Niet alleen in hun eigen land verrichten Birmezen slavenarbeid in de constructie van toeristische infrastructuur. Ook in buurland Thailand gaan ze aan de slag aan barslechte voorwaarden. Al gaat het in Thailand niet om gedwongen arbeid zoals in hun thuisland, ze werken er illegaal met alle gevolgen van dien voor hun arbeidsrechten.
maandag, april 14, 2008
zondag, april 06, 2008
Israël vakantieland zoals een ander?
Jetair wil Israël opnieuw promoten als vakantieland. Ze dienen daarbij de politieke intenties van het land en beelden het land uit als één en ondeelbaar, van de Jordaan tot aan de Middelandse zee. Ze hebben niet alleen een aparte Israël-brochure, maar bieden met VTB sinds 23 maart ook rechtstreekse vluchten aan tussen Luik en Tel Aviv. Als ze in de brochure spreken over besneeuwde bergtoppen en de groene vruchtbare valleien vermelden ze er niet bij dat Israël deze gebieden heeft gestolen van Syrië en de Palestijnen. Wanneer men het heeft over "een smeltkroes van volkeren en culturen en de bakermat van de drie grote wereldreligies waar ook christenen en moslims hun thuis vonden," zwijgt men over de etnische zuiveringen van 1948 en 1967 en het verdrijven van honderdduizenden Palestijnen en tienduizenden Syriërs en het onwettig annexeren en bezetten van water, gronden, dorpen en steden van Palestina en Syrië.Tijdens de VTB-groepsreis bezoeken ze onder meer Bethlehem. Zal de begeleider uitleggen dat Bethlehem in bezet gebied ligt? Zal ie de juiste uitleg geven bij de apartheidsmuur die een groot stuk van de stad omcirkelt en afsnijdt van haar hinterland? Zullen de toeristen zich vragen stellen bij de volgebouwde heuvels met ommuurde witte apartementsblokken en huizen waarop de israëlische vlag wappert? Het zijn illegale kolonies op gestolen land van de palestijnen die voortdurend uitgebreid worden. Ook al vinden ze niet genoeg joodse kolonisten om ze te bevolken aan het tempo dat ze gebouwd worden. Op de kaart van het AIC kan je zien hoe de rode vlekken de bezette gebieden inpalmen en het gebied omtoveren in een nieuw 'Bantustan'. Misschien rijd de bus met toeristen wel over de apartheidsweg van de kolonisten, waar palestijnen niet op mogen. De presentatie op de Jetair site van deze reis doet vermoeden dat toeristen die iets meer willen begrijpen van het 'conflict' van een kale reis zullen thuiskomen.
maandag, maart 10, 2008
Plattelandstoerisme steeds populairder
BERLIJN, 9 maart 2008 (IPS) - Toerisme zit wereldwijd in de lift en dat was te merken aan de optimistische sfeer tijdens de 42ste International Travel Fair (ITB) in Berlijn, waar 186 landen en regio’s acte de présence gaven. Reizen naar het platteland van ontwikkelingslanden lijkt een nieuwe trend te worden. Een belangrijk thema op de beurs nog tot en met vandaag duurt, was de de impact van toerisme op het milieu en de klimaatverandering. In diverse forums kwamen duurzaamheid en de gevolgen van massatoerisme in sommige regio’s aan de orde. (Clive Freeman)Opvallend was de interesse in de ontwikkeling van toerisme op het platteland van minder populaire toeristenbestemmingen in de wereld. “We zien dat als een nieuwe vorm van toerisme in India”, zei Shilabhadra Banerjee, een hoge ambtenaar van het Indiase Ministerie voor Toerisme. “Wij zijn er erg positief over.”
Op zo’n 124 locaties in India wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor toeristische plattelandsprojecten. Het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) is betrokken bij een proefproject op 36 verschillende plaatsen in India. Banerjee zei dat India het platteland graag toegankelijker wil maken voor buitenlandse toeristen. “Veel plattelandsdorpen kennen nog traditionele gewoonten en ambachten. Of het nu gaat om het maken van textiel of het bereiden voedsel, het is er allemaal te vinden.”
Lees verder op de site van IPS
Op zo’n 124 locaties in India wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor toeristische plattelandsprojecten. Het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) is betrokken bij een proefproject op 36 verschillende plaatsen in India. Banerjee zei dat India het platteland graag toegankelijker wil maken voor buitenlandse toeristen. “Veel plattelandsdorpen kennen nog traditionele gewoonten en ambachten. Of het nu gaat om het maken van textiel of het bereiden voedsel, het is er allemaal te vinden.”
Lees verder op de site van IPS
zondag, maart 02, 2008
De Mapuché kunnen hun economie zelf organiseren

Een interessante discussie op de MO* site over de emancipatie mogelijkheden van inheemse volkeren. Tijs Boelens, die een wereld blog bijhoudt op de MO* site, schreef een open brief aan Vlaams Minister voor Internationale Samenwerking Geert Bourgeois, over diens steun aan de Mapuche indianen in Chili. De Minister antwoordde op de MO* site. Alhoewel er in beide brieven heel zinnige dingen staan wordt er grotendeels langs elkaar heen gepraat. Boelens betoogt dat de Vlaamse steun te veel op neoliberale leest geschoeid is en geen rekening houdt met de specifieke 'economische cultuur' van de Mapuche's. Net zoals voor vele andere inheemse volkeren is het alomtegenwoordige marktdenken hen vreemd, al is het maar omdat privé-eigendom een concept is dat lijnrecht ingaat tegen de fundamenten van hun samenleving. Minister Bourgeois wil graag geloven dat de ontwikkeling van een lokaal ingebedde bedrijfssector de sleutel is tot ontwikkeling en vervolgens emancipatie voor de inheemse bevolking. Beide zienswijzen lijken op het eerste zicht onverzoenbaar maar is dat wel zo?
Het gaat er bij de Mapuché's dus niet zomaar om het niet willen aannemen van 'algemeen geldende economische principes.' Ten eerste zijn die laatste ook slechts het product van een economische doctrine die weliswaar veel succes heeft op het internationale politieke toneel. Maar die principes zijn dus allerminst het gevolg van een natuurwet. En verder hebben de Mapuché (die overigens uit verschillende onderscheiden bevolkingsgroepen bestaan) ook wel goede redenen om wantrouwig te zijn. Ze hebben een geschiedenis achter de rug waarin hun vertrouwen in het blanke bestuur keer op keer misbruikt werd. En meer fundamenteel: het neoliberale marktdenken hanteert enkele basisprincipes die diametraal staan tegenover principes die hun samenleving kenmerken. Zo gaat het privébezit als basis voor de economische relaties in tegen hun collectieve manier om met eigendom om te gaan. En vermits vele culturele gebruiken verbonden zijn met landbouw en economische relaties is het niet eenvoudig om kapitalistische manieren van kapitaal verwerving te adopteren om tot ontwikkeling te komen. Minister Bourgeois wil de Mapuché steunen door het stimuleren van lokaal ondernemerschap - hij denkt aan een gelijkaardige ontwikkeling zoals in Vlaanderen waar kleine en middelgrote ondernemingen inderdaad voor een groot stuk van de welvaart zorgen. Je kan je echter de vraag stellen of het stimuleren van privé-ondernemerschap mensen binnen de Mapuché-gemeenschap niet uiteen zal spelen en hun cultuur doet 'fossiliseren' oftewel verbant naar musea.
Maar waarom zouden er geen mengvormen mogelijk zijn? In de Noord-Braziliaanse provincie Céara zijn er verscheidene dorpen die hun toerisme in eigen handen genomen hebben. Met de hele gemeenschap investeerden ze in infrastructuur zoals een hotel, ze organiseren toeristische uitstappen met medewerking van de verschillende ambachten die in de dorpen aanwezig zijn. Tegelijk stimuleren ze het ontstaan van een beperkte private sector: kleine bedrijfjes die mee profiteren van het toerisme. De objectieven: het ontwikkelen van een stabiele economische sector voor het dorp; bieden van perspectief aan werkloze jongeren die anders vluchten naar de grote steden; het beheersbaar maken en houden van een toerismesector die ze grotendeels zelf in handen houden.
Belangrijk is vooral dat de gemeenschap zelf kan beslissen hoe ze haar eigen lot in handen wil nemen en of ze vormen van privé-ondernemerschap wil opnemen in haar ontwikkelingsstrategie. Belangrijk is ook dat individuen binnen de gemeenschap de keuze krijgen om te doen waar ze zich zelf het best bij voelen. Meer avontuurlijk aangelegde mensen zullen wellicht de stap willen zetten naar het ontwikkelen van eigen initiatieven. Dat hoeft niet te leiden naar een breuk binnen de gemeenschap. Deze 'ondernemers' kunnen een preferentiële relatie behouden met de gemeenschap. Er zou kunnen overeengekomen worden dat zij belastingen betalen aan de representatieve leiding van de gemeenschap in plaats van rechtstreeks aan de staat. Anderen kunnen binnen collectieve initiatieven taken opnemen en daar een loon voor ontvangen.
