Posts tonen met het label GATS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GATS. Alle posts tonen

zaterdag, maart 03, 2007

Een toeristische sector, grootste bron van ontwikkeling voor arme landen?

Het Wereld Economisch Forum vindt dat "ontwikkelingslanden het grootste potentieel hebben om een toeristische sector te ontwikkelen." Zo meldde vrijdag 2 maart een IPS bericht. Wat bedoelen ze daarmee? Hebben ze het echt over een nieuwe bron tot ontwikkeling voor de ontwikkelingslanden? Of bedoelen ze eigenlijk gewoon nieuwe markten die klaar liggen om ingepikt te worden door Westerse bedrijven die in de sector actief zijn? Dat is namelijk al jaren de realiteit. De grootste bedrijfssector ter wereld wordt voor 80% beheerst door welgeteld vier multinationals: Airtours, Thomson, First Choice en Tomas Cook. Deze vier bedrijven romen het grootste gedeelte van de winst af voor de landen waar ze hun klanten naar toe sturen. En dat is bij uitstek het geval in ontwikkelingslanden.

Enkele jaren geleden, bij het opstarten van de GATS-onderhandelingen (Algemeen Akkoord over Handel in Diensten) dook het toerisme als sector op in de teksten. Na de liberaliseringsrondes voor de handel in goederen waren diensten aan de beurt. Geheel in de neoliberale geest van de WTO-onderhandelingen mogen ontwikkelingslanden geen strobreed in de weg leggen van de internationale toerisme-moghuls. Zo zouden ze hun eigen ondernemers niet mogen beschermen. Milieubeschermende maatregelen, maatregelen die cultuur e.d. beschermen zijn "onnodig handelsbelemmerend." Slechts één regel: vrije markttoegang voor iedereen... Wanneer dus het Wereld Economisch Forum spreekt over het "toeristisch potentieel van ontwikkelingslanden," dan hebben deze laatste alle reden om zich zorgen te maken.

Neem nu het -weliswaar extreme- voorbeeld van de cruise-industrie. Die wordt haast volledig beheerst vanuit Miami en enkele Europese steden. De bedrijven controleren alle aspecten van de reis. Toeristen betalen hun reis op voorhand. Op de eilanden zelf geven ze weinig meer uit dan schnabbels, als ze überhaupt al van boord gaan. De cruise-industrie forceert de lokale overheden om een dure haveninfrastructuur aan te leggen. Daarvoor gaan ze leningen aan op kosten van de belastingbetaler, in dit geval de verarmde eilandbewoner. Voor die investeringen krijgt het eiland nauwelijks iets terug. Alle voedsel voor de cruisetoerist wordt ingevlogen of meegenomen uit het vertrekpunt. De cruisetoerist eet en drinkt aan boord, zelfs souvenirs koopt hij vaak aan boord. Wanneer een eiland probeert belastingen te heffen op de schepen die zijn havens aan doen kan het bedrijf eenvoudig beslissen om het eiland niet meer aan te doen. Ondertussen verkommert de dure haveninfrastructuur... Milieugewijs is de balans ronduit negatief: de reuzeschepen spoelen op volle zee hun brandstof tanks, ze dumpen al hun afval in het water en ze varen fragiele koraalriffen stuk.

Voor de succesvolle all-inclusive formule is de lokale economische balans al niet veel beter: hier zijn de investeringen voor de lokale overheden vaak nog groter: er dienen vliegvelden aangelegd, wegen en nutsvoorzieningen - zaken waar de lokale bevolking overigens niet echt van profiteert want ze zijn exclusief op de toeristische infrastructuur gericht. Ook de lokale markten profiteren niet van de megacomplexen want alle voedsel wordt ingevlogen en toeristen wordt afgeraden om het hotel te verlaten. Enkele uitzonderingen daargelaten (o.m. Cuba) dwingen de toerisme-moghuls uiterst gunstige belastingrégimes af bij de lokale overheden. Bovendien controleren ze ook de vliegtuigmaatschappijen en dus de routes. Voor een eiland dat net een dure luchthaven heeft gebouwd is het een financiële ramp wanneer charters niet meer komen.

De all-inclusive formule maakt ondertussen steeds meer opgang. De toerist omarmt massaal de idee: je betaalt bij reservatie één enkele prijs voor je hele vakantie. De touroperators maken winst op elk aspect van de reis, ze strijken de volledige meerwaarde op van het economisch product. De toerisme ontvangende landen zijn veroordeeld tot het aanleveren van goedkope arbeid en het betalen van de kosten. Deze laatste overstijgen ruimschoots de baten van de schaarse werkgelegenheid.

Dit scenario zie je ook meer en meer opduiken in arme landen in Afrika en Azië. Vooral in landen die niet de middelen hebben om een eigen toeristische infrastructuur uit te bouwen die voldoet aan de hoge eisen van de Westerse toerist.

