mag dan nog denken dat ze zichzelf 'ontdekken,' in de praktijk leren ze hoogstens enkele van hun fysieke en mentale grenzen kennen. Ken je jezelf dan wanneer je weet dat je moet kokhalzen van vieze toiletten of angst hebt van grote hoogten? Natuurlijk niet. Jezelf leren kennen doe je thuis, in je eigen omgeving, door interactie met anderen binnen bekende culturele patronen. Wie op reis vertrekt met de illusie van zelfontdekking reist niet met open vizier en vormt eerder een last voor de omgeving. Je kan onmogelijk oprecht geïnteresseerd zijn in de rest van de wereld wanneer die slechts het decor vormt voor je eigen zelfontplooiing. Hier is dan ook het fundamentele probleem met dit boek: het gaat alleen om het individuele verlangen naar zelfvervulling van de 'wereldreiziger.' Dat de persoon in kwestie zowel zichzelf, het milieu en alle anderen een grote dienst zou bewijzen door gewoon thuis te blijven wordt in dit boek zedig verzwegen.

Nochtans geeft Ton Van Egmond, sociaal psycholoog en docent duurzaam toerisme, enkele aanduidingen in zijn voorwoord: "over het algemeen gaat het om vluchtige ervaringen. Tijdens een verre reis bespreken mensen al waar de volgende reis heengaat. Thuis zijn ze alles snel weer kwijt." In dezelfde paragraaf schrijft ie: "reizen heeft een enorme impact." Klopt, denk je dan. Maar Ton Van Egmond heeft het dan wel over de impact op de reiziger en niet waarover hij het zou moeten hebben nl. de mensen van de ontvangende landen en het milieu zowel daar als hier bij ons.

Momenteel is het internationale toerisme reeds verantwoordelijk voor 5% van de globale CO2 uitstoot. Het zou heel wat helpen als toeristen (of reizigers, want dat is hetzelfde, wat doorwinterde globetrotters ook mogen beweren) wat meer voor duurzame vervoermiddelen zouden kiezen en hun reisgedrag wat beter zouden plannen. Bijvoorbeeld: beperk je vluchten tot de grote afstanden, gebruik waar mogelijk het openbaar vervoer over de grond en beperk je actieradius ter plaatse. Een ander feit: in 2006 werd 733 miljard dollar verdiend aan toerisme. In de armlastige landen van het zuiden vloeide het overgrote deel van de inkomsten terug naar het Westen. Wat je daaraan kan doen als bewuste reiziger? Ervoor zorgen dat zoveel mogelijk van je geld in de lokale economie gaat. Ook al is het comfort wat minder in lokale horeca, je krijgt er onbetaalbaar meer waardevol menselijk contact mee. Tenslotte: toerisme is een verkregen voorrecht van de Westerse middenklasse. In de rest van de wereld kan enkel de elite reizen. Voor de grootste massa van de gewone mensen die je als reiziger tegenkomt is reizen een verre droom. Migranten die met veel moeite en vaak grote investeringen van heel hun familie naar ons toe komen maken geen vrijblijvende reis zoals wij dat doen wanneer we ‘de wereld gaan ontdekken.’ Het zou goed zijn als mensen daar voor hun vertrek op gewezen werd. In “Hoe word ik wereldreiziger” echter geen woord over dit soort wetenswaardigheden. Het is nochtans mogelijk om je reizen een duurzamer karakter te geven. Maar neen: enkel een lijstje met weetjes in de sectie "wel of geen wereldreiziger" waar je bepaald mistroostig van wordt.