Dat alles veronderstelt een aangepast juridisch kader dat ook het bestaan van collectief eigendom erkent en veilig stelt als mensen daar voor kiezen. En een bestuurlijk kader dat voldoende macht toekent aan lokaal ingebedde autoriteiten, met gegarandeerde overleg platformen met de hogere overheid. Aan de basis van dat overleg ligt noodzakelijkerwijze de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de gemeenschap. Met andere woorden, ze moeten zelf kunnen bepalen hoe ze hun economische ontwikkeling willen aanpakken.
donderdag, februari 07, 2008
De Afrikaan wil toerisme
Het laatste nummer van 'IS Internationale Samenwerking' - het maandblad van de NCDO (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling) - wijdde een groot deel van zijn nummer aan duurzaam toerisme. In een essay schrijft Wouter van Beek van het Afrika Studiecentrum (Universiteit van Tilburg) dat de Afrikaan wel degelijk toerisme wil. Nogal wiedes, want toerisme kan veel geld opbrengen. Het is ook een kans om met Westerlingen in contact te komen. Maar: het moet wel op een duurzame manier gebeuren...
Argentijnse gletsjer ten onder aan eigen succes
Eén van de vele voorbeelden waar een slecht beheer van de toeristische troeven toe kunnen leiden...BUENOS AIRES, 7 februari 2008 (Marcela Valente, IPS) - De gigantische Perito Moreno-gletsjer in het zuiden van Argentinië is vijf kilometer breed en tot zeventig meter hoog. Een prachtig gezicht, maar ook een grote bedreiging voor de omgeving. De toevloed van toeristen doet het milieu er immers geen goed.
De Perito Moreno is zonder meer de grootste attractie in Los Glaciares, een nationaal park in het zuiden van de provincie Santa Cruz in Patagonië. De voorbije zeven jaar is het aantal toeristen dat van over de hele wereld naar de gletsjer komt kijken gestegen van vijfduizend naar meer dan een half miljoen per jaar.
De steigers die de bezoekers een goede kijk bieden op de gletsjer, groeiden mee. Aanvankelijk waren ze 1400 meter lang, maar nu zijn er al meer dan vier kilometer steigers gebouwd waarop de toeristen kunnen wandelen om de ijsmassa’s te bewonderen.
Tachtig kilometer verderop barst ook de stad El Calafate uit haar voegen. Tien jaar geleden woonden er nog vierduizend mensen, nu zijn dat er al twintigduizend – de toeristen in de bijna honderd hotels niet meegerekend. Elk jaar verwelkomt de stad ongeveer 2700 nieuwe bewoners, die aangetrokken worden door de mogelijkheden in de bouw en het toerisme.
Staatsportret voor gletsjer
Het toerisme in de regio ging vooral snel groeien tijdens de regering van president Néstor Kirchner (2003-2007), die zelf afkomstig is uit Santa Cruz en er drie ambtstermijnen lang gouverneur was. Kirchner heeft er samen met zijn vrouw, de huidige presidente Cristina Fernández, nog steeds een vakantieoptrekje. De talrijke foto’s met buitenlandse staatshoofden tegen de achtergrond van de gletsjer hebben de populariteit van de trekpleister geen kwaad gedaan.
Maar milieugroeperingen stellen steeds meer vragen bij de expansie van de toeristische sector in de regio. Zo is er een groeiende vervuiling van het Argentinomeer, dat door de gletsjer gevoed wordt. “De toeristen die hier komen, zijn hoog opgeleid en willen de natuur observeren, vogels zien en wandelen”, zegt Liliana Frías, een ecologe die voor een plaatselijke milieubeweging werkt. “Maar nu gaat de sector op zoek naar een nieuwe categorie toeristen die meer koopkracht hebben.” Daarom worden luxehotels en casino’s gebouwd, die het uitzicht van de stad veranderen en het milieu zwaar belasten.
Veel hotels halen hun water immers uit natuurlijk bronnen en lozen hun ongezuiverde afvalwater rechtstreeks in de Baai van Redonda in het Argentinomeer. In het water daar worden nu al duidelijk grotere hoeveelheden gevaarlijke bacteriën gemeten. “Het bestaande rioleringsnet kan de hoeveelheid afvalwater niet aan”, zegt Frías. “Over twee jaar worden er een nieuwe rioleringen aangelegd, maar we hebben nu snel kleine installaties nodig om het afvalwater te verwerken.”
Frías heeft ook ernstige twijfels bij een plan van de gemeente om een dam aan te leggen om watersport en andere vormen van recreatie mogelijk te maken. De dam moet het waterpeil in het meer stabiel houden. Nu stijgt of daalt dat naarmate er grote stukken van de gletsjer afbreken. Milieubewegingen maken zich zorgen dat het afval dat aan de kust van El Calafate in het meer geworpen wordt, zich zal ophopen in de afgesloten waterkom. Maar ze vrezen ook dat een verandering in het natuurlijk ritme van de waterstanden de duizenden vogels in gevaar zal brengen die in de moerassen broeden.
IPS(JG, PD)
vrijdag, februari 01, 2008
De mythe van de onontdekte wereld
Van 14 tot 18 januari was het vakantiebeurs in Utrecht. Yvon Bloem van Stichting Bloem (lees interview) ging er met een kritische blik naar toe. Yvon was niet te spreken over de manier waarop de toerisme-industrie de wereld nog steeds aan de bezoekers presenteerde. Ze haalt dan ook enkele pregnante voorbeelden aan.
vrijdag, januari 25, 2008
Palestine & Palestinians: uitmuntende reisgids van de ‘Alternative Tourism Group’
Een toeristische gids exclusief over Palestina? Maar Palestina is toch geen land… kan dat dan niet als onderdeel van een gids over Israël? En overigens: “is het daar niet erg gevaarlijk met alleen maar stenen gooiende jongeren?” Dit soort gemeenplaatsen hoor je vaak als dit boek opduikt in een café-conversatie. De reacties tonen aan hoezeer ons gebrek aan kennis over dat Bijbelse land in het nadeel speelt van een volk dat in de internationale media dagelijks het onderspit moet delven. Het kan dan ook moeilijk anders dat de dagelijkse realiteit van dit onderdrukte volk aandacht krijgt in deze reisgids. Maar daarnaast blijkt het historische Palestina ook een zeer mooi land met een enorme weelde aan cultuurhistorisch erfgoed en bovenal een bevolking die je met open armen ontvangt.Duurzaam toerisme begint vaak bij een goede reisgids. Palestine & Palestinians is precies dat: een heel leesbare en interessante gids, gemaakt volgens alle regels van het vak en goed voorzien van alle praktische informatie die je nodig hebt als reiziger. Gedetailleerde informatie over hotels, restaurants, (internet)cafés maar ook banken, boekenwinkels, postdiensten en diverse interessante organisaties.
De gids onderscheidt vijf regio’s: Jeruzalem, de bezette Westelijke Jordaanoever, de bezette Gaza strook, de bezette Syrische Golan-hoogte en tenslotte de ‘gebieden van 48.’ Met deze laatste regio bedoelen ze drie gebieden binnen het huidige grondgebied van Israël waar meer dan een miljoen Palestijnen wonen in kampen en niet erkende dorpen, dorpen die zelfs niet voorkomen op Israëlische kaarten. Het zijn vluchtelingen in hun eigen land, ze ontsnapten in 1948 aan de massale deportaties maar verloren evengoed hun land en hun huizen. Sindsdien zijn ze onderworpen aan een hele reeks discriminerende wetten en worden ze grotendeels genegeerd door de Israëlische overheid. De laatste 15 jaar nam de repressie op hun dorpen toe met geregelde aanvallen van boze Joodse Israëli. Dit stuk van de gids toont aan hoezeer Palestijnen deel uitmaken van het land tussen Middellandse Zee en Jordaan. De vele historische plaatsen, inclusief bekende namen zoals Accra en Safad getuigen van een eeuwenlange Palestijnse geschiedenis.
Het deel over Jeruzalem behandelt veel meer dan de historische stad binnen de 16e eeuwse omwalling van Sultan Suleiman al-Kanouni, beter bekend als Suleiman de Grote. Al zal je als bezoeker eerst en vooral onweerstaanbaar aangetrokken worden door de prachtige middeleeuwse stad met de gouden koepel van de rots die erboven uit torent. De verschillende wijken worden besproken met van alle culturele bezienswaardigheden de praktische info er meteen bij. Informatie over eten, slapen en transport is telkens achteraan het hoofdstuk te vinden. Maar ook de rest van Oost-Jeruzalem (waar de oude stad deel van uitmaakt), West-Jeruzalem en alle recente Israëlische aanhechtingen komen aan bod.
De Westbank is de strook land ten westen van de Jordaan dat het meest wordt geassocieerd met Palestina. Een strook die nog nauwelijks als dusdanig bestaat gezien de voortdurend verdere opdeling in steeds kleinere stukjes land door de bezettende macht. Oprukkende kolonies, de muur die stukken grond opslokt, de proliferatie van checkpoints, dat alles maakt dat het voor Palestijnen steeds moeilijker wordt zoniet onmogelijk om zich nog te verplaatsen. Als buitenstaander krijg je doorgaans nog steeds een voorkeursbehandeling door de militairen. Hier rondreizen zou je kunnen zien als een authentieke vorm van oorlogstoerisme en dus enigzins bedenkelijk maar reizigers die het meemaken getuigen van een aangrijpend e realiteit. Bovendien komen ze terug met verhalen van warme ontmoetingen met een volk dat ondanks haar dagelijkse miserie haar appreciatie laat blijken wanneer buitenlanders interesse tonen voor hun situatie. ATG en andere Palestijnse ngo's beschouwen elk bezoek aan hun gebieden als een vorm van solidariteit, m.a.w. ze hebben niet liever dan dat er mensen komen.
De Gazastrook is sinds het weghalen van de kolonisten niet meer opgedeeld maar zijn kleine oppervlakte en de totale controle van de Israëli's over zijn grenzen maken van het gebied in de praktijk één grote gevangenis. De bevolking verarmt ondertussen zienderogen, werken noch handel drijven is mogelijk en men leeft van buitenlandse, meestal Europese, hulp. Een bezoek aan de Gaza is een overrompelende ervaring zo vermeldt de reisgids. Er is wel degelijk heel wat te zien, het gebied is al duizenden jaren een kruispunt van heel diverse beschavingen. Maar wellicht zal een wandeling door het overbevolkte Gazastad met muren vol kogelgaten de grootste indruk nalaten.
De bezette Syrische Golanhoogte tenslotte is een gebied dat zo'n 1000 meter boven de zeespiegel ligt. In het noorden torent Mount Herman 2814 meter boven het drielandenpunt uit (Libanon, Syrië en de Golan). Een waterrijk gebied met stokoude verlaten dorpen, het beroemde middeleeuwse kasteel van Nimrod en veel appel boomgaarden.
Het boek wordt ingeleid met een stevig stuk geschiedenis maar ook geografie en cultuur komen ruim aan bod. Een apart hoofdstuk behandeld hot items zoals de bezetting, de muur (door de Palestijnen ‘apartheidsmuur’ genoemd, de Israëli spreken over ‘veiligheidshek’ – een 8 meter hoge muur van meer dan 200 km lang die aan elke kant 50 meter bufferruimte in neemt kan je echter moeilijk nog een hek noemen), de kolonies en de checkpoints. Allemaal begrippen waar je letterlijk onmogelijk rond kan als je door Palestina reist.
ATG organiseert zelf ook verblijven en begeleide rondreizen in Palestina. Ze werken daarvoor samen met het ‘Centrum voor Alternatieve Informatie’ (AIC) en het ‘Israëlische Comité tegen het vernietigen van huizen.’ Via hun reisprogramma’s kan je vele mensen ontmoeten maar krijg je ook een goed beeld van het Palestijnse verleden en heden. Je ervaart wat het leven onder militaire bezetting betekent. Tijdens het seizoen kan je meedoen met de olijvenoogst, één van de traditionele producten waarop de wankele Palestijnse economie berust.
Het boek (ATG, Beit Sahour, Palestina) kan je bestellen via het Vlaams Palestina Komitee: tel: 02-501 67 44 of vpk@VlaamsPalestinaKomitee.be
dinsdag, januari 22, 2008
Mauritaans toerisme in zak en as
NOUACKCHOTT, 21 januari 2008 (InfoSud/vertaling IPS) - De annulering van de Dakarrally is een zware tegenvaller voor de ontluikende toeristische industrie in Mauritanië. Hoteliers, kamelenverhuurders en toeroperators nemen het een land als Frankrijk vooral kwalijk dat het Mauritanië in een moeite door als “gevaarlijke bestemming” bestempelde.
Vorige week werden in Guinee-Bissau twee moslimextremisten gearresteerd die op 24 december in Mauritanië vier Franse toeristen hadden vermoord. Toen drie dagen later drie Mauritaanse soldaten werden vermoord door vermeende aanhangers van al-Qaida, besloot de organisatie van de Dakarrally op 5 januari de grote race door de Sahara af te gelasten.
.
Op 11 januari riepen de vakbonden en de partijen van meerderheid en oppositie op tot een grote betoging in Nouakchott tegen het moslimterrorisme. “Laat ons vooral denken aan de stabiliteit van het land en vrede tussen de burgers”, zei een aanhanger van de oppositie. Sinds de aanslagen reizen imams en godsgeleerden door heel het land om uit te leggen dat dergelijke daden niet stroken met de islam.
Kameeltrekkings afgelast
Terwijl het hele land zijn best doet om het prille democratiseringsproces te redden, lijkt voor de toeristische sector alle hulp te laat te komen. Toeroperators die rondreizen in de woestijn aanbieden, hebben hun activiteiten voor het seizoen 2007-2008 gestaakt. Het toerisme dankt zijn succes voor een stuk aan de zichtbaarheid door de Dakarrally, die Mauritanië aandeed sinds 1979. Het aantal toeristen steeg van 270 in 1976 tot 80.000 in 2007.
De burgemeester van Atar op 450 kilometer ten noorden van Nouackchott verbergt zijn verbittering niet: “We zijn geshockeerd door de weinig vriendschappelijke houding van de Franse regering”, zegt Sid’Ahmed Ould Houmeinet. “De Fransen hebben niet alleen de rally geannuleerd, ze hebben Mauritanië ook afgeraden aan toeristen, ondanks de veiligheidsmaatregelen die de lokale autoriteiten hebben genomen.”
Een delegatie van de organisatoren van de rally had zich enkele dagen voor de annulering positief uitgelaten over de manier waarop de Mauritaanse autoriteiten de veiligheid wilden garanderen. Voor de overheid is het gemakkelijker voor veiligheid te zorgen in de woestijn, waar iedereen elkaar kent en je je moeilijk kan verstoppen, zeggen de lokale bewoners. De aanslagen gebeuren meestal vlak bij de grens. “Ze slaan toe en steken dan de grens over met Mali of Algerije, waar ze zich gemakkelijker kunnen onderduiken”, zegt een kameeldrijver.
Doodsteek
Voor de hoteliers, de mensen die kamelen verhuren, de woestijngidsen, de chauffeurs en het horecapersoneel wordt het ongetwijfeld een rampzalig seizoen. De annulering van de Dakarrally is de doodsteek voor het imago van Mauritanië, dat voortaan als “gevaarlijk land” geldt. Ten onrechte, vindt Mouhamed Zeidane van de Dienst voor Toerisme.
De weinige toeristen die toch doorsijpelen tot in de streek van Adrar voor een kameeltrekking worden nog meer dan vroeger met open armen ontvangen. “De westerse pers heeft van een mug een olifant gemaakt”, betreurt Justice Buma, een Fransman die sinds 11 jaar in Mauritanië woont en samen met zijn echtgenote de herberg Bâb Sahara uitbaat. (InfoSud/vertaling IPS)
Boubacar Sylla - IPS(MC, PD)
Vorige week werden in Guinee-Bissau twee moslimextremisten gearresteerd die op 24 december in Mauritanië vier Franse toeristen hadden vermoord. Toen drie dagen later drie Mauritaanse soldaten werden vermoord door vermeende aanhangers van al-Qaida, besloot de organisatie van de Dakarrally op 5 januari de grote race door de Sahara af te gelasten.
.
Op 11 januari riepen de vakbonden en de partijen van meerderheid en oppositie op tot een grote betoging in Nouakchott tegen het moslimterrorisme. “Laat ons vooral denken aan de stabiliteit van het land en vrede tussen de burgers”, zei een aanhanger van de oppositie. Sinds de aanslagen reizen imams en godsgeleerden door heel het land om uit te leggen dat dergelijke daden niet stroken met de islam.
Kameeltrekkings afgelast
Terwijl het hele land zijn best doet om het prille democratiseringsproces te redden, lijkt voor de toeristische sector alle hulp te laat te komen. Toeroperators die rondreizen in de woestijn aanbieden, hebben hun activiteiten voor het seizoen 2007-2008 gestaakt. Het toerisme dankt zijn succes voor een stuk aan de zichtbaarheid door de Dakarrally, die Mauritanië aandeed sinds 1979. Het aantal toeristen steeg van 270 in 1976 tot 80.000 in 2007.
De burgemeester van Atar op 450 kilometer ten noorden van Nouackchott verbergt zijn verbittering niet: “We zijn geshockeerd door de weinig vriendschappelijke houding van de Franse regering”, zegt Sid’Ahmed Ould Houmeinet. “De Fransen hebben niet alleen de rally geannuleerd, ze hebben Mauritanië ook afgeraden aan toeristen, ondanks de veiligheidsmaatregelen die de lokale autoriteiten hebben genomen.”
Een delegatie van de organisatoren van de rally had zich enkele dagen voor de annulering positief uitgelaten over de manier waarop de Mauritaanse autoriteiten de veiligheid wilden garanderen. Voor de overheid is het gemakkelijker voor veiligheid te zorgen in de woestijn, waar iedereen elkaar kent en je je moeilijk kan verstoppen, zeggen de lokale bewoners. De aanslagen gebeuren meestal vlak bij de grens. “Ze slaan toe en steken dan de grens over met Mali of Algerije, waar ze zich gemakkelijker kunnen onderduiken”, zegt een kameeldrijver.
Doodsteek
Voor de hoteliers, de mensen die kamelen verhuren, de woestijngidsen, de chauffeurs en het horecapersoneel wordt het ongetwijfeld een rampzalig seizoen. De annulering van de Dakarrally is de doodsteek voor het imago van Mauritanië, dat voortaan als “gevaarlijk land” geldt. Ten onrechte, vindt Mouhamed Zeidane van de Dienst voor Toerisme.
De weinige toeristen die toch doorsijpelen tot in de streek van Adrar voor een kameeltrekking worden nog meer dan vroeger met open armen ontvangen. “De westerse pers heeft van een mug een olifant gemaakt”, betreurt Justice Buma, een Fransman die sinds 11 jaar in Mauritanië woont en samen met zijn echtgenote de herberg Bâb Sahara uitbaat. (InfoSud/vertaling IPS)
Boubacar Sylla - IPS(MC, PD)
maandag, januari 21, 2008
Touroperators slaan munt uit klimaatverandering
TORONTO, 20 januari 2008 (IPS) - Haast je, voor de laatste ijsberen, pinguïns of poolkappen voor altijd verdwenen zijn! Met dergelijke boodschappen probeert een groeiende toeristische sector munt te slaan uit de klimaatverandering.
De opwarming van de aarde zorgt voor grote veranderingen. Eilanden zullen opgeslokt worden door de zee, terwijl er nieuw land ontstaat waar ijs en gletsjers wegsmelten. Dieren en planten sterven steeds sneller uit. De reisbureaus maken daar soms letterlijk gebruik van om met slogans als “Bezoek het eilandparadijs van Tuvalu voor het binnenkort overspoeld word” en “Bezoek de polen nu er nog sneeuw en ijsberen zijn.”
Uit een studie van de Unesco blijkt dat overal ter wereld natuurlijke en historische plaatsen in gevaar zijn, van ruïnes in Thailand tot koraalriffen in Belize en eeuwenoude moskeeën in de Sahara.
De reiziger heeft een bijna perverse drang om die bedreigde gebieden, monumenten, planten en dieren te zien voordat ze verdwenen zijn. Daarmee verhoogt hij vaak de druk op de ecosystemen of diersoorten in moeilijkheden. Wetenschappers zijn daarom erg voorzichtig geworden met informatie over zeldzame dieren.
Ecotoerisme
Met ecotoerisme heeft het nog weinig te maken. “Wij willen mensen er toe aanzetten de schoonheid van de natuur te zien en dan iets te doen om die te beschermen”, zegt Ayako Ezaki van de International Ecotourism Society.
De toeristische sector groeit het laatste decennium met 4,3 procent per jaar. Natuurtoerisme, waaronder klimaattrips, groeit bijna driemaal zo snel. Volgens Ezaki proberen de touroperators in de ecosector hun impact op het milieu zoveel mogelijk te beperken. “Toerisme dat niet duurzaam is, brengt het milieu schade toe. Wij proberen dat te veranderen.”
De vereniging heeft daarom een groene gedragscode opgesteld, die door alle leden in bijna honderd landen ondertekend is. Maar er zijn geen inspecties en tot nog toe is niemand op de vingers getikt.
“De sleutel tot onze eigen overleving als touroperator, is het milieu maagdelijk houden”, zegt Prisca Campbell van Quark Expeditions, een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd in trips naar de poolgebieden. In Antarctica zijn de touroperators jaren geleden al strenge richtlijnen overeengekomen om hun impact in de kwetsbare regio tot een minimum te beperken.
Het toerisme kan ook een positief effect hebben. “De klanten willen pinguïns, ijsbergen en gletsjers zien”, zegt Campbell. Hoewel vaak ze niet komen om de gevolgen van de klimaatverandering te zien, zeggen zes van de tien klanten na de reis volgens Campbell dat ze actie willen ondernemen om het milieu te beschermen. “Het zijn klimaattoeristen, maar ze worden vaak klimaatactivisten”, concludeert hij.
IPS(JG, JS)
De opwarming van de aarde zorgt voor grote veranderingen. Eilanden zullen opgeslokt worden door de zee, terwijl er nieuw land ontstaat waar ijs en gletsjers wegsmelten. Dieren en planten sterven steeds sneller uit. De reisbureaus maken daar soms letterlijk gebruik van om met slogans als “Bezoek het eilandparadijs van Tuvalu voor het binnenkort overspoeld word” en “Bezoek de polen nu er nog sneeuw en ijsberen zijn.”
Uit een studie van de Unesco blijkt dat overal ter wereld natuurlijke en historische plaatsen in gevaar zijn, van ruïnes in Thailand tot koraalriffen in Belize en eeuwenoude moskeeën in de Sahara.
De reiziger heeft een bijna perverse drang om die bedreigde gebieden, monumenten, planten en dieren te zien voordat ze verdwenen zijn. Daarmee verhoogt hij vaak de druk op de ecosystemen of diersoorten in moeilijkheden. Wetenschappers zijn daarom erg voorzichtig geworden met informatie over zeldzame dieren.
Ecotoerisme
Met ecotoerisme heeft het nog weinig te maken. “Wij willen mensen er toe aanzetten de schoonheid van de natuur te zien en dan iets te doen om die te beschermen”, zegt Ayako Ezaki van de International Ecotourism Society.
De toeristische sector groeit het laatste decennium met 4,3 procent per jaar. Natuurtoerisme, waaronder klimaattrips, groeit bijna driemaal zo snel. Volgens Ezaki proberen de touroperators in de ecosector hun impact op het milieu zoveel mogelijk te beperken. “Toerisme dat niet duurzaam is, brengt het milieu schade toe. Wij proberen dat te veranderen.”
De vereniging heeft daarom een groene gedragscode opgesteld, die door alle leden in bijna honderd landen ondertekend is. Maar er zijn geen inspecties en tot nog toe is niemand op de vingers getikt.
“De sleutel tot onze eigen overleving als touroperator, is het milieu maagdelijk houden”, zegt Prisca Campbell van Quark Expeditions, een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd in trips naar de poolgebieden. In Antarctica zijn de touroperators jaren geleden al strenge richtlijnen overeengekomen om hun impact in de kwetsbare regio tot een minimum te beperken.
Het toerisme kan ook een positief effect hebben. “De klanten willen pinguïns, ijsbergen en gletsjers zien”, zegt Campbell. Hoewel vaak ze niet komen om de gevolgen van de klimaatverandering te zien, zeggen zes van de tien klanten na de reis volgens Campbell dat ze actie willen ondernemen om het milieu te beschermen. “Het zijn klimaattoeristen, maar ze worden vaak klimaatactivisten”, concludeert hij.
IPS(JG, JS)
donderdag, januari 10, 2008
Maak je reis duurzamer (deel 1)
Wat is eigenlijk duurzaam toerisme? En hoe zorg je ervoor dat het toerisme dat je zelf beoefent 'duurzaam' is? Hoe kan je de impact van je reis beperken en eventuele negatieve effecten op mens en milieu vermijden of zelfs omdraaien? Is die 'duurzaamheid' niet gewoon een hype net zoals 'ecotoerisme;' zijn dat allemaal niet gewoon 'buzz-woorden' van de toerisme-industrie die ons vakantieformules wil verkopen? Wat is het verschil tussen al die termen en wie heeft ze uitgevonden? Iedere reiziger met gezond verstand beseft wel ergens dat sommige toeristische praktijken op zijn minst dubieus zijn. Wat denk je bijvoorbeeld bij grote golfterreinen in de woestijn (Marokko, bij Ouarzazate) of dragers in het hooggebergte op teenslippers (Himalaya, Kilimanjaro, Andes)...
Je zou kunnen zeggen dat thuisblijven het beste is, maar dat is niet realistisch want we willen toch allemaal op tijd en stond op reis? Op ons discussieblog duurzaamtoerisme.blogspot.com gaan we de uitdaging aan om op al deze vragen een beknopt antwoord te formuleren. Vanzelfsprekend is duurzaam toerisme geen exacte wetenschap maar toch bestaan er veel gegevens over en nog beter: is er verrassend veel dat jij zelf kan doen. Anderzijds spelen ook de toerisme-industrie én de overheden een grote rol. In een reeks bijdragen proberen we op ons blog klaarheid te scheppen en linken te geven naar relevante plekken op het web. Soms zullen we feiten geven, vaak zullen onze adviezen ook voor discussie vatbaar zijn: laat jullie dan ook niet tegenhouden om mee te denken en te reageren...
We starten de reeks hieronder met een stukje over de terminologie, zo hebben we dat meteen uit de weg en kunnen we volgende week in een tweede bijdrage bekijken hoe je je reis anders kan plannen.
1) Terminologie
Als je het op café wil hebben over de problemen met het (massa)toerisme dan komen adjectieven zoals 'eco-' en 'verantwoord' steevast naar boven. 'Eco' verwijst naar een toerisme dat meer rekening houdt met de natuur en probeert om de impact van de toerist op het milieu zo klein mogelijk te houden. Verantwoord toerisme is een begrip dat vaagweg verwijst naar de impact op sociaal-economisch vlak maar het adjectief 'verantwoord' laat zoveel ruimte voor interpretatie dat die term eigenlijk nauwelijks meer gebruikt wordt onder toerisme-professionals. Nog andere, zij het iets meer gespecialiseerde buzz-woorden zijn 'community-toerisme' en 'pro-poor toerisme.' De eerste term verwijst naar toerisme bij lokale gemeenschappen die zelf proberen greep te krijgen op toerisme in hun streek of dorp. 'Pro-poor' toerisme werd gelanceerd door ontwikkelingseconomen die de aandacht vestigden op de mogelijkheden van lokaal toerisme tot armoedeverlichting. En recent kan aan het lijstje toegevoegd worden: 'fair trade toerisme.' De link met eerlijke handel werd vooral gelegd nadat toerisme plots opdook in de teksten van internationale handelsonderhandelingen. Toerisme wordt nu beschouwd als een dienst die geleverd wordt door de bezochte landen en waarvoor die landen zelf zich niet zouden mogen beschermen tegen buitenlandse concurrentie (lees GATS in een notedop) omdat dit de vrije concurrentie in gevaar zou brengen. Maar de term die toch het meest wordt gebezigd is duurzaam toerisme (sustainable tourism in het engels). Zowel de ngo's als de Verenigde Naties gebruiken deze term omdat die het volledigste omschrijft waar het over gaat: een toerisme dat zichzelf niet hypothekeert, dat een minimaal of een positief effect heeft op de omgeving, en dat op vier verschillende terreinen: milieu, sociaal-economisch, cultureel en politiek. Duurzaam toerisme past ook in de globale strategie naar meer duurzame ontwikkeling en de implementatie van 'agenda 21' zoals die door de Verenigde Naties werden afgekondigd, wat maakt dat overheden er ook mee weg kunnen om hun eigen toeristische industrie duurzamer te maken (waarover meer in een latere bijdrage.)
Je zou kunnen zeggen dat thuisblijven het beste is, maar dat is niet realistisch want we willen toch allemaal op tijd en stond op reis? Op ons discussieblog duurzaamtoerisme.blogspot.com gaan we de uitdaging aan om op al deze vragen een beknopt antwoord te formuleren. Vanzelfsprekend is duurzaam toerisme geen exacte wetenschap maar toch bestaan er veel gegevens over en nog beter: is er verrassend veel dat jij zelf kan doen. Anderzijds spelen ook de toerisme-industrie én de overheden een grote rol. In een reeks bijdragen proberen we op ons blog klaarheid te scheppen en linken te geven naar relevante plekken op het web. Soms zullen we feiten geven, vaak zullen onze adviezen ook voor discussie vatbaar zijn: laat jullie dan ook niet tegenhouden om mee te denken en te reageren...
We starten de reeks hieronder met een stukje over de terminologie, zo hebben we dat meteen uit de weg en kunnen we volgende week in een tweede bijdrage bekijken hoe je je reis anders kan plannen.
1) Terminologie
Als je het op café wil hebben over de problemen met het (massa)toerisme dan komen adjectieven zoals 'eco-' en 'verantwoord' steevast naar boven. 'Eco' verwijst naar een toerisme dat meer rekening houdt met de natuur en probeert om de impact van de toerist op het milieu zo klein mogelijk te houden. Verantwoord toerisme is een begrip dat vaagweg verwijst naar de impact op sociaal-economisch vlak maar het adjectief 'verantwoord' laat zoveel ruimte voor interpretatie dat die term eigenlijk nauwelijks meer gebruikt wordt onder toerisme-professionals. Nog andere, zij het iets meer gespecialiseerde buzz-woorden zijn 'community-toerisme' en 'pro-poor toerisme.' De eerste term verwijst naar toerisme bij lokale gemeenschappen die zelf proberen greep te krijgen op toerisme in hun streek of dorp. 'Pro-poor' toerisme werd gelanceerd door ontwikkelingseconomen die de aandacht vestigden op de mogelijkheden van lokaal toerisme tot armoedeverlichting. En recent kan aan het lijstje toegevoegd worden: 'fair trade toerisme.' De link met eerlijke handel werd vooral gelegd nadat toerisme plots opdook in de teksten van internationale handelsonderhandelingen. Toerisme wordt nu beschouwd als een dienst die geleverd wordt door de bezochte landen en waarvoor die landen zelf zich niet zouden mogen beschermen tegen buitenlandse concurrentie (lees GATS in een notedop) omdat dit de vrije concurrentie in gevaar zou brengen. Maar de term die toch het meest wordt gebezigd is duurzaam toerisme (sustainable tourism in het engels). Zowel de ngo's als de Verenigde Naties gebruiken deze term omdat die het volledigste omschrijft waar het over gaat: een toerisme dat zichzelf niet hypothekeert, dat een minimaal of een positief effect heeft op de omgeving, en dat op vier verschillende terreinen: milieu, sociaal-economisch, cultureel en politiek. Duurzaam toerisme past ook in de globale strategie naar meer duurzame ontwikkeling en de implementatie van 'agenda 21' zoals die door de Verenigde Naties werden afgekondigd, wat maakt dat overheden er ook mee weg kunnen om hun eigen toeristische industrie duurzamer te maken (waarover meer in een latere bijdrage.)
dinsdag, januari 01, 2008
Fataal gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?"
[Recensie: “Hoe word ik wereldreiziger” van Marcel Gansevoort (Lannoo, 2007)]
Ik kreeg vandaag het boek "Hoe word ik wereldreiziger?" in handen. Het was een teleurstelling. Ik werd er zelfs een beetje triest van. Het boek blinkt namelijk uit in de totale afwezigheid van enige verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de reiziger. Als je dit boek uit hebt kan je alleen maar overtuigd zijn van de absolute vrijblijvendheid van het reizen. Volgens dit boek ik reizen een puur individuele aangelegenheid waarop enkel het particuliere belang van de reiziger(s) belangrijk is. Een achterhaalde en trieste visie en toch wel vreemd voor iemand (samensteller Marcel Gansevoort) die zelf zoveel gereisd heeft. Helaas ook een bewijs dat veel reizen helemaal geen garantie is voor enige persoonlijke verrijking of het opbloeien van nieuwe inzichten, zoals in het boek wel door diverse mensen beweerd wordt. Op bladzijde 15 staat al meteen één van de eerste dooddoeners: "de moderne reiziger ontdekt geen continenten meer, maar vooral zichzelf." Misschien is dat net het grootste probleem: dat de reiziger alleen met zichzelf bezig is. Bovendien: hij of zij mag dan nog denken dat ze zichzelf 'ontdekken,' in de praktijk leren ze hoogstens enkele van hun fysieke en mentale grenzen kennen. Ken je jezelf dan wanneer je weet dat je moet kokhalzen van vieze toiletten of angst hebt van grote hoogten? Natuurlijk niet. Jezelf leren kennen doe je thuis, in je eigen omgeving, door interactie met anderen binnen bekende culturele patronen. Wie op reis vertrekt met de illusie van zelfontdekking reist niet met open vizier en vormt eerder een last voor de omgeving. Je kan onmogelijk oprecht geïnteresseerd zijn in de rest van de wereld wanneer die slechts het decor vormt voor je eigen zelfontplooiing. Hier is dan ook het fundamentele probleem met dit boek: het gaat alleen om het individuele verlangen naar zelfvervulling van de 'wereldreiziger.' Dat de persoon in kwestie zowel zichzelf, het milieu en alle anderen een grote dienst zou bewijzen door gewoon thuis te blijven wordt in dit boek zedig verzwegen.
Nochtans geeft Ton Van Egmond, sociaal psycholoog en docent duurzaam toerisme, enkele aanduidingen in zijn voorwoord: "over het algemeen gaat het om vluchtige ervaringen. Tijdens een verre reis bespreken mensen al waar de volgende reis heengaat. Thuis zijn ze alles snel weer kwijt." In dezelfde paragraaf schrijft ie: "reizen heeft een enorme impact." Klopt, denk je dan. Maar Ton Van Egmond heeft het dan wel over de impact op de reiziger en niet waarover hij het zou moeten hebben nl. de mensen van de ontvangende landen en het milieu zowel daar als hier bij ons.
Momenteel is het internationale toerisme reeds verantwoordelijk voor 5% van de globale CO2 uitstoot. Het zou heel wat helpen als toeristen (of reizigers, want dat is hetzelfde, wat doorwinterde globetrotters ook mogen beweren) wat meer voor duurzame vervoermiddelen zouden kiezen en hun reisgedrag wat beter zouden plannen. Bijvoorbeeld: beperk je vluchten tot de grote afstanden, gebruik waar mogelijk het openbaar vervoer over de grond en beperk je actieradius ter plaatse. Een ander feit: in 2006 werd 733 miljard dollar verdiend aan toerisme. In de armlastige landen van het zuiden vloeide het overgrote deel van de inkomsten terug naar het Westen. Wat je daaraan kan doen als bewuste reiziger? Ervoor zorgen dat zoveel mogelijk van je geld in de lokale economie gaat. Ook al is het comfort wat minder in lokale horeca, je krijgt er onbetaalbaar meer waardevol menselijk contact mee. Tenslotte: toerisme is een verkregen voorrecht van de Westerse middenklasse. In de rest van de wereld kan enkel de elite reizen. Voor de grootste massa van de gewone mensen die je als reiziger tegenkomt is reizen een verre droom. Migranten die met veel moeite en vaak grote investeringen van heel hun familie naar ons toe komen maken geen vrijblijvende reis zoals wij dat doen wanneer we ‘de wereld gaan ontdekken.’ Het zou goed zijn als mensen daar voor hun vertrek op gewezen werd. In “Hoe word ik wereldreiziger” echter geen woord over dit soort wetenswaardigheden. Het is nochtans mogelijk om je reizen een duurzamer karakter te geven. Maar neen: enkel een lijstje met weetjes in de sectie "wel of geen wereldreiziger" waar je bepaald mistroostig van wordt.
Waarom dit gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?" Schrik om de consument voor het hoofd te stoten, of om als wereldverbeterend en dus saai afgeschilderd te worden? Alsof we daar niet lang voorbij zijn. Alsof het ook niet hip kan zijn om met je verstand en je hart op dezelfde golflengte leven. Overigens doet zelfs Lonely Planet moeite om zich een duurzamer imago aan te meten door in hun gidsen reizigers te wijzen op hun verantwoordelijkheden.
Ik kreeg vandaag het boek "Hoe word ik wereldreiziger?" in handen. Het was een teleurstelling. Ik werd er zelfs een beetje triest van. Het boek blinkt namelijk uit in de totale afwezigheid van enige verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de reiziger. Als je dit boek uit hebt kan je alleen maar overtuigd zijn van de absolute vrijblijvendheid van het reizen. Volgens dit boek ik reizen een puur individuele aangelegenheid waarop enkel het particuliere belang van de reiziger(s) belangrijk is. Een achterhaalde en trieste visie en toch wel vreemd voor iemand (samensteller Marcel Gansevoort) die zelf zoveel gereisd heeft. Helaas ook een bewijs dat veel reizen helemaal geen garantie is voor enige persoonlijke verrijking of het opbloeien van nieuwe inzichten, zoals in het boek wel door diverse mensen beweerd wordt. Op bladzijde 15 staat al meteen één van de eerste dooddoeners: "de moderne reiziger ontdekt geen continenten meer, maar vooral zichzelf." Misschien is dat net het grootste probleem: dat de reiziger alleen met zichzelf bezig is. Bovendien: hij of zij mag dan nog denken dat ze zichzelf 'ontdekken,' in de praktijk leren ze hoogstens enkele van hun fysieke en mentale grenzen kennen. Ken je jezelf dan wanneer je weet dat je moet kokhalzen van vieze toiletten of angst hebt van grote hoogten? Natuurlijk niet. Jezelf leren kennen doe je thuis, in je eigen omgeving, door interactie met anderen binnen bekende culturele patronen. Wie op reis vertrekt met de illusie van zelfontdekking reist niet met open vizier en vormt eerder een last voor de omgeving. Je kan onmogelijk oprecht geïnteresseerd zijn in de rest van de wereld wanneer die slechts het decor vormt voor je eigen zelfontplooiing. Hier is dan ook het fundamentele probleem met dit boek: het gaat alleen om het individuele verlangen naar zelfvervulling van de 'wereldreiziger.' Dat de persoon in kwestie zowel zichzelf, het milieu en alle anderen een grote dienst zou bewijzen door gewoon thuis te blijven wordt in dit boek zedig verzwegen.
Nochtans geeft Ton Van Egmond, sociaal psycholoog en docent duurzaam toerisme, enkele aanduidingen in zijn voorwoord: "over het algemeen gaat het om vluchtige ervaringen. Tijdens een verre reis bespreken mensen al waar de volgende reis heengaat. Thuis zijn ze alles snel weer kwijt." In dezelfde paragraaf schrijft ie: "reizen heeft een enorme impact." Klopt, denk je dan. Maar Ton Van Egmond heeft het dan wel over de impact op de reiziger en niet waarover hij het zou moeten hebben nl. de mensen van de ontvangende landen en het milieu zowel daar als hier bij ons.
Momenteel is het internationale toerisme reeds verantwoordelijk voor 5% van de globale CO2 uitstoot. Het zou heel wat helpen als toeristen (of reizigers, want dat is hetzelfde, wat doorwinterde globetrotters ook mogen beweren) wat meer voor duurzame vervoermiddelen zouden kiezen en hun reisgedrag wat beter zouden plannen. Bijvoorbeeld: beperk je vluchten tot de grote afstanden, gebruik waar mogelijk het openbaar vervoer over de grond en beperk je actieradius ter plaatse. Een ander feit: in 2006 werd 733 miljard dollar verdiend aan toerisme. In de armlastige landen van het zuiden vloeide het overgrote deel van de inkomsten terug naar het Westen. Wat je daaraan kan doen als bewuste reiziger? Ervoor zorgen dat zoveel mogelijk van je geld in de lokale economie gaat. Ook al is het comfort wat minder in lokale horeca, je krijgt er onbetaalbaar meer waardevol menselijk contact mee. Tenslotte: toerisme is een verkregen voorrecht van de Westerse middenklasse. In de rest van de wereld kan enkel de elite reizen. Voor de grootste massa van de gewone mensen die je als reiziger tegenkomt is reizen een verre droom. Migranten die met veel moeite en vaak grote investeringen van heel hun familie naar ons toe komen maken geen vrijblijvende reis zoals wij dat doen wanneer we ‘de wereld gaan ontdekken.’ Het zou goed zijn als mensen daar voor hun vertrek op gewezen werd. In “Hoe word ik wereldreiziger” echter geen woord over dit soort wetenswaardigheden. Het is nochtans mogelijk om je reizen een duurzamer karakter te geven. Maar neen: enkel een lijstje met weetjes in de sectie "wel of geen wereldreiziger" waar je bepaald mistroostig van wordt.
Waarom dit gebrek aan engagement in "Hoe word ik wereldreiziger?" Schrik om de consument voor het hoofd te stoten, of om als wereldverbeterend en dus saai afgeschilderd te worden? Alsof we daar niet lang voorbij zijn. Alsof het ook niet hip kan zijn om met je verstand en je hart op dezelfde golflengte leven. Overigens doet zelfs Lonely Planet moeite om zich een duurzamer imago aan te meten door in hun gidsen reizigers te wijzen op hun verantwoordelijkheden.
vrijdag, november 30, 2007
Guyana besteedt de bescherming van zijn tropisch woud uit aan Groot-Brittanië

Het Engelstalige 'Caraïbische' land in Latijns-Amerika Guyana is het enige land op dat continent dat lid is van het Britse Commenwealth. Guyana lanceerde onlangs een interessant voorstel: ze willen een belangrijk regenwoud onder beheer brengen van een industrieland (bij voorkeur de UK), tegen betaling, om het permanent te beschermen. Dit in het kader van de klimaatonderhandelingen. Het gaat om het gebied rond Iwokrama. Dit is interessant, want er is behoefte aan nieuwe manieren om het bos in het zuiden te beschermen. 20% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen wordt immers veroorzaakt door ontbossing. Het voorstel van Guyana zou een interessante insteek voor de conferentie in Bali kunnen zijn.
woensdag, november 28, 2007
Andamanen willen niet langer vakantiekolonie voor ambtenaren zijn
PORT BLAIR, 28 november 2007 (IPS) - Het leek nochtans een goed idee. Om de bevolking van de Andamanen en Nicobaren, een archipel in de Golf van Bengalen, na de tsunami van 2004 aan een inkomen te helpen, begon India massaal ambtenaren op vakantie te sturen naar het tropische eilandenparadijs. De bewoners en ook lokale touroperators zien de Indiërs intussen liever gaan dan komen.
(door Pankaj Sekhsaria)
De Andamanen en Nicobaren zijn bedekt met ongerepte wouden en hebben enkele van de mooiste stranden en koraalriffen op aarde. De eilandbewoners houden zich traditioneel bezig met houtvesterij en landbouw. Hoewel de archipel dichter bij Thailand en Birma ligt, gaat het om Indiaas grondgebied en de Indiase overheid is er ook een belangrijke werkgever.
De tsunami van 2004 bracht de eilandeconomie een zware klap toe. Om de lokale bevolking te helpen begon de overheid met het programma “Vitamin Sea” om meer toeristen te lokken. De cijfers wijzen op een succes. In 2006 bezochten 100.000 toeristen de eilanden en hun aantal wordt dit jaar op 150.000 geschat.
Toch zijn het uitgerekend de mensen die hier hun voordeel bij moeten doen, de eilandbewoners en de lokale touroperators, die op 27 september, Werelddag van het toerisme, in de straten van de hoofdstad Port Blair lucht gaven aan hun ongenoegen. De meeste toeristen zijn Indiase ambtenaren die worden overgevlogen met tien door de overheid gesubsidieerde vluchten per dag. “LTC-toeristen” worden ze smalend genoemd, naar de “leave travel concession”, de vakantie de ze krijgen van vadertje staat.
Volgens de lokale Kamer van Koophandel spenderen de LTC-toeristen weinig geld, maar vormen ze wel een zware last op de watervoorziening en de infrastructuur en nemen ze de plaats in van de commercieel interessantere, buitenlandse toeristen. In de zomer van dit jaar kwam in sommige wijken van Port Blair maar één dag op vijf water uit de kraan. In het nabijgelegen Hotel Megapode werden de gasten vriendelijk verzocht ook hun duit in het zakje te doen Voor hen was er water van zes tot tien, ’s ochtends en ’s avonds.
“De informele toeristische sector kan iets bijverdienen dankzij de LTC-toeristen, maar de professionele privé-ondernemers in het toerisme zien hun inkomsten dalen”, zegt journalist Zubair Ahmed. Sanjay Ray, eigenaar van een hotel op Havelock Island, bevestigt: “De Indiase toeristen leveren ons niets op. 80 procent van onze inkomsten komen van buitenlandse toeristen.”
Niet iedereen vindt dat de overheid fout bezig is. “Ik ben verbaasd door die protesten op de Andamaneilanden”, zegt Nina Rao, een in New Delhi gevestigde experte. “Ik dacht dat iedereen het recht had om toerist te zijn, dat het een democratische verworvenheid was.”
De overheid schijnt begrepen te hebben dat het LTC-toerisme ongewenste neveneffecten heeft. Onlangs weigerde ze de 1,6 miljoen werknemers van de Indiase spoorwegen te laten deelnemen aan het LTC-programma. Tegelijk blijft er een sterke druk bestaan om de toeristische sector uit te bouwen. Als grote voorbeeld geldt het Thaise Phuket, dat slechts 500 kilometer verderop ligt en dat elk jaar een miljoen toeristen trekt.
IPS(MC, PD)
(door Pankaj Sekhsaria)
De Andamanen en Nicobaren zijn bedekt met ongerepte wouden en hebben enkele van de mooiste stranden en koraalriffen op aarde. De eilandbewoners houden zich traditioneel bezig met houtvesterij en landbouw. Hoewel de archipel dichter bij Thailand en Birma ligt, gaat het om Indiaas grondgebied en de Indiase overheid is er ook een belangrijke werkgever.
De tsunami van 2004 bracht de eilandeconomie een zware klap toe. Om de lokale bevolking te helpen begon de overheid met het programma “Vitamin Sea” om meer toeristen te lokken. De cijfers wijzen op een succes. In 2006 bezochten 100.000 toeristen de eilanden en hun aantal wordt dit jaar op 150.000 geschat.
Toch zijn het uitgerekend de mensen die hier hun voordeel bij moeten doen, de eilandbewoners en de lokale touroperators, die op 27 september, Werelddag van het toerisme, in de straten van de hoofdstad Port Blair lucht gaven aan hun ongenoegen. De meeste toeristen zijn Indiase ambtenaren die worden overgevlogen met tien door de overheid gesubsidieerde vluchten per dag. “LTC-toeristen” worden ze smalend genoemd, naar de “leave travel concession”, de vakantie de ze krijgen van vadertje staat.
Volgens de lokale Kamer van Koophandel spenderen de LTC-toeristen weinig geld, maar vormen ze wel een zware last op de watervoorziening en de infrastructuur en nemen ze de plaats in van de commercieel interessantere, buitenlandse toeristen. In de zomer van dit jaar kwam in sommige wijken van Port Blair maar één dag op vijf water uit de kraan. In het nabijgelegen Hotel Megapode werden de gasten vriendelijk verzocht ook hun duit in het zakje te doen Voor hen was er water van zes tot tien, ’s ochtends en ’s avonds.
“De informele toeristische sector kan iets bijverdienen dankzij de LTC-toeristen, maar de professionele privé-ondernemers in het toerisme zien hun inkomsten dalen”, zegt journalist Zubair Ahmed. Sanjay Ray, eigenaar van een hotel op Havelock Island, bevestigt: “De Indiase toeristen leveren ons niets op. 80 procent van onze inkomsten komen van buitenlandse toeristen.”
Niet iedereen vindt dat de overheid fout bezig is. “Ik ben verbaasd door die protesten op de Andamaneilanden”, zegt Nina Rao, een in New Delhi gevestigde experte. “Ik dacht dat iedereen het recht had om toerist te zijn, dat het een democratische verworvenheid was.”
De overheid schijnt begrepen te hebben dat het LTC-toerisme ongewenste neveneffecten heeft. Onlangs weigerde ze de 1,6 miljoen werknemers van de Indiase spoorwegen te laten deelnemen aan het LTC-programma. Tegelijk blijft er een sterke druk bestaan om de toeristische sector uit te bouwen. Als grote voorbeeld geldt het Thaise Phuket, dat slechts 500 kilometer verderop ligt en dat elk jaar een miljoen toeristen trekt.
IPS(MC, PD)
maandag, november 19, 2007
De groene sleutel
In Nederland wordt niet meer gediscussieerd over de vraag of kwaliteitslabels zin hebben om toerisme duurzamer te maken. Daar omarmen ze enthousiast de internationale bedrijfsnorm green key - een keurmerk voor (vooral) ecologisch verantwoord toerisme. 21 hotels, 19 'hostels' en 123 campings hebben 'de groene sleutel' gekregen. In België tot op vandaag slechts 9 campings.
Uit de toelatingscriteria: "voor alle bedrijven geldt dat zij moeten voldoen aan alle verplichte normen en een aantal optionele normen. De verplichte normen zijn basis milieunormen, zoals het registreren en besparen van gas, water en elektra en het verminderen van de hoeveelheid (rest)afval. De optionele normen gaan een stap verder. Hieronder vallen maatregelen zoals het gebruik maken van duurzame energie, milieubewuste schoonmaakmiddelen of het zelf zuiveren van afvalwater." Sociale criteria zijn er helaas niet bij, ook al zijn die in een land als Nederland wellicht minder nodig.
Uit de toelatingscriteria: "voor alle bedrijven geldt dat zij moeten voldoen aan alle verplichte normen en een aantal optionele normen. De verplichte normen zijn basis milieunormen, zoals het registreren en besparen van gas, water en elektra en het verminderen van de hoeveelheid (rest)afval. De optionele normen gaan een stap verder. Hieronder vallen maatregelen zoals het gebruik maken van duurzame energie, milieubewuste schoonmaakmiddelen of het zelf zuiveren van afvalwater." Sociale criteria zijn er helaas niet bij, ook al zijn die in een land als Nederland wellicht minder nodig.
vrijdag, november 16, 2007
Blijf op de hoogte of doe mee!
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe berichten op dit blog? Heb je ideeën of ervaringen rond duurzaam toerisme? Kom je regelmatig interessante linken tegen die hier thuishoren? Of wil je zelf wel eens een bijdrage posten?
Het kan allemaal: stuur een mailtje naar de moderator en je krijgt snel een uitnodiging in je mailbox.
Het kan allemaal: stuur een mailtje naar de moderator en je krijgt snel een uitnodiging in je mailbox.
Tortugero: Duurzaam toerisme is soms (on)aangename keuzes maken.
Reisbegeleidster Sarah Mouton was tijdens de afgelopen zomer met haar groep in Costa Rica. Eén van de 'must sees' op deze reis is de aankomst van de schildpadden op het strand van Tortuguera. Toen ik er 6 jaar geleden was was de druk van het toerisme ook al heel voelbaar. De nood aan een degelijke omkadering en beheersing van de bezoekcijfers is er alleen maar dringender op geworden..."In Costa Rica moest een van de hoogte punten van onze reis ‘la aribada’ (de aankomst) van de schildpadden zijn. Dit is het fenomeen waarbij zeeschildpadden ’s avonds en ’s nachts aan land komen om op het strand eerst een kuil te graven en daarna zo’n 100-tal eitjes te leggen, de kuil terug af te dekken en terug te keren naar de diepten van de zee. Ik denk dat iedereen de beelden wel kent van op National Geographic! Dus wilden wij dit ook wel eens live zien."
In het dorpje Tortugero is er een volledig project opgericht om dit bezoek in goede banen te leiden. Hierbij is rekening gehouden met alle betrokken partijen. Alle partijen, dat zijn; de toeristen, de natuur en de lokale bevolking / economie. Er is een systeem opgezet waarbij toeristen in groepjes van 10 personen elk om beurt op het strand mogen om een kijkje te nemen. Je groepje mag pas het strand op als een ranger via een zender het sein hiervoor heeft gegeven. Je groepje moet steeds in het gezelschap zijn van een erkende gids. Er wordt aan veel gedacht, geen witte kledij, geen zaklampen, geen fototoestellen, omdat al deze elementen de dieren in de war kunnen brengen en dus de impact op hun natuurlijke habitat zouden vergroten. Zo zijn ze bijvoorbeeld, door het fotograferen (met flits) letterlijk het noorden kwijt en kunnen zo niet onmiddellijk de zee terugvinden.
Het opwachten van de ‘aribada’ gebeurt eerst met een uitleg over de soorten dieren, hun leefwijze en broedgedrag, het project, hoe het ontstaan en gegroeid is tot wat het vandaag is.
Vroeger kwamen de toeristen ook al kijken naar de aankomst, maar dit gebeurde volledig ongecontroleerd, iedereen liep ’s avonds op het strand en er was geen controle wat er werd gedaan met de beesten of hun nesten (stropers zijn ook vandaag nog een groot probleem – de eieren zouden een bepaalde afrodisiac werking hebben) en zo werd er heel wat schade aangebracht aan de leefwereld van deze schildpadden.
Het bezoek en de gids kosten ons elk 15$ waarvan 30% rechtstreeks naar de logistiek van het project gaat.
Toeristenval
Het klonk allemaal zeer goed, en het leek me een goed evenwicht tussen alles. Ik schrijf ‘leek’, want toen om 21.30 (volgens de gids volledig ongewoon) nog geen enkele schildpad te bespeuren was. Vertelde hij dat we met de boot iets verder moesten gaan tot waar er enkele aan land waren gekomen om hun eieren te leggen. Wat hij er niet bij zei, was dat het om één enkele schildpad ging en dat alle andere bezoekers daar ook aanwezig zouden zijn (ongeveer 200 personen)! Een massagebeuren! De redenen waarom ze dit project hadden opgestart leken leugenachtige beloftes. Het was een onaangename plaats om te zijn en we wilden niet meedoen aan deze opvoering!
Wij waren in de ‘toeristen val’ getrapt! Na de hele vertoning (een stoet van 200 mensen achter één prachtige schildpad die haar weg terug zoekt naar de zee) spraken we met onze gids en uitten we onze verontwaardiging. We hadden liever met pijn in het hart een avond gehad zonder schildpadden dan hieraan te moeten deelnemen. Hij bleef zich maar excuseren dat toeristen als ze betaald hebben écht wel een schildpad willen zien! Hij was net als alle andere gidsen bang voor de ‘slechte’ publiciteit als de toeristen geen schildpad te zien kregen, bang om ons te zeggen dat we ons geld dan niet terug zouden krijgen, maar dat het dan werd gezien als steun aan het project. Bang om zijn inkomsten te zien verdwijnen. Met de groep maakten we hem duidelijk dat het voor ons geen probleem zou zijn, en ook niet voor onze andere groepen, als we ons geld niet zouden terugzien. Alles liever dan dit circus!
Met de groep hadden we de dag daarna nog even een gesprek om na te gaan wat we nu konden doen met onze ervaring, en hoe we dit in de toekomst konden verhinderen. Vandaar dit artikel, met onze boodschap: als je naar de schildpadden gaat kijken doe het via een erkende organisatie of gids. Weet dat er een kans is dat je geen schildpadden zult zien en dat je hiervoor je geld niet terugkrijgt. Maak die keuze, om niet mee te doen met het massagebeuren. Vertel ook vooraf aan je gids dat je dit zeker niet wenst.
Meer weten?
http://www.cccturtle.org/
Sarah Mouton (in naam van de groep)
woensdag, november 07, 2007
Toerisme redder van biodiversiteit?
De Nederlandse uitgeverij ToerBoek uit Leiden is een samenwerkingsverband aangegaan met het Nederlandse comité van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Recources (IUCN). IUCN werd opgericht in 1948. Het is de grootste wereldwijde natuurbeschermingsorganisatie en brengt landen, overheden en non-gouvernementele organisaties bij elkaar. UCN NL heeft in 2006 het Engelstalige boek ‘Destination conservation: protecting nature by developing tourism' uitgegeven.
Omdat Uitgeverij ToerBoek de ontwikkeling van duurzaam toerisme van groot belang acht en al diverse titels op dit gebied uitgebracht heeft, is besloten om de krachten met IUCN NL te bundelen. Met deze samenwerking willen beide partijen een breder publiek bereiken. ToerBoek zal daarom de verkoop en distributie van ‘Destination Conservation' gaan verzorgen. Het ‘Destination conservation' laat zien dat in veel gebieden waar de biodiversiteit in gevaar is, toerisme een uitkomst kan bieden. Vanwege de financiële middelen die toerisme met zich meebrengt wordt het vaak gezien als een redding voor de natuur.
Daarnaast zorgt toerisme voor een alternatieve bron van inkomsten voor de lokale gemeenschappen, wat de noodzaak om de natuur te exploiteren helpt verminderen. In dit boek worden deze aannames onder de loep genomen.
Het boek is gebaseerd op de ervaring die opgedaan is in 27 kleinschalige projecten die IUCN NL ondersteunde tussen 2004 en 2006. Het is verkrijgbaar bij de boekhandel of direct te bestellen bij Uitgeverij ToerBoek bv in Leiden (071) 523 67 23 of via www.toerboek.nl.
Informatie
‘Destination conservation'
Kike Olsder e.a.
ISBN: 978-90-75909-17-3
Prijs € 15,- inclusief btw en exclusief eventuele verzendkosten.
Omdat Uitgeverij ToerBoek de ontwikkeling van duurzaam toerisme van groot belang acht en al diverse titels op dit gebied uitgebracht heeft, is besloten om de krachten met IUCN NL te bundelen. Met deze samenwerking willen beide partijen een breder publiek bereiken. ToerBoek zal daarom de verkoop en distributie van ‘Destination Conservation' gaan verzorgen. Het ‘Destination conservation' laat zien dat in veel gebieden waar de biodiversiteit in gevaar is, toerisme een uitkomst kan bieden. Vanwege de financiële middelen die toerisme met zich meebrengt wordt het vaak gezien als een redding voor de natuur.
Daarnaast zorgt toerisme voor een alternatieve bron van inkomsten voor de lokale gemeenschappen, wat de noodzaak om de natuur te exploiteren helpt verminderen. In dit boek worden deze aannames onder de loep genomen.
Het boek is gebaseerd op de ervaring die opgedaan is in 27 kleinschalige projecten die IUCN NL ondersteunde tussen 2004 en 2006. Het is verkrijgbaar bij de boekhandel of direct te bestellen bij Uitgeverij ToerBoek bv in Leiden (071) 523 67 23 of via www.toerboek.nl.
Informatie
‘Destination conservation'
Kike Olsder e.a.
ISBN: 978-90-75909-17-3
Prijs € 15,- inclusief btw en exclusief eventuele verzendkosten.
Abonneren op:
Posts (Atom)