Het kan nochtans anders. Op vele plaatsen zien lokale toeristische initiatieven het licht. Dat kan gaan om charmante vissersdorpen die het toerisme in eigen handen nemen: ze zetten gemeenschappelijke activiteiten op, bouwen zelf de nodige infrastructuur zoals een lokale herberg en restaurant. Ze leggen ook regels op die het natuurlijk evenwicht helpen bewaren en bepalen quota voor het maximaal aantal toeristen dat hun dorp aan kan. Of het kan gaan om ecologische hotels in het woud, die uitgebaat worden door en voor de lokale bewoners. Maar ook bekende monumenten kunnen op zo'n manier beheert worden dat de lokale gemeenschap en bij uitbreiding de belastingbetaler van het land in kwestie er echt van profiteert.
Natuurlijk zal het helpen als landen in het zuiden de kans krijgen dergelijke initiatieven te steunen. Ze moeten een regelgevend kader kunnen opstellen dat de ontwikkeling van een eigen toeristische sector ondersteund en participatie van de lokale bevolking bevordert. Ze moeten een beleid kunnen voeren dat fragiele ecosystemen beschermt. En wanneer buitenlandse bedrijven willen investeren moeten voldoende waarborgen ingebouwd worden voor lokale winstdeelname. Alleen wanneer deze voorwaarden vervuld zijn, kan er sprake zijn van een echt potentieel aan ontwikkeling voor ontwikkelingslanden..

[Deze opinie verschijnt op 6 maart op de nieuwssite www.mo.be]

Lees ook: Sterke groei toerisme in Afrika

donderdag, januari 11, 2007

GATS in een notedop

In termen van het dienstenakkoord GATS (General Agreement on Trade in Services) valt toerisme onder “modus 2,” wat wil zeggen dat bvb Indonesië toeristische diensten verkoopt aan buitenlandse toeristen. Het land ‘exporteert’ dus een dienst, alhoewel de gebruiker van die dienst (de toerist) zich naar Indonesië toe begeeft.

In het opzet van de GATS moeten alle diensten geliberaliseerd worden. Dat wil zeggen privatisering, vrije markttoegang zonder beperkingen en geen beschermingsmaatregelen om wat voor redenen ook, ecologisch, sociaal of gewoonweg om de eigen industrie te beschermen. Al deze beschermingsmaatregelen worden letterlijk omschreven als “onnodig handelsbelemmerend.”

Een land wil een investeerder verplichten lokale werknemers in dienst te nemen? Of het wil broze ecologische gebieden beschermen door toeristische exploitatie in te perken? Of zelfs akkoorden afsluiten met een inheemse bevolkingsgroep zodat deze haar rituele gronden beschermd zou zien? Vergeet het: “onnodig handelsbelemmerend.” Met andere woorden: het hele akkoord legt de weg open naar een uitverkoop aan de multinationals en is een ontkenning van het hele gedachtegoed dat aan de basis ligt van Duurzaam Toerisme.

De praktijk leert overigens dat veel landen in de voorafgaande onderhandelingen niet veel acht geslagen hebben op de draagwijdte van die markttoegang. In de EU hebben alleen Spanje, Griekenland, Portugal en Italië voorbehoud gemaakt bij de markttoegang in de toeristische sector en de kleinhandel, en dan nog enkel voor historische en artistiek waardevolle sites, niet voor waardevolle landschappen of biotopen. De kans is dan ook groot dat overheden de toevloed van hotels of souvenirwinkels in bepaalde gebieden niet zullen kunnen beperken. Hetzelfde valt te vrezen voor het beslag dat grootschalige toeristische projecten leggen op het schaarse water om hun plantsoenen, zwembaden en golfterreinen te voorzien. Ze hebben m.a.w. geen uitzonderingen aangevraagd en laten dus de GATS binnen dringen in hun binnenlandse wetgeving.

woensdag, mei 10, 2006

Tourism and Gats

Een nieuwe studie van Christine Plüss en Marianne Huchuli, geplubliceerd op de site van Equations. Dat GATS een bedreiging vormt voor lokaal georganiseerd toerisme, dat was al langer duidelijk (zie mijn bijdrage "GATS: Duurzaam toerisme is 'onnodig handelsbelemmerend'.”)

maandag, augustus 18, 2003

GATS: Duurzaam toerisme is “onnodig handelsbelemmerend.”

Vakantie ! Wat zien we er telkens weer naar uit. Op reis, de wijde wereld in, ver of dichtbij doet er niet toe, als we maar even uit de dagelijkse sleur kunnen, nieuwe horizonten verkennen, genieten van de zomerse buitenlucht … Ondanks die ene slechte ervaring die iedereen al wel eens gehad heeft zullen de meesten onder ons aan de voorbije reis vooral positieve associaties overhouden. En dat is voor een groot deel te danken aan de diensten van een snel groeiende economische sector die ervoor zorgt dat je reis overal ter wereld vlot verloopt. Een opsteker voor landen in het zuiden, zal je zeggen, want ze krijgen hiermee toch behoorlijk wat inkomsten binnen. Maar dat is helaas fout. Want het overgrote deel van de sector is in westerse handen. En er is een zorgwekkende ontwikkeling op til die de scheve verhoudingen verder uit balans dreigt te trekken. Die ontwikkeling wordt aangeduid met één letterwoord : GATS.

Ga maar na : vliegtuigticket, transport ter plaatse, verblijf (slapen en eten), gebruik van sportfaciliteiten, souvenirs, entreegelden van bezienswaardigheden, inhuren van gidsen enz. Allemaal slokken ze grote brokken van je vakantiebudget op. En niet te vergeten, een hele reeks andere diensten die ook profiteren van jouw reis : financiële diensten (geldwisselaars, kredietkaart- en andere netwerken), communicatiediensten, aankoop van speciaal reismateriaal (zeg maar AS-Adventure en dies meer), reisgidsen en kaarten, allerlei taksen, visakosten enz. Al deze diensten stellen een pak mensen te werk en zijn een niet te onderschatten bron van inkomsten voor de ontvangende landen – voor nogal wat landen zelfs de voornaamste. De meeste ontwikkelingslanden hebben dan ook een handelstekort in de dienstensector (ze voeren meer in dan ze uitvoeren), behalve in twee sectoren :
1) de toeristische sector, waarvan de groei vooral lijkt te komen van de toegenomen interesse voor exotische bestemmingen en de afgenomen transportkosten.
2) Het geld dat migranten opsturen naar hun families die achterbleven

De toeristische krachtpatsers
Maar nu het slechte nieuws : in de toeristische sector controleren welgeteld 4(!) bedrijven 80% van de wereldmarkt : Airtours, Thomson, First Choice en Tomas Cook. Deze vier multinationals romen dus het grootste gedeelte van de winst af voor de landen waar ze hun klanten naar toe sturen. De grote concentratie is het gevolg van de enorme hoeveelheden kapitaal en de uitgebreide netwerken die nodig zijn om de technologische voorsprong te behouden, om een uitgebreid net aan diensten te kunnen leveren en om de schaalvoordelen op peil te houden. De trend van fusies en overnames heeft de positie van deze grote spelers nog versterkt. Want met hun economische macht beschikken ze ook over een sterke onderhandelingspositie naar de diverse overheden toe. Zo kunnen ze bij lokale overheden enerzijds gunstige belastingrégimes afdingen en anderzijds eisen stellen naar basisinfrastructuur : moderne luchthavens met degelijke incheckfaciliteiten, aanvoer van nutsvoorzieningen naar toeristische centra, vaak in energiearme gebieden, wegenaanleg naar die centra die meestal verder geen economisch nut hebben. Stuk voor stuk investeringen die handen vol geld kosten en waarvoor het land in kwestie dure leningen moet aangaan bij westerse banken. Buiten wat werkgelegenheid voor laaggeschoolden heeft de lokale bevolking er weinig of niets aan.
De multinationals wenden hun sterke positie nog op andere plaatsen aan. Onder meer op internationale fora zoals de WHO (Wereld handel organisatie). In deze machtige organisatie worden afdwingbare regels opgelegd aan het internationale handelsverkeer, bovendien beslechten ze ook handelsgeschillen op basis van deze regels. Het grootste probleem met deze organisatie is haar illegitimiteit en de manier waarop de regels die ze bepaald tot stand komen. De WHO bestaat niet uit verkozen vertegenwoordigers van de aangesloten volkeren. Alle beslissingen worden er genomen door technocraten die in opdracht van regeringen afdwingbare regels uitvaardigen waar naar alle aangesloten landen zich moeten schikken op straffe van zware boetes, het niet uitkeren van leningen door IMF en Wereldbank enz. Bovendien zijn die regels steeds heel complex en uitgebreid, worden ze genomen in kleine achterkamertjes, is er geen enkele democratische controle en kunnen ze niet ongedaan gemaakt worden. Als je dan weet dat de meeste landen uit het zuiden met moeite één of enkele mensen kunnen afvaardigen terwijl Europa en de Verenigde Staten steeds een delegatie van enkele honderden specialisten naar de onderhandelingsronde sturen. Die enkele vertegenwoordigers moeten dan het hele scala aan behandelde onderwerpen beheersen en proberen aanwezig te zijn op de tientallen vergaderingen die overal tegelijk plaats vinden. Pogingen van ontwikkelingslanden om zich te verenigen tegen de overmacht hebben tot dusver niet veel opgeleverd omdat de individuele druk vanwege de economische grootmachten om regels goed te keuren erg groot is.
De volgende onderhandelingen in Cancun, Mexico, van 10 tot 14 september zijn cruciaal. Ze gaan over de liberalisering van de diensten, en daarmee bedoelen we wel degelijk alle diensten: ook watervoorziening, onderwijs, gezondheidszorg enz. De ondertussen beruchte GATS (General Agreement on Trade in Services) is een akkoord dat haast vanzelfsprekend geschreven is op maat van de Europese en Noord-Amerikaanse industriële lobbygroepen. Onder meer voor het toerisme, de belangrijkste bron van inkomsten voor vele arme landen, tekent zich een echt doembeeld af.

Water voor de toeristen
La Lorena op het schiereiland Guanacaste in noordwest Costa Rica is een waar tropisch paradijs. De toeristische industrie bloeit. Maar achter de kustlijn gaat het leven als vanouds zijn gang. Of toch bijna… In augustus 2000 werden een aantal dorpen opgeschrikt door de bouw van een pijplijn naar de kust toe. Een hotelcomplex was heel diepe putten aan het graven in de ondergrondse waterreserves met de bedoeling om dat water naar de hotels te brengen, voor het onderhoud van tuinen en golfterreinen en voor de toeristische industrie.
Het hotelbedrijf had de toestemming van de lokale overheid maar niet van de nationale overheid. Nochtans moest die toestemming eerst bekomen worden. De toestemming gold voor 60 liter per seconde - de pijplijn is goed voor 350 liter per seconde. Guanacaste is een droge zone met zeer weinig regenval. De plaatselijke bevolking heeft leren omgaan met die droogte. De mensen vragen zich af hoe hun vertegenwoordigers de toegang konden geven om dit water te gebruiken zonder eerst de bevolking te consulteren. Momenteel kan een land markttoegang geven in de toeristische sector en bepalen dat er maar een beperkt aantal cruiseschepen in bepaalde kwetsbare gebieden mogen varen of eisen dat er een lokale kapitaalinbreng van 51% moet zijn (Denk aan Cuba, dat momenteel overleeft dankzij de inkomsten van het toerisme). Een land kan zelfs monopolies in stand houden.

GATS in een notedop:
In termen van het dienstenakkoord valt toerisme onder “modus 2,” wat wil zeggen dat bvb Indonesië toeristische diensten verkoopt aan buitenlandse toeristen. Het land ‘exporteert’ dus een dienst, alhoewel de gebruiker van die dienst (de toerist) zich naar Indonesië toe begeeft. In het opzet van de GATS moeten alle diensten geliberaliseerd worden. Dat wil zeggen privatisering, vrije markttoegang zonder beperkingen en geen beschermingsmaatregelen om wat voor redenen ook, ecologisch, sociaal of gewoonweg om de eigen industrie te beschermen. Al deze beschermingsmaatregelen worden letterlijk omschreven als “onnodig handelsbelemmerend.” Een land wil een investeerder verplichten lokale werknemers in dienst te nemen? Of het wil broze ecologische gebieden beschermen door toeristische exploitatie in te perken? Of zelfs akkoorden afsluiten met een inheemse bevolkingsgroep zodat deze haar rituele gronden beschermd zou zien? Vergeet het: “onnodig handelsbelemmerend.” Met andere woorden: het hele akkoord legt de weg open naar een uitverkoop aan de multinationals en is een ontkenning van het hele gedachtegoed dat aan de basis ligt van Duurzaam Toerisme. De praktijk leert overigens dat veel landen in de voorafgaande onderhandelingen niet veel acht geslagen hebben op de draagwijdte van die markttoegang. In de EU hebben alleen Spanje, Griekenland, Portugal en Italië voorbehoud gemaakt bij de markttoegang in de toeristische sector en de kleinhandel, en dan nog enkel voor historische en artistiek waardevolle sites, niet voor waardevolle landschappen of biotopen. De kans is dan ook groot dat overheden de toevloed van hotels of souvenirwinkels in bepaalde gebieden niet zullen kunnen beperken. Hetzelfde valt te vrezen voor het beslag dat grootschalige toeristische projecten leggen op het schaarse water om hun plantsoenen, zwembaden en golfterreinen te voorzien. Ze hebben m.a.w. geen uitzonderingen aangevraagd en laten dus de GATS binnen dringen in hun binnenlandse wetgeving.
Neen, het grootschalige protest tegen de WHO-onderhandelingen is geen product van een stelletje wereldvreemde naïevelingen, het gaat om een regelrechte machtsovername. En wat het toerisme betreft, het zou wel eens kunnen dat onze manier van reizen hier even goed op het spel staat, naast het inkomen van al die duizenden mensen in het zuiden waar we, elke reis weer, mee samenwerken.