Waarom dit gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?" Schrik om de consument voor het hoofd te stoten, of om als wereldverbeterend en dus saai afgeschilderd te worden? Alsof we daar niet lang voorbij zijn. Alsof het ook niet hip kan zijn om met je verstand en je hart op dezelfde golflengte leven. Overigens doet zelfs Lonely Planet moeite om zich een duurzamer imago aan te meten door in hun gidsen reizigers te wijzen op hun verantwoordelijkheden.

maandag, februari 19, 2007

Reisboeken – “De Karavaan van de verbeelding”

Een goed reisboek is goud waard. Dat weet iedereen die al eens zonder zat in de woestijn. Soms kom je dan wel eens een ander reiziger tegen die enthousiast een boek beschrijft als ‘must-read’ maar bij thuiskomst blijkt het niet meer verkrijgbaar. In Nederland startte in 2001 Reis-boek.nl, een online boekhandel in tweedehands en antiquarische reisboeken. Als je aast op een boek dat al uit de boekhandel is verdwenen en ook bij bijvoorbeeld De Slegte niet meer verkrijgbaar is, kan Reis-boek.nl uitkomst bieden.

De AfrikaNieuws Nieuwsbrief had een gesprek met Anne Janmaat, oprichtster van Reis-boek.nl.

dinsdag, februari 01, 2000

Latin America Bureau

LINK is nieuw. LINK staat voor onverwachte ontdekkingen en Nieuwe mogelijkheden tot Kruisbestuivingen. Want PikNik is geen select groepje luxe-toeristen en nog minder een geïsoleerd stelletje wereldverbeteraars. Neen! We staan met onze voeten stevig op de grond in het volle woekerende leven van deze rijke wereld. Vanuit onze ervaring leggen we hier linken naar andere waardevolle initiatieven.

In het kielzog van het grote thema voor dit jaar’s Landencocktail staat deze eerste LINK in het teken van Latijns-Amerika.

“From the snow-capped mountains of the Andes there is drunken chicken, potatoes with walnut, cheese, and chili sauce, and corn arepas stuffed with cream cheese; from the palm-fringed Caribbean, avocado and codfish appetizer, and Trinidad callaloo; from the dusty hills of Mexico, red chicken with almonds, chopped courgettes with cream”
Loopt het water je al in de mond? - Dit was een uittreksel uit “The Flavour of Latin America, het nieuwste boek van het LAB.

Het Latin America Bureau (LAB) is een onafhankelijke onderzoeks en uitgevers organisatie. Het wil werken aan een groter begrijpen in verband met mensenrechten, sociaal en economisch bewustzijn in Latijns America en de Carraïben. Een enorme bron van informatie die elke Latijns-America adept zou moeten kennen. Je ontdekt er juweeltjes van integer journalistiek werk dat bovendien vlot en zeer leesbaar geschreven is. Minder bekend werk ook van Latijns-Amerikaanse romanschrijvers.
Bij het grasduinen door de LAB catalogus wordt je steevast aangesproken door de welluidende stemmen van vrouwen en mannen die iets te vertellen hebben over hun wereld, hun werk of simpelweg hun bewogen leven. Stuk voor stuk pakkende verhalen die je een fascinerende blik achter de schermen bieden.
En tenslotte niet te vergeten, de onvolprezen IN FOCUS reeks, met een compacte bespreking van alle landen - zowat de grote broer van de Landenreeks van het NCOS.

Enkele titels:
- “The Flavour of Latin-America - Recipes and Stories” (Elisabeth Lambert Ortiz)
- “Endangered Mexico - an environment on the edge” (Joel Simon)
- “Open veins of Latin America - Five centuries of the pillage of a continent” (Eduardo Galleano)
- “Hidden lives - voices of children in Latin America & the Caribbean” (Duncan Green)
- “An Afro-Brazilian Woman’s Story of Politics and Love” (Benedita da Silva)
- “The Latin American city” (Alan Gilbert)

Je kan gratis hun catalogus ontvangen door te schrijven of te e-mailen op:
Latin America Bureau, Freepost KE7728, London ECIB ITW
(Let wel: buiten UK wel postzegel kleven)
Tel: +171.278.2829, Fax: +171.278.0165
E-Mail: lab@gn.apc.org

Ze zijn ook te bezoeken op het Net waar een recent vernieuwde site je opwacht met een wereld aan informatie, enorm veel linken en nieuws bronnen ook: http://www.lab.org.